‘Stoornis’ is een stigmatiserende term (negatieve connotatie).
DIAGNOSE
‘NORMALE’ PERSOONLIJKHEID, PERSOONLIJKHEIDSPROBLEMEN, PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS
PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS
Jaren ’80 (Millon & DSM III)
- Langdurige, starre, onaangepaste (inflexibele) denk- en gedragspatronen
• ≠ enkele weken/ maanden
• Vast gegeven van de mens (=> Probleem: Hoe genezen?)
- Interpersoonlijke problemen: niet enkel tegen zichzelf aanlopen, ook tegen andere in relaties en omgang
- Ego-syntroon1: geen (directe) hulpvraag
• Omgeving: familie, collega’s, vrienden…
• As- I stoornis (middelen, dissociatieve stoornis)
PERSOONLIJKHEIDSKENMERKEN2
- Binnen cultuur => normaal vs afwijkend (waarden, normen, cultureel discours)
Cf. Vluchtelingen hebben vaak andere perspectieven over psychiatrische problemen .
- Zichtbaar via: cognities, affect, interacties, impulsen
GEZONDE PERSOONLIJKHEID3
Paradox: Psychische moeilijkheden zijn niet altijd een defect, maar soms een teken van gevoeligheid, betrokkenheid of
diepgang. Mensen met zulke moeilijkheden dragen misschien juist bij aan een leefbare wereld, door hun scherpe blik,
zorg voor anderen of behoefte aan verandering. En misschien is een goed leven niet symptoomvrij, maar betekenisvol
ondanks (of met) symptomen.
PERSOONLIJKHEIDSPROBLEEM4
- Uitvergrootte: jaloezie, gevoeligheid voor kritiek, bindingsangst, impulsief, afhankelijkheid,
perfectionistisch, verlegen
PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS5
- Problematisch contact anderen;
- Op verschillende terreinen: thuis, school, werk, sociale leven
- Spanningsveld: mezelf- ander
PERSOONLIJKHEIDSSTOORNIS VOLGENS DSM-V (opgelet voor dubbeldiagnoses – vaak verslaving)
- A. Het gedrag wijkt duidelijk af van culturele normen.
- B. Het gaat om een star patroon, zichtbaar in veel situaties.
- C. Het veroorzaakt beperkingen in sociaal en professioneel functioneren.
- D. Het patroon is stabiel en langdurig aanwezig.
- E. Het is geen uiting van een andere psychische stoornis.
- F. Het is niet toe te schrijven aan middelengebruik of een lichamelijke aandoening.
1
Ego-syntoon= Mensen zijn vaak niet bewust van het probleem, het zijn de andere die het probleem zijn.
2
Persoonlijkheidskenmerken= diepgaand patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen & is niet situationeel
gebonden.
3
Gezonde persoonlijkheid= in staat om op een gewenste manier aan te passen aan de omstandigheden en de situatie.
Veelal tevreden over zichzelf, het goed kunnen functioneren binnen de omgeving.
4
Persoonlijkheidsprobleem= sterke vormen van ‘gewone’ persoonlijkheidsstrekken.
5
Persoonlijkheidsstoornis= aanpassen lukt niet meer, waardoor men zich vastloop op verschillende terreinen.
, KRITIEK
Algemeen:
- Grote overlap tussen stoornissen (gevolg: hoge comorbiditeit)
- Comorbiditeit binnen: as I & II
- Moeilijk binnen strikte hokjes te plaatsen
• Geen duidelijke grenzen: normaal vs pahtologie
- Weinig specificiteit: grote heterogeniteit binnen één diagnose
Diagnostische problemen:
- Arbitraire drempels (cf. Waarom 5 symptomen van de 9 en niet 4 of 6?)
- Beperkte validiteit van sommige stoornissen
- Vaak geen wetenschappelijk goed onderbouwde diagnose
PS NAO 6=> meest gestelde diagnose, veel ruimte en onzekerheid (weinig houvast)
DRIE CLUSTERS
Cluster A: Vreemd & excentriek Cluster B: Dramatisch, emotioneel Cluster C: Angst en onzekerheid
gedrag of onvoorspelbaar gedrag
Schizotypaal Borderline Obsessief-compulsief
Excentriek, origineel, magisch Instabiel, onvoorspelbaar, impulsief, Perfectionistisch, zorgzaam,
denken, bizar, inadequaat, gevoelig, affectlabiel. gewetensvol, star, koppig.
zonderling. Gedragingen: extern >> intern
Schizoïde Narcistisch Afhankelijk
Autonoom, onafhankelijk, geen Bijzonder, arrogant, afgunstig, Gericht op anderen, trouw, geen
behoefte aan relaties, komt kil en overtuiging dat men uniek is, niet in eigen verantwoordelijkheid of
afstandelijk over, emotieloos staat om zich in anderen in te leven. mening.
Minder vreemd
Overlappend met ASS
Paranoïde Antisociaal Vermijdend
Wantrouwend, achterdochtig, Oneerlijk, prikkelbaar, gewetenloos, Verlegen, geremd, vermijdt
gevoelig voor kritiek, vermoeden van agressief. risico’s, voelt zich onbeholpen,
uitbuiting en bedrog. ~ psychopathie vermijdt contacten.
Schizoïde is minder achterdochtig
Histrionisch
Theatraal, dramatisch, oppervlakkig,
overgevoelig, beïnvloedbaar.
Normaal vs abnormaal
- Persoonlijkheidskenmerken worden uitvergroot en kunnen in bepaalde contexten tot problemen leiden.
- Afhankelijk van tijd en cultuur: Bijvoorbeeld, vrouwen die vroeger als ‘abnormaal’ werden gezien
wanneer ze niet afhankelijk waren, worden nu wellicht anders gepercipieerd.
EPIDEMIOLOGIE & BELANG
PROBLEEMSTELLING
EPIDEMIOLOGIE
- Prevalentie algemene bevolking: 4.4% - 13.5% (niet zeldzaam- moeilijk nauwkeurige cijfers wegens
complexe diagnostiek)
- GGZ: 60% (zeer frequent)
- Comorbiditeit:
• As-I stoornissen (cf. depressive, angst & verslaving)
• As-II stoornissen (cf. andere PH-stoornissen)
6
PS NAO= Persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven= een beetje van alles, maar past nergens volledig in"