Hoofdstuk 1; introductie
In het kapitalistische systeem worden arbeiders uitgebuit. Ze werken voor weinig loon en onde zware
omstandigheden. Volgens Karl Marx komen ze niet in actie, omdat ze dan per direct worden
ontslagen aangezien er genoeg andere mensen zijn die dat werk willen doen voor hetzelfde of zelfs
minder geld. De competitieve karakter van het kapitalisme zorgt ervoor dat de omstandigheden
overal even slecht zijn, of het nou een goedlopend of minder goedlopend bedrijf is. Globalisering
zorgt ervoor dat de arbeiders concurrentie hebben van immigranten.
Ideologie volgens Marx = de vanzelfsprekende ideeën van een samenleving over werk, prestaties,
vrijheid, consumptie, luxe etc. die bepalen hoe we sociale verschijnselen verklaren en rechtvaardigen.
De ideologie van de vrijheid is volgens Marx vandaag de dag de vrijheid om te gaan winkelen en een
luxe consumenten leefstijl te hebben.
Ook Max Weber heeft een visie op het huidige kapitalisme. Hij oriënteert ons op de verschillende
subjectieve motivatie en betekenissen die sociale actoren leiden. Hij stelt dat iedereen zijn eigen
belangen zal na streven ongeacht je positie in de samenleving. Uit zijn onderzoek blijkt echter wel dat
niet alleen strategische en economische belangen er toe doen. Waarden oriënteren sociale acties en
zowel individuen als groepen zijn gemotiveerd door deze waarden. Door toewijding en specifieke
begrippen die een betekenis hebben in onze samenleving.
In een individualistische samenleving wordt arm zijn gezien als je eigen fout. Marx en Weber zien dit
als een ongelijke verdeling van de maatschappij waarin er klasse zijn en mensen zich tot elkaar
verhouden als ‘meer of minder. Weber stelt ook dat ongelijkheid ook te maken heeft met verschillen
in levensstijl en sociale status. Mensen die qua inkomen ongeveer gelijk zitten bouwen met elkaar
bepaalde gewoontes op waardoor dat wereldje in stand blijft en het lastig is om hogerop te komen,
omdat daar andere gewoontes zijn.
Durkheim staat voor sociale cohesie en orden. Hij is geinteresseerd in wat individuen en de
samenleving met elkaar bindt. Volgens hem moet iedereen zijn steentje bijdragen aan de sociale
collectiviteit. We zijn allemaal met elkaar verbonden. Durkheim is niet geinteresseerd in het
analyseren van economische verhoudingen, maar juist in het bundelen van sociale krachten op
verschillende niveaus. Alle sociale gewoonten komen voort uit de samenlving en dienen om
onderlinge afhankelijkheid te bevestigen en versterken.
Er zijn ook uitwisselingstheoreci. Zij geloven dat als je iets geeft aan iemand je ook iets terug kan
verwachten. Dit kan zowel op economisch als op status, informatie, vriendschap, advies, huishoudlijk
werk etc.
Er zijn heel veel verschillende theorieen over het gedrag van mensen. Deze theorieen hebben met
elkaar overeen dat ‘pluralistic’en
,Chapter one – Karl Marx
Karl Marx en het kapitalisme gaan hand in hand. Ookal is Marx al een paar jaar dood, het kapitalisme
os alles behalve uitgestorven. De drang om de afzetmarkt als maar groter te laten worden komt van
de bourgeoisie. Inmiddels is er een kapitalistische cultuur ontstaan waarin consumerende goederen
het belangrijkste kapitaal is.
Topic 1.1 China: capitalism in a state-controlled society
Sinds de olympische spleen van 2008 laat China zijn combinatie van traditionele cultuur en moderne
cultuur zien. De sterke rol van autoriteit en elementen van de kapitalistische markt gaan goed samen.
De afzetmarkt wordt steeds groter en hun machtspositie ook. 87 procent bezitten een onroerend goed
in China. Echter is het verschil in inkomen steeds groter de hoogste 5% verdient een kwart van al het
inkomen. Er is geen recht op demonstratie
Marx noemt de kosten van het kapitalisme: de ongelijkheid (inequality) die gepaard gaat met het
kapitalistische systeem. Het kapitalistische systeem is de ‘mode of production’ die onze samenleving
kenmerkt en zorgt voor de behoeftes van ons bestaan. Het kapitalisme is gebaseerd op ongelijke
bezitten van productiemiddelen (means of production) door de bourgeoisie. De bazen maken winst
door de arbeid van hun werknemer (proletariaat). De winsten worden ingezet om het eigendom van
de bourgeoisie uit te breiden terwijl de werknemers voor hetzelfde lage loon doorwerken. Deze
uitbuiting (exploitation) houdt volgens Marx de kloof tussen kapitalisten en werknemers in stand.
MARX ’S THEORY OF HISTORY
Marx ziet de historie als de expansie van de materiele productie en diensten in de samenleving
historical materialism. Dit wordt zo genoemd omdat Marx zich focust op de materiele condities in de
samenleving en de invloed hiervan op sociale relaties en structuren. Friedrich Engel zegt hier over dat
de manier van de verdeling van welvaart en de manier waarop de samenleving is verdeeld in een land
afhangt van welke producten er worden gemaakt, hoe ze worden gemaakt en hoe het wordt
verdeeld. Marx benadrukt dat de historische veranderingen in materialisme voortkomt uit
waargenomen in bestaande sociale en economische principes. Marx voorspelt dan ook dat de
expansie van het kapitalisme een ondergang zal worden. Het kapitalisme veroorzaken namelijk
crisissen die op hun beurt weer werkloosheid en nog grotere inkomensverschillen veroorzaken.
Volgens Marx zal dit leiden tot een klassenbewustzijn (class consciousness). Hierdoor zullen de
werknemers bewust worden dat als zij staken er geen winst gemaakt meer kan worden en de
ongelijkheid af zou nemen.
Toch gaat de voortgang van het kapitalisme niet precies zoals Marx had voorspeld:
- Marx dacht dat de expansie van het kapitalisme zou leiden tot de expansie van het
proletariaat meer vakbonden
- Marx ging er van uit dat het groeiende proletariaat arm zou blijven en ze zich dus meer
zouden verzetten
Door de technologische vooruitgang is productie minder afhankelijk van handarbeid dan Marx dacht
en ondanks de armoede is over het algemeen brengt de werkende klasse het er goed van af.
Daarnaast hebben ook werknemers veel profijt van het kapitalisme door de mogelijkheden om
dingen te kopen in alle soorten en maten
, Elk historisch economische tijdperk wordt gekenmerkt door spanningen. Revoluties ontstaan
wanneer de tegenstellingen aan het licht worden gebracht en door sociale revolutie worden
gebroken. Door de mens gecreëerde omstandigheden spoort men aan in opstand te komen om
nieuwe omstandigheden te creëren.
Dialectical materialism het idee dat historische veranderingen het resultaat is van bewuste
menselijke activiteit die voortkomt uit en inwerkt op de sociaal ervaren ongelijkheden en
tegenstellingen in historisch geconditioneerde economische krachten en relaties.
Marx benadrukt om te focussen op de echte geschiedenis (materialsme) en niet op de geschiedenis
van ideeen. Hij gebruikt het dialectical materialism om de mens-sociale activiteit te weergeven die
betrokken is bij de historische transformatie.
Voorbeeld:
Geen 1 partij heeft het in de VS langer dan 12 jaar volgehouden door continue nieuwe realiteit
moeten de beleidsvoorstellen aan worden gepast en kiest het volk bij ontevredenheid voor het andere
kamp.
COMMUNISME
volgens Marx voorkomt het communisme dat de samenleving wordt beheerst door kapitalisme. Het
belangrijkste van het communisme was de afschaffing van prive bezit, winst, arbeidsdeling en sociale
klasse. De materiele productie moet gebaseerd zijn op individuele of sociale behoeftes en talenten
i.p.v. winst. Ieder individu zou zich van zijn meest creatieve kant moeten laten zien om aan de sociale
behoeftes te voldoen. Er zal hierdoor geen ongelijkheid ontstaan tussen werknemer en werkgever.
Alle individuen kunnen de producten van de samenleving toe eigenen. Volgens Marx zou het
communisme dan ook het einde van de geschiedenis betekenen, omdat er geen tegenstrijdigheden
en spanningen meer zijn tussen groepen. Deze visie van Marx is niet alleen een emancipatie voor de
werkende klasse maar voor alle mensen. De proletarische beweging is de zelfbewuste, onafhankelijke
beweging van de immense meerderheid (in de historie komen volgens Marx vooral minderheden in
opstand).
Marx laat ons niet alleen genieten van alles wat we hebben, maar laat ons kritisch nadenken over de
nadelen van het kapitalistische systeem. Ook al is deze veel veranderd, de analyse van Marx is nog
steeds geldig.
HUMAN BEING
Mensen die zich niet goed verdiept hebben in Marx denken dat hij tegen arbeid is. Dit is echter onzin.
Hij vindt dat werk laat zien dat het individu het vermogen heeft
Species being: Marx zegt dat mensen unieke wezens zijn, omdat we niet alleen leven vanuit onze
natuurlijke driften, maar ook onze creatieve kanten laten zien in onze fysieke en sociale omgeving en
deze materialen maken onze oerdriften gemakkelijker. We reageren op de natuur en hierbij
reproduceren we onze betekenis van de economische leven.
Als mensen zijn we niet alleen. We zijn ons ervan bewust dat we leven met vele relaties met andere.
we houden een sociaal bestaan in stand door materiële goederen te produceren en dit in interactie
met anderen te doen. De samenleving bestaat uit individuen, hun activiteiten en de materiele
omstandigheden waaronder ze leven; zowel de omstandigheden die al bestaan als de
omstandigheden die voortkomen uit hun activiteiten. Het leven wordt niet bepaald door bewustzijn,
maar bewustzijn door het leven. Marx is niet geïnteresseerd in filosofische vragen over het leven
In het kapitalistische systeem worden arbeiders uitgebuit. Ze werken voor weinig loon en onde zware
omstandigheden. Volgens Karl Marx komen ze niet in actie, omdat ze dan per direct worden
ontslagen aangezien er genoeg andere mensen zijn die dat werk willen doen voor hetzelfde of zelfs
minder geld. De competitieve karakter van het kapitalisme zorgt ervoor dat de omstandigheden
overal even slecht zijn, of het nou een goedlopend of minder goedlopend bedrijf is. Globalisering
zorgt ervoor dat de arbeiders concurrentie hebben van immigranten.
Ideologie volgens Marx = de vanzelfsprekende ideeën van een samenleving over werk, prestaties,
vrijheid, consumptie, luxe etc. die bepalen hoe we sociale verschijnselen verklaren en rechtvaardigen.
De ideologie van de vrijheid is volgens Marx vandaag de dag de vrijheid om te gaan winkelen en een
luxe consumenten leefstijl te hebben.
Ook Max Weber heeft een visie op het huidige kapitalisme. Hij oriënteert ons op de verschillende
subjectieve motivatie en betekenissen die sociale actoren leiden. Hij stelt dat iedereen zijn eigen
belangen zal na streven ongeacht je positie in de samenleving. Uit zijn onderzoek blijkt echter wel dat
niet alleen strategische en economische belangen er toe doen. Waarden oriënteren sociale acties en
zowel individuen als groepen zijn gemotiveerd door deze waarden. Door toewijding en specifieke
begrippen die een betekenis hebben in onze samenleving.
In een individualistische samenleving wordt arm zijn gezien als je eigen fout. Marx en Weber zien dit
als een ongelijke verdeling van de maatschappij waarin er klasse zijn en mensen zich tot elkaar
verhouden als ‘meer of minder. Weber stelt ook dat ongelijkheid ook te maken heeft met verschillen
in levensstijl en sociale status. Mensen die qua inkomen ongeveer gelijk zitten bouwen met elkaar
bepaalde gewoontes op waardoor dat wereldje in stand blijft en het lastig is om hogerop te komen,
omdat daar andere gewoontes zijn.
Durkheim staat voor sociale cohesie en orden. Hij is geinteresseerd in wat individuen en de
samenleving met elkaar bindt. Volgens hem moet iedereen zijn steentje bijdragen aan de sociale
collectiviteit. We zijn allemaal met elkaar verbonden. Durkheim is niet geinteresseerd in het
analyseren van economische verhoudingen, maar juist in het bundelen van sociale krachten op
verschillende niveaus. Alle sociale gewoonten komen voort uit de samenlving en dienen om
onderlinge afhankelijkheid te bevestigen en versterken.
Er zijn ook uitwisselingstheoreci. Zij geloven dat als je iets geeft aan iemand je ook iets terug kan
verwachten. Dit kan zowel op economisch als op status, informatie, vriendschap, advies, huishoudlijk
werk etc.
Er zijn heel veel verschillende theorieen over het gedrag van mensen. Deze theorieen hebben met
elkaar overeen dat ‘pluralistic’en
,Chapter one – Karl Marx
Karl Marx en het kapitalisme gaan hand in hand. Ookal is Marx al een paar jaar dood, het kapitalisme
os alles behalve uitgestorven. De drang om de afzetmarkt als maar groter te laten worden komt van
de bourgeoisie. Inmiddels is er een kapitalistische cultuur ontstaan waarin consumerende goederen
het belangrijkste kapitaal is.
Topic 1.1 China: capitalism in a state-controlled society
Sinds de olympische spleen van 2008 laat China zijn combinatie van traditionele cultuur en moderne
cultuur zien. De sterke rol van autoriteit en elementen van de kapitalistische markt gaan goed samen.
De afzetmarkt wordt steeds groter en hun machtspositie ook. 87 procent bezitten een onroerend goed
in China. Echter is het verschil in inkomen steeds groter de hoogste 5% verdient een kwart van al het
inkomen. Er is geen recht op demonstratie
Marx noemt de kosten van het kapitalisme: de ongelijkheid (inequality) die gepaard gaat met het
kapitalistische systeem. Het kapitalistische systeem is de ‘mode of production’ die onze samenleving
kenmerkt en zorgt voor de behoeftes van ons bestaan. Het kapitalisme is gebaseerd op ongelijke
bezitten van productiemiddelen (means of production) door de bourgeoisie. De bazen maken winst
door de arbeid van hun werknemer (proletariaat). De winsten worden ingezet om het eigendom van
de bourgeoisie uit te breiden terwijl de werknemers voor hetzelfde lage loon doorwerken. Deze
uitbuiting (exploitation) houdt volgens Marx de kloof tussen kapitalisten en werknemers in stand.
MARX ’S THEORY OF HISTORY
Marx ziet de historie als de expansie van de materiele productie en diensten in de samenleving
historical materialism. Dit wordt zo genoemd omdat Marx zich focust op de materiele condities in de
samenleving en de invloed hiervan op sociale relaties en structuren. Friedrich Engel zegt hier over dat
de manier van de verdeling van welvaart en de manier waarop de samenleving is verdeeld in een land
afhangt van welke producten er worden gemaakt, hoe ze worden gemaakt en hoe het wordt
verdeeld. Marx benadrukt dat de historische veranderingen in materialisme voortkomt uit
waargenomen in bestaande sociale en economische principes. Marx voorspelt dan ook dat de
expansie van het kapitalisme een ondergang zal worden. Het kapitalisme veroorzaken namelijk
crisissen die op hun beurt weer werkloosheid en nog grotere inkomensverschillen veroorzaken.
Volgens Marx zal dit leiden tot een klassenbewustzijn (class consciousness). Hierdoor zullen de
werknemers bewust worden dat als zij staken er geen winst gemaakt meer kan worden en de
ongelijkheid af zou nemen.
Toch gaat de voortgang van het kapitalisme niet precies zoals Marx had voorspeld:
- Marx dacht dat de expansie van het kapitalisme zou leiden tot de expansie van het
proletariaat meer vakbonden
- Marx ging er van uit dat het groeiende proletariaat arm zou blijven en ze zich dus meer
zouden verzetten
Door de technologische vooruitgang is productie minder afhankelijk van handarbeid dan Marx dacht
en ondanks de armoede is over het algemeen brengt de werkende klasse het er goed van af.
Daarnaast hebben ook werknemers veel profijt van het kapitalisme door de mogelijkheden om
dingen te kopen in alle soorten en maten
, Elk historisch economische tijdperk wordt gekenmerkt door spanningen. Revoluties ontstaan
wanneer de tegenstellingen aan het licht worden gebracht en door sociale revolutie worden
gebroken. Door de mens gecreëerde omstandigheden spoort men aan in opstand te komen om
nieuwe omstandigheden te creëren.
Dialectical materialism het idee dat historische veranderingen het resultaat is van bewuste
menselijke activiteit die voortkomt uit en inwerkt op de sociaal ervaren ongelijkheden en
tegenstellingen in historisch geconditioneerde economische krachten en relaties.
Marx benadrukt om te focussen op de echte geschiedenis (materialsme) en niet op de geschiedenis
van ideeen. Hij gebruikt het dialectical materialism om de mens-sociale activiteit te weergeven die
betrokken is bij de historische transformatie.
Voorbeeld:
Geen 1 partij heeft het in de VS langer dan 12 jaar volgehouden door continue nieuwe realiteit
moeten de beleidsvoorstellen aan worden gepast en kiest het volk bij ontevredenheid voor het andere
kamp.
COMMUNISME
volgens Marx voorkomt het communisme dat de samenleving wordt beheerst door kapitalisme. Het
belangrijkste van het communisme was de afschaffing van prive bezit, winst, arbeidsdeling en sociale
klasse. De materiele productie moet gebaseerd zijn op individuele of sociale behoeftes en talenten
i.p.v. winst. Ieder individu zou zich van zijn meest creatieve kant moeten laten zien om aan de sociale
behoeftes te voldoen. Er zal hierdoor geen ongelijkheid ontstaan tussen werknemer en werkgever.
Alle individuen kunnen de producten van de samenleving toe eigenen. Volgens Marx zou het
communisme dan ook het einde van de geschiedenis betekenen, omdat er geen tegenstrijdigheden
en spanningen meer zijn tussen groepen. Deze visie van Marx is niet alleen een emancipatie voor de
werkende klasse maar voor alle mensen. De proletarische beweging is de zelfbewuste, onafhankelijke
beweging van de immense meerderheid (in de historie komen volgens Marx vooral minderheden in
opstand).
Marx laat ons niet alleen genieten van alles wat we hebben, maar laat ons kritisch nadenken over de
nadelen van het kapitalistische systeem. Ook al is deze veel veranderd, de analyse van Marx is nog
steeds geldig.
HUMAN BEING
Mensen die zich niet goed verdiept hebben in Marx denken dat hij tegen arbeid is. Dit is echter onzin.
Hij vindt dat werk laat zien dat het individu het vermogen heeft
Species being: Marx zegt dat mensen unieke wezens zijn, omdat we niet alleen leven vanuit onze
natuurlijke driften, maar ook onze creatieve kanten laten zien in onze fysieke en sociale omgeving en
deze materialen maken onze oerdriften gemakkelijker. We reageren op de natuur en hierbij
reproduceren we onze betekenis van de economische leven.
Als mensen zijn we niet alleen. We zijn ons ervan bewust dat we leven met vele relaties met andere.
we houden een sociaal bestaan in stand door materiële goederen te produceren en dit in interactie
met anderen te doen. De samenleving bestaat uit individuen, hun activiteiten en de materiele
omstandigheden waaronder ze leven; zowel de omstandigheden die al bestaan als de
omstandigheden die voortkomen uit hun activiteiten. Het leven wordt niet bepaald door bewustzijn,
maar bewustzijn door het leven. Marx is niet geïnteresseerd in filosofische vragen over het leven