Inleiding in de onderwijs wetenschappen
COLLEGE 1
07-02-2025
Referentiekader en actoren (1)
Microniveau: concrete leersituatie of een specifieke lerende (individueel niveau)
Mesoniveau: school, faculteit, organisatie
Macroniveau: invloed op heel schoolsysteem, vooral vanuit politiek
› Maar: allemaal invloed op elkaar en grenzen niet heel helder
Organisatiedimensies
Actoren: Iedereen die bij scholing betrokken is
- Ze staan nooit volledig neutraal in het onderwijs
- Tegenwoordig overal wel begeleiding
Organisaties: Hoe is het onderwijs georganiseerd (onderwijsstelsel)
- Tijd, infrastructuur
Didactisch handelen: vanuit docent/organisatie vastgesteld
- Doelstellingen, leerstof/methode, toetsing
Leeractiviteiten: Wat meer in de handen ligt van de lerende
- Oefentoetsen, gezamenlijk leren, uitstellen
Context: alles buiten het echte onderwijs dat invloed heeft op het onderwijs
- Politiek / Wetenschap
Referentiekader: Kader gebaseerd op wetenschappelijke data (evidence-
based). De 3 niveau’s
Effect sizes: het verschil als je 2 groepen met elkaar vergelijkt
Meta-analyse: een optelsom van artikelen die min-of-meer hetzelfde hebben
gemeten om zo uitspraken te kunnen doen op niet slechts 1 studie
› Maar: wil niet zeggen dat alle/ meeste studies ook kwaliteit hebben
Referentiekader microniveau (individuele effecten)
- Er zijn veel verschillende soorten lesmanieren die allemaal een eigen
effect hebben
- Microteaching en helderheid docent sterk
- Training/ uitbreiding kennis minder sterk (maar goed getrainde docent = heldere
docent)
- Eigen inschatting en stimuleringsprogramma’s leerlingen is sterk
- Ziekte en persoonlijkheid minder sterk (maar netjes werken= betere inschatting
prestaties)
Referentiekader mesoniveau (organisatie effecten)
- Versnellingsprogamma’s / op gedrag gerichte interventies sterk organisatorisc
h
- Prestatiegroeperingen en inclusief onderwijs minder sterk (maar wat nou als
we interventies richten op gedrag van prestatiegroep)
- Aanleren metacognitie en formatieve evaluatie sterk Instructi
- Mentoren en bevorderen student controle minder sterk (maar ruimte voor e
controle goed, DE controle niet)
Referentiekader macroniveau (context effecten)
- Geen meta analyses mogelijk op dit niveau, politiek geeft alle invulling
- Draait vooral om kwalificaties en competenties, elke zoveel jaar
zelfsoortige vaardigheden met andere namen (bv tweede fase)
Je kan inzetten op de hoogste effecten van interventies, maar je moet kijken naar
context
Potentiële impact: de mogelijke impact die het kan hebben
Gerealiseerde impact: de kwaliteit van de interventie
, Adviesrapport van de onderwijsraad (“leerling staat centraal”) > gaat om
politiek, minder wetenschappelijk bewijs. Aanleiding:
- Flexibiliteit in het onderwijs belangrijk
- Aansluiten bij individu leerling verhoogt motivatie leerling
- Meer gelijke kansen in het onderwijs
Differentiatie: Rekening te houden met de individuele verschillen en dan
onderwijs aanpassen
› Prestatiegroepen: indelen op niveau (werkt goed voor slechte leerlingen
in lage groepen niet voor goede leerlingen in hoge groepen)
Verantwoordelijkheid: wie heeft dit als je de beslissingen legt bij leerlingen zelf
Betaalbaar: we moeten realistisch blijven
Flexibele leerroutes: het idee dat er moeten meer onderwijspaden komen (chaos)
COLLEGE 2
11-02-25
Onderwijs en overheid (2)
Artikel 23 in wetboek: alles over vrijheid van onderwijs (in NL veel)
Formele onderwijs → Openbaar Onderwijs: gaat vanuit de gemeenten (voor
iedereen)
→ Bijzonder Onderwijs: gaat vanuit private organisaties (bv
christelijk)
Tegenovergestelde blik→ B.O. zorgt voor meer separatie in onze diverse
maatschappij, maar B.O. zorgt voor betere thuissituatie (door meer samenhang in gezin)
In NL betaald de overheid het onderwijs, daarom hebben ze er zeggenschap
over(overheidszorg)
› Bekostiging initiële onderwijs
› Regels voor bekwaamheid onderwijsgevenden
› Waarborgen kwaliteit
› Waarborgen toegankelijkheid
› Waarborgen van vrijheid van onderwijs
› Waarborgen van samenhang in het onderwijsbestel
› Bewaken van het civiele effect van diploma’s
› Bewaken van besteding
› Internationale verplichtingen
Vrijheid van stichting: iedereen mag een school stichten,
Vrijheid van richting: vrijheid om op basis van een overtuiging het onderwijs
verder in te richten
Vrijheid van inrichting: onderhavig, onderwijsconcepten, rooster, manier van
lesgeven ect.
De staat van onderwijs rapport: rapport over onderwijskwaliteit in ons land
› Zorgen om kwaliteit scholen funderend onderwijs
› Besturen moeten ambities en doelen formuleren
› Weten nog te weinig over kwaliteit MBO
› Hoger Onderwijs is grotendeels op orde.
COLLEGE 1
07-02-2025
Referentiekader en actoren (1)
Microniveau: concrete leersituatie of een specifieke lerende (individueel niveau)
Mesoniveau: school, faculteit, organisatie
Macroniveau: invloed op heel schoolsysteem, vooral vanuit politiek
› Maar: allemaal invloed op elkaar en grenzen niet heel helder
Organisatiedimensies
Actoren: Iedereen die bij scholing betrokken is
- Ze staan nooit volledig neutraal in het onderwijs
- Tegenwoordig overal wel begeleiding
Organisaties: Hoe is het onderwijs georganiseerd (onderwijsstelsel)
- Tijd, infrastructuur
Didactisch handelen: vanuit docent/organisatie vastgesteld
- Doelstellingen, leerstof/methode, toetsing
Leeractiviteiten: Wat meer in de handen ligt van de lerende
- Oefentoetsen, gezamenlijk leren, uitstellen
Context: alles buiten het echte onderwijs dat invloed heeft op het onderwijs
- Politiek / Wetenschap
Referentiekader: Kader gebaseerd op wetenschappelijke data (evidence-
based). De 3 niveau’s
Effect sizes: het verschil als je 2 groepen met elkaar vergelijkt
Meta-analyse: een optelsom van artikelen die min-of-meer hetzelfde hebben
gemeten om zo uitspraken te kunnen doen op niet slechts 1 studie
› Maar: wil niet zeggen dat alle/ meeste studies ook kwaliteit hebben
Referentiekader microniveau (individuele effecten)
- Er zijn veel verschillende soorten lesmanieren die allemaal een eigen
effect hebben
- Microteaching en helderheid docent sterk
- Training/ uitbreiding kennis minder sterk (maar goed getrainde docent = heldere
docent)
- Eigen inschatting en stimuleringsprogramma’s leerlingen is sterk
- Ziekte en persoonlijkheid minder sterk (maar netjes werken= betere inschatting
prestaties)
Referentiekader mesoniveau (organisatie effecten)
- Versnellingsprogamma’s / op gedrag gerichte interventies sterk organisatorisc
h
- Prestatiegroeperingen en inclusief onderwijs minder sterk (maar wat nou als
we interventies richten op gedrag van prestatiegroep)
- Aanleren metacognitie en formatieve evaluatie sterk Instructi
- Mentoren en bevorderen student controle minder sterk (maar ruimte voor e
controle goed, DE controle niet)
Referentiekader macroniveau (context effecten)
- Geen meta analyses mogelijk op dit niveau, politiek geeft alle invulling
- Draait vooral om kwalificaties en competenties, elke zoveel jaar
zelfsoortige vaardigheden met andere namen (bv tweede fase)
Je kan inzetten op de hoogste effecten van interventies, maar je moet kijken naar
context
Potentiële impact: de mogelijke impact die het kan hebben
Gerealiseerde impact: de kwaliteit van de interventie
, Adviesrapport van de onderwijsraad (“leerling staat centraal”) > gaat om
politiek, minder wetenschappelijk bewijs. Aanleiding:
- Flexibiliteit in het onderwijs belangrijk
- Aansluiten bij individu leerling verhoogt motivatie leerling
- Meer gelijke kansen in het onderwijs
Differentiatie: Rekening te houden met de individuele verschillen en dan
onderwijs aanpassen
› Prestatiegroepen: indelen op niveau (werkt goed voor slechte leerlingen
in lage groepen niet voor goede leerlingen in hoge groepen)
Verantwoordelijkheid: wie heeft dit als je de beslissingen legt bij leerlingen zelf
Betaalbaar: we moeten realistisch blijven
Flexibele leerroutes: het idee dat er moeten meer onderwijspaden komen (chaos)
COLLEGE 2
11-02-25
Onderwijs en overheid (2)
Artikel 23 in wetboek: alles over vrijheid van onderwijs (in NL veel)
Formele onderwijs → Openbaar Onderwijs: gaat vanuit de gemeenten (voor
iedereen)
→ Bijzonder Onderwijs: gaat vanuit private organisaties (bv
christelijk)
Tegenovergestelde blik→ B.O. zorgt voor meer separatie in onze diverse
maatschappij, maar B.O. zorgt voor betere thuissituatie (door meer samenhang in gezin)
In NL betaald de overheid het onderwijs, daarom hebben ze er zeggenschap
over(overheidszorg)
› Bekostiging initiële onderwijs
› Regels voor bekwaamheid onderwijsgevenden
› Waarborgen kwaliteit
› Waarborgen toegankelijkheid
› Waarborgen van vrijheid van onderwijs
› Waarborgen van samenhang in het onderwijsbestel
› Bewaken van het civiele effect van diploma’s
› Bewaken van besteding
› Internationale verplichtingen
Vrijheid van stichting: iedereen mag een school stichten,
Vrijheid van richting: vrijheid om op basis van een overtuiging het onderwijs
verder in te richten
Vrijheid van inrichting: onderhavig, onderwijsconcepten, rooster, manier van
lesgeven ect.
De staat van onderwijs rapport: rapport over onderwijskwaliteit in ons land
› Zorgen om kwaliteit scholen funderend onderwijs
› Besturen moeten ambities en doelen formuleren
› Weten nog te weinig over kwaliteit MBO
› Hoger Onderwijs is grotendeels op orde.