100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

VOLLEDIGE samenvatting voor DEELTENTAMEN 2 voor KLINISCHE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE 2024/2025

Rating
5.0
(1)
Sold
14
Pages
28
Uploaded on
29-03-2025
Written in
2024/2025

Dit document betreft een complete samenvatting van alle hoofdstukken en bijgevoegde extra informatie uit de VACs en andere extra materialen voor het 2e deeltentamen voor Klinische ontwikkelingspsychologie (KLOP) van de UU, jaar 2024/2025. Het is het boek Clinical Development Psychology 2nd custom edition ISBN:

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 29, 2025
File latest updated on
April 4, 2025
Number of pages
28
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Klinische OWP 2024/2025 samenvatting deeltentamen 2
Inhoud
Klinische OWP 2024/2025 samenvatting deeltentamen 2 ............................................................................................... 1
Hoofdstuk 5: hechtingsproblematiek (Parritz & Troy) blz. 297-306 & 310-316 ................................................................ 2
Hoofdstuk 11: Angst-, OCD -en Somatische stoornissen (Parritz) blz. 318-339 ............................................................. 6
Persoonlijkheidsproblematiek filmpjes, artikel en VAC ............................................................................................. 11
Hoofdstuk 10: stemmingsproblemen (mash) blz. 341-395 ........................................................................................ 12
Hoofdstuk 14: eetproblematiek (mash) blz. 397-432 ................................................................................................ 19
Hoofdstuk 8: kindermishandeling en trauma (Parritz) blz. ......................................................................................... 23
Bijlage met extra afbeeldingen en tabellen ............................................................................................................... 27



Boek: Clinical Development Psychology 2nd custom edition ISBN: 978-1-80503-095-9

Schooljaar: 2024/2025


Verklarende analyse Filmpje
DSM5-classificaties zijn handzame beschrijvingen van problemen, NIET van hun oorzaken > je mag dus
nooit zeggen dat een kind probleemgedrag vertoont OMDAT hij een stoornis heeft. De stoornis is alleen een
NAAM voor het gedrag wat het kind vertoont, en dus niet een verklaring
➢ De oorzaak voor hetzelfde probleemgedrag kan bij bijv. twee kinderen heel verschillend zijn en dus een
heel andere aanpak vergen (= equifinity)

Bij de verklarende analyse maak je gebruik van bewijs uit onderzoek naar oorzaken bij groepen kinderen met
die problemen > hierbij gebruik je een hypothese toetsend model

Verklarende hypotheses voorbeelden:
- Gedragingen in probleemcluster X zijn VEROORZAAKT door factor Y
- Gedragingen in probleemclusters X worden IN STAND GEHOUDEN door factor Y
- Gedragingen in probleemclusters X worden VERSTERKT door factor Y
>> verklaren vanuit probleemclusterniveau, want bij GEEN diagnose wil je alsnog de clusters begrijpen

Het toetsen van verklarende hypothesen:
A. Literatuuronderzoek: is er evidentie dat X, Y leidt/versterkt/in stand houd van probleemgedrag?
o Het beste is op basis van gedegen review of meta-analyses
B. Zijn er aanwijzingen uit de intake dat oorzaak X of Y relevant kunnen zijn voor de cliënt?
o Welke indicaties hebben we al daarvoor vanuit de klachtanalyse?
o Wat was het verloop gedurende de ontwikkeling (oorzaak? In stand houden?)
C. Voorlopig diagnostisch denkschema (transactioneel model specifiek tot cliënt)
o Proces van verandering, waar iets mis is gegaan > ontwikkeling in kaart brengen
o Meerdere verklarende factoren in kind en omgeving, die kunnen verschillen/veranderen van
leeftijd en NIET onafhankelijk van elkaar zijn (ze kunnen elkaar versterken of verzwakken)
o Verklaringen voor ALLE probleemclusters
o Keuzes maken welke verklarende hypotheses je gaat toetsen op basis van schema’s
D. Betrouwbare instrumenten met heldere criteria om te toetsen of er sprake is van verklarende factor X
o Je hoeft niet alle hypotheses te toetsen, wat je al weet is geen hypothese meer
o Onderkennende hypothese > ‘’is er sprake van deze verklarende factor?’’
E. Integratie van alle bevindingen (diagnostisch denkschema)

,Voorbeeld van een transactioneel diagnostisch denkschema is
hiernaast te zien. De probleemclusters zijn groen, waarbij de
verklarende factoren oranje zijn
➢ Hieruit kan je bijvoorbeeld de hypothese stellen dat de
leerproblemen ontstaan door een LVB
➢ Transactioneel: verbanden tussen verklarende factoren

Indicatieanalyse
Met het geïntrigeerde beeld uit de verklaringsanalyse, ga je een
indicatieanalyse maken. Je maakt een keuze voor welke
verklarende factor je een behandeling in gaat zetten.
➢ Letten dat je onderwijs, opvoeding en andere
hulpverlening matcht op de behoeften van kind
o Wensen en attributies uit intake
o Aanwezige positieve factoren versterken
➢ Bij het kiezen van een geschikte interventie, gebruik je
ook je wetenschappelijke kennis
o Moet passen bij verklarende factoren
o Behandelmethode moet effectief bewezen zijn en passen bij de leeftijd

Interventie
Na de indicatieanalyse wordt de interventie ingezet. Hierbij gebruik je een helder behandelplan, waarin je
aangeeft wat het beoogde effect is, wanneer je het gaat evalueren en hoe je het gaat evalueren
➢ Het enige bewijs voor een vermeende oorzaak is als de interventie het probleem ook echt vermindert
o Anders ga je weer terug om verklarende hypotheses te heroverwegen
➢ Het diagnostische proces is hierdoor circulair


Hoofdstuk 5: hechtingsproblematiek (Parritz & Troy) blz. 297-306 & 310-316
Soms kunnen er al vroege patronen zijn van adaptatie en maladaptatie, die stoornissen later in het leven
kunnen voorspellen. Dit hoofdstuk behandeld problemen en adaptie van baby’s en jonge kinderen.

Vanaf geboorte communiceren baby’s op manieren die fysieke, emotionele, intellectuele en sociale
ontwikkeling promoten. De groei van deze ontwikkelingsdomeinen komen door 3 behavioural shifts:
1. Tussen 2 en 3 maanden > baby’s en verzorgers hebben een ritme van voeden en verzorgen
2. Tussen 7 en 9 maanden > baby’s communiceren door gebaren, geluiden en speelgoed
3. Tussen 18 en 20 maanden > dreumesen kunnen lopen en praten en zijn meer onafhankelijk

Een fysiologisch systeem dat enorm verandert over tijd is het slaap-wakker systeem. Hoge kwaliteit slaap is
geassocieerd met cognitieve ontwikkeling, emotieregulatie en wellbeing. Het is daarom belangrijk dat er een
positieve relatie tussen ouder en kind is, om zo betere bedtijd routines en omgeving te creëren.

Naast variaties in fysiologische adaptie in de babytijd, zijn er ook veel variaties in het temperament. Veel
onderzoek naar temperament is gefocust op twee dimensies:
1. Reactiviteit: de reactiviteit en enthousiasme van een baby
o Sommige baby’s gaan huilen bij anderen, terwijl andere aandacht van
anderen wel accepteren
2. Regulatie: wat baby’s doen om hun reactiviteit te managen
o Sommige baby’s zoeken en krijgen comfort van een ouder en worden
rustig, terwijl anderen maar blijven huilen en niet rustig te krijgen zijn

Andere dimensies van temperament:
- Surgency: de sociale vaardigheden en positieve emoties van een baby
- Negative affectivity: predisposities van baby’s om angst en woede te ervaren
- Effortful control: het reguleren van stimulatie en response

, Typological approaches to temperament: categoriseert individuen in verschillende persoonlijkheidstypes op
basis van gemeenschappelijke patronen in gedrag, emoties en cognitieve stijlen.
➢ Groepsprofielen bestaan uit baby’s en peuters wie laten zien:
1. Typische/normale patronen van emotie, activiteit en regulatie ( = niet problematisch)
2. Hoge reactiviteit (temperament) + hoog negative affect + regulatieproblemen
3. Hoge reactiviteit (temperament) + hoge angst + regulatieproblemen
4. Hoge reactiviteit (temperament) + positive affect + veel regulatieresponses
➢ Temperament profielen zijn geassocieerd met huidige en latere adaptaties EN problemen:
kinderen met hoge reactiviteit en hoge angst laten meer behavioural inhibition zien en zijn moeilijker te
troosten. Kinderen met hoge reactiviteit en- negative affect zijn sneller boos en moeilijker te kalmeren.

Individuele verschillen tussen fysiologische processen onderliggend aan temperament worden beïnvloed
door biologische -en omgevingsfactoren > HPA-as, slechte voeding, stress, alcohol en drugsgebruik moeder
etc. Ook hebben ouders invloed op het temperament van het kind, door hun persoonlijkheid en opvoedstijl.
➢ Meest belangrijke dimensie van opvoeden is warmte (voldoen aan behoeftes van het kind en het kind
troosten) en positive and negative control (gerelateerd tot de autonomie en zelfregulatie van het kind)
➢ Emotieregulatie ervaringen zijn een belangrijk onderdeel van adaptatie en maladaptatie

Goodness of fit: de interactie tussen temperament van kind en opvoedstijl van ouders > als deze niet goed
matchen, zullen ‘moeilijke’ temperamenten eerder opvallen. Baby’s met moeilijk temperament zullen lastig zijn
voor elke ouder, maar bij problematische opvoeding en adverse omgevingen, zal het temperament verergeren
(= Differential susceptibility hypothesis)
➢ Meisjes scoren hoger op effortful control, jongens op
surgency, en beide even hoog op negative affect

Het begrijpen van temperament in jonge kinderen is de eerste stap
in het begrijpen van de ontwikkeling van persoonlijkheid en
toekomstige veerkracht en risico’s op problemen/stoornissen.
Temperament kenmerken zijn consistent en stabiel over de
ontwikkeling heen > meest extreme temperament profielen, zijn
ook het meest stabiel (in afbeelding: hoe stabiel bepaalde trekken zijn)

Naast dat adaptatie verklaard wordt door fysiologisch
functioneren en temperament, is de hechting van een kind op zijn ouders ook van groot belang. Na de eerste
verjaardag hebben ze: een hechtingsrelatie, een sense of self en begrip van anderen en de wereld.

Het belangrijkste aspect van hechting (evolutionair gezien) is dat het zorgt voor protectie en survival
- Veilige haven: een persoon waar een baby altijd naar terug kan komen voor comfort en support
- Proximity maintenance: een baby zoekt nabijheid en wilt geen separatie
- Veilige basis: persoon die een gevoel van bescherming geeft waardoor kinderen vrij de wereld durven
te exploreren en ze altijd naar terug kunnen keren

Verschillende onveilige hechtingsstijlen (veilige hechting = beste):
- Anxious/ambivalente onveilige hechting: inconsistentie en onvoorspelbaarheid. Kinderen zullen vaak
onzeker en angstig zijn over zichzelf, de situaties en ouders en durven niet omgevingen te exploreren
o Ouders zullen bepaalde dagen wel positief reageren op hun kinderen en andere dagen hen
negeren of uitlachen > Weinig routine wat frustrerend en verwarrend werkt op kinderen
- Anxious/avoidant onveilige hechting: inadequaat opvoeden. Kinderen zullen vaak emotioneel
teruggetrokken zijn, met het gevoel dat ze minder waard zijn. Ze zullen vreemden onvriendelijk vinden
en zullen hun omgeving meer onafhankelijk exploreren, zonder separatieangst van ouders
o Verzorgers zijn minder competent, meer overweldigt en wrokkig, en zullen constant falen in het
beschermen van hun kinderen
- Gedesorganiseerde onveilige hechting: kinderen laten gedesorganiseerde gedragingen en emoties
zien relatief tot het behouden van een veilig gevoel > bevriezen in gedrag, dissociëren
o De verzorger wordt gezien als angstaanjagend of kwaadaardig. De verzorger is een bron van
comfort, maar ook een bron van angst.
o Heeft meest negatieve uitkomsten (meer risico op veel stoornissen)
$8.23
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
9 months ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
brittbovee Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
113
Member since
2 year
Number of followers
27
Documents
19
Last sold
1 week ago

3.7

13 reviews

5
4
4
3
3
5
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions