Samenvatting
Pulsar natuurkunde: Hoofdstuk 4;
Kracht en beweging
Judith Vuijst
CSVVG Vincent van Gogh
, Natuurkunde samenvatting Hs 4: Kracht en beweging
4.1 Weerstand en beweging
1. Weerstand
Er zijn drie soorten weerstand:
Schuifweerstand
Rolweerstand
Luchtweerstand
2. De eerste wet van Newton
Eerste wet van Newton: Som vd krachten is de netto kracht. Voorwerp waar geen netto kracht op werkt, staat stil of
beweegt met constante snelheid in een rechte lijn.
Op aarde ondervindt ieder voorwerp weerstand. Daardoor moet je blijven duwen/trekken om voorwerp in beweging te
houden. Werken er op een bepaald voorwerp méér krachten, dan wordt het resultaat bepaald door die krachten
samen. Krachten die in dezelfde richting werken moet je optellen. Krachten in tegengestelde richting trek je van elkaar
af.
Wat overblijft heet de netto kracht of resulterende kracht. Vb: om met constante snelheid te fietsen moet je trapkracht
even groot zijn als de tegenwerkende kracht vd weerstand; de netto kracht is dan nul.
3. Traagheid
Voor een snelheidsverandering bij een beweging is kracht nodig. Verschijnsel dat een voorwerp zijn snelheid behoudt of
in rust blijft als er geen kracht op werkt, heet traagheid. Eerste wet van newton wordt ook wel wet vd traagheid
genoemd. Hoe groter de massa van een voorwerp, hoe groter de traagheid.
4.2 Kracht en versnelling
5. De tweede wet van Newton
Tweede wet van Newton: Versnelling is recht evenredig met de kracht, maar omgekeerd evenredig met de massa.
Versnelling is kleiner naarmate de massa groter is:
Bij dezelfde kracht een twee keer zo grote massa versnelling twee keer zo klein.
Bij dezelfde massa de kracht twee keer zo groot versnelling ook twee keer zo groot
6. Rekenen met de tweede wet van Newton
Als op een voorwerp meer dan één kracht werkt wordt de versnelling bepaald door de netto kracht en de massa.
Formule:
Σ F i=m⋅ ⃗a of ook wel F netto=m⋅a kracht in Newton, massa in kg
F netto =⃗
⃗
Als je een massa van 1 kg een versnelling van 1 m/s 2 wilt geven, dan is de kracht die je nodig hebt 1N. Formule
versnelling:
Δvv
a=
Δv t
9. Veranderende massa en kracht
Als massa en kracht constant zijn is rekenen met tweede wet van Newton niet moeilijk. Maar als kracht/ en of massa
tijdens beweging veranderen, wordt het ingewikkelder. Een rekenmodel is daar dan bij nodig.