Hoofdstuk 0 = algemene concepten
Lengte GI = +- 450 – 600 cm
- Mond + oesophagus + maag ---> 65 cm
- Duodenum ---> 25 cm
- Jejunum + ileum ---> 250 cm
- Colon + rectum ---> 110 – 150 cm
---> geel aangeduide plaatsen = verdikking van membraan = spierlagen
sterker ontwikkeld = fysiologische sfincters =
• Bovenste + onderste slokdarm
• Pilorus
• Ileocecaal
• Inwendige + uitwendige anaalsfincter
---> = zaken tegenhouden en/of terugvloei voorkomen
Spieren van sfincters
- Gladde spieren = onder controle van autonoom zenuwstelsel ---> = niet met eigen wil
- Dwarse spieren = willekeurig ---> = met eigen wil ---> bv
• Bovenste slokdarm sfincter
• Uitwendige anaal sfincter
Doorsnede slokdarm ---> verschillende lagen =
Structuren die functie uitoefenen op
controle uitoefenen op functie + motiliteit
van darmwand
---> in submucosa = plexus van Meissner
= kluwen van neuronen belangrijk voor
motiliteit
---> tussen circulaire + longitudinale =
myenterische plexus = plexus van
auerbach
---> beide plexussen = intrinsiek
zenuwstelsel van darm = enterisch
zenuwstelsel
Enterich zenuwstelsel =
- Plexus van Meissner Zenuwstelsel kan volledig op zichzelf
- Plexus van Auerbach werken
---> = meer dan 500 miljoen neuronen 1
, Opbouw enterich ZC
Afferente takken in lumen van buik ---> IPANs = intrinsiek primair
afferente neuronen
1. Nemen signalen waar ---> bv. distensie of voedingsstoffen
2. Brengen signaal over op interneuronen
3. Schakelen op motorneuronen of secretomotorneuronen
4. Motorneuronen zorgen voor
- Contractie
- Dilatatie
- Secretie ---> = door secretomotorneuronen in
submucosa
Belangrijkste functies v GI stelsel = Bloedafvoer van darmwand = naar lever via
portale vene
- Vertering
- Absorptie ---> = heel belangrijke connectie = tussen
- Secretie darm + lever
- Motiliteit ---> geheel voort sturen ---> kan verstoord raken bij bepaalde
- Excretie aandoeningen
- Immuun functie
---> via deze connectie = immuun functie
Motiliteit =
1. Peristaltiek
= zorgen dat voedselbolus wordt voortgestuwd van oraal naar aporaal ---> werking =
---> aan orale zijde = contractie nodig
---> aan aporale zijde = relaxatie nodig = door enterisch zenuwstelsel
= intramurale reflex ---> gebaseerd op distensie = wordt waargenomen door bolus in lumen --->
distensie wordt doorgegeven aan: orale + aporale zijde
---> = volledig bewerk gesteld door enterisch zenuwstelsel = volledig autonoom = zonder
controle v andere (extrinsiek) zenuwcellen/banen
---> door IPANs ---> werking voor beide =
Contractie orale zijde Contractie aporale zijde
1. Bolus zet darmwand uit 1. Bolus zet darmwand uit
2. Distensie waarnemen 2. Distensie waarnemen
3. IPANs via opstijgende interneuronen schakelen 3. IPANs schakelen op afdalende interneuronen
naar motorneuronen 4. Geven signaal door aan inhiberende
4. Motorneuronen in plexus van Auerbach zorgen motorneuronen
voor contractie 5. Stoffen vrijstellen voor relaxatie
---> via Ach via cholinerge neuronen ---> via NO + VIP + ATP + adrenaline
2
, Bolus vooruit sturen =
- Snelheid 2 – 25 cm/sec ---> door peristaltiek
- Andere factoren = zorgen dat transit +- 4u duurt --->
• Mechanismen die doorgeven maaginhoud nr darm vertragen
• Mechanismen voor vermenging
• Mechanismen voor verbrijzeling
---> zo voedsel doorgeven langer duren dan 10 sec (= bij enkel peristaltiek)
2. Basaal elektrisch ritme
Basale membraan in rust van darmwand = niet nul ---> vertoont golfpatroon --->
- Start ter hoogte van maag corpus
- = onvoldoende om contracties uit te lokken ---
> wel AP enten op golven ---> zo toch
contracties veroorzaken
Golfpatroon =
---> niet overal gelijk ontwikkeld ---> wordt ontwikkeld door interstitiële cellen van Cajal =
- pacemakerfunctie die netwerk vormen
- geven elektrische activiteit door naar spierlagen ---> golfpatroon + contracties mogelijk
3. Migrerend motorisch complex =
= wat je hoort als je honger hebt ---> = rommelen van maag = activiteit van migrerend motorisch
complex
---> functie =
---> interdigestief = tussen maaltijden door overgebleven resten voort stuwen =
• Resten van voedsel
• Afgeschilferde cellen ---> maag turnover = 10 dagen ---> in 10 dagen tijd
wordt volledige epitheel van maag vervangen
---> bestaat uit 3 fasen =
1) Geen spike potentials = geen contracties ---> opstart fase = enkel slow waves
2) Op sommige golven AP ---> onregelmatig = onregelmatige contracties
3) Regelmatige AP op slow waves = kortste fase
---> vormt complex ---> start op bepaalde locatie + plant zicht geleidelijk aan voort --->
na 1u30 na eten = op elke plaats nieuw migrerend complex starten
---> snelheid = 5cm/min = relatief traag
---> vanaf inname voedsel = complex valt stil + peristaltische bewegingen starten
3
Motiline + neurogene controle zorgen voor regulatie
, Regulatie motiliteit ---> op 2 grote manieren =
- Neurogeen = neuronen
• Intrinsiek ---> Peristaltiek = enkel door enterisch zenuwstelsel = ENS
• Extrinsiek ---> PS + OS
- Humoraal =
• Endocrien ---> via bloedbaan
• Paracrien ---> via interstitium = cellen die secreteren in interstitium + via
paracriene manier invloed op elkaar uitoefenen
---> bv. bij regulatie maagzuursecretie
Neurogene regulatie
Intrinsiek zenuwstelsel kan volledig autonoom werken ---> staat onder controle van extrinsiek
zenuwstelsel in fysiologische omstandigheden
---> verschillende soorten =
Parasympathicus Sympathicus (OS) Somatisch
Verschillende vezels = Vertrekt met vezels thoracolumbaal Cholinerge vezels --->
- Craniaal dwarsgestreepte spier die
- Vagaal ---> heeft korte preganglionaire vezels = cholinerge contraheert oiv
- Sacraal vezels - Ach
- Nicotinereceptoren
---> lange 1. Ach vrijstellen ---> andere soort
preganglionaire 2. Bindt op nicotine receptoren dan bij OS + PS
cholinerge vezels = 3. Schakelen in prevertebraal ganglion
binden op nicotine 4. Lange postganglionaire vezels = noradrenerge
receptoren vezels
5. Geven NOR vrij
---> heel korte post- 6. Binden op α en β receptoren
ganglionaire cholinerge
vezels =binden op ---> ook cholinerge vezels naar bijnier ---> = via nicotine
muscarine receptoren receptoren bijnier activeren tot brijstellen adrenaline
Parasympathicus =
- Lange preganglionaire cholinerge vezels
- Heel korte postganglionaire cholinerge vezels ---> oefenen effect uit via muscarine
receptoren
---> effect uitoefenen via Ach = contractie en/of secretie in klieren
---> = PS schakelt rechtstreeks in wand organen op intrinsieke neuronen van enterisch ZS
Orthosympathicus = sympathicus + zweetklieren =
OS + PS = gladde
---> Zweetklieren (PS) lopen hier mee ---> = spiercellen
- Cholinerge vezels zoals PS die meelopen met sympathicus Somatisch =
- Enerveren zweetklieren ---> activeren via muscarine receptoren dwarsgestreepte
---> worden geactiveerd wanneer OS geactiveerd wordt spiervezels 4