Hoorcollege staatsrecht
Week 13
Staatsvormen
Bij de regeringsvorm gaat het om hoe de macht op centraal niveau is geformuleerd.
Bijvoorbeeld of er sprake is van een monarchie, republiek. Bij een staatsvorm wordt er
gekeken hoe de staats als geheel is geformuleerd. Er wordt gekeken hoe de staat is
ingericht. Het gaat om de verhouding tussen de centrale overheid en de andere overheden.
In Europa zijn er twee hoofdvormingen bij de staatsvormen, namelijk:
1. Unitarisme;
Nederland is een goed voorbeeld van unitarisme. Het gaat dan om een
eenheidsstaat/centraal gezag. Het unitarisme is ontstaan in Frankrijk. Unitarisme is
eenheid van centraal sterk gezag. Het Verenigd Koninkrijk is ook unitaristisch, maar
zij krijgen ook elementen van federalisme.
Er zijn meerdere overheden. De lagere overheden hebben ook bevoegdheden op het
niveau van wetgeving. De bevoegdheden van de lagere overheden zijn niet exclusief.
De lagere overheden hebben geen eigen bevoegdheden die grondwettelijk zijn
gewaarborgd. De bevoegdheden kunnen worden afgepakt. De centrale overheid kan
die bevoegdheden aan zichzelf toe eigenen.
In een eenheidsstaat is er vergaand toezicht op de lagere overheden. Dit is naast de
niet eigen bevoegdheden van de lagere overheden een tweede kenmerk van de
eenheidsstaat.
2. Federalisme.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen de zwakkere vorm van het federalisme
en de federale staat.
Bij de zwakke vorm gaat het om een statenbond. Hierbij werken de soevereine staten
samen op basis van een verdrag. De republiek der verenigde Nederlanden is hier
een voorbeeld van. Ook de Europese Unie is een statenbond, maar zij gaan wel in de
richting van sterk federalisme. De Europese Unie is eigenlijk tussen de statenbond en
de federale staat.
Bij de federale staat is er één staat. Een federale staat wordt ook wel een bondstaat
genoemd. Duitsland, de Verenigde Staten, Canada, Oostenrijk, België en Zwitserland
zijn federale staten.
Algemene kenmerken Duitse federalisme
Een federale staat is een tweeledige staat. Dit houdt in dat er een samengestelde staat is. Er
zijn twee niveaus, namelijk het centrale niveau/bondsniveau en het deelstatenniveau.
Duitsland heeft 16 deelstaten. De staat als geheel, de Bondsrepubliek Duitsland, en de
deelstaten. De deelstaten bezitten alle kenmerken van een staat. De deelstaten hebben een
eigen Grondwet, eigen regering, eigen parlement, eigen minister-president en een eigen
rechterlijke macht. Echter, de deelstaten hebben geen volledige soevereiniteit. Zij maken
namelijk deel uit van een overkoepelende staat, de Duitse Bondsrepubliek. Zij vormen
samen een eenheid. Ook bezitten de deelstaten niet de volledigheid van bevoegdheden. Zo
mogen zij alleen verdragen sluiten met toestemming van de staat als geheel.
De grondwet verdeelt de bevoegdheden tussen de federale overheid en de deelstaten. Hier
gaat het om exclusieve bevoegdheden. In Nederland is er niks geregeld over exclusieve
bevoegden.
De deelstaten moeten loyaal zijn aan elkaar. De samenwerking in een federale staat eist
loyaliteit. Een inbreuk op de soevereiniteit van de deelstaten is dan dat het federale recht
doorwerkt in de deelstaten en voorrang heeft. Zo wordt de eenheid van de staat bereikt en
bevordert. De wetgeving van de federale staat is ook hoger dan de deelstaten wetgeving.
In een federale staat met een bevoegdheidsverdeling van exclusieve bevoegdheden kunnen
competentiegeschillen ontstaan. Daarom heeft Duitsland een constitutioneel hof die over
deze competentiegeschillen beslist.
,De deelstaten werken met elkaar samen in de federatie en de deelstaten hebben ook
zeggenschap op nationaal niveau. De deelstaten zitten in de bondsraad. De bondsraad geldt
als een vertegenwoordiging van de deelstaten. Dit is te vergelijken met de Eerste Kamer in
Nederland.
Historische achtergrond federalisme in Duitsland
Het federalisme heeft een lange traditie in Duitsland. Vanaf 1871 is Duitsland een federale
staat. Hitler schafte in 1933 de Federale staat af. De deelstaten werden opgeheven en
Duitsland werd toen een eenheidstaat. Na de Tweede Wereld oorlog wil men snel terug naar
de federale staat. Het voordeel van een federale staat is dat concentratie van staatsmacht
wordt voorkomen. De macht wordt verdeeld over de centrale overheid en de deelstaten.
Ook stellen de Duitsers dat burger meer zeggenschap hebben, omdat de burgers
zeggenschap hebben op deelstaatniveau en op centraal niveau. Tevens brengt het
federalisme het bestuur dichter bij de burgers op deelstaatniveau.
Het federalisme is vooral geschikt voor grote landen. Nederland is te klein voor het
federalisme.
Staatsvorm Bondsrepubliek Duitsland
In art. 20 Grondwet is bepaald dat Duitsland een democratische sociale bondstaat is. Dit
maakt dat het federalisme een van de belangrijkste principes is voor de Duitse staat. De
andere principes zijn democratisch en sociaal.
Tevens is in art. 79.3 Grondwet bepaald dat bepaalde principes in de Duitse grondwet niet
kunnen worden veranderd. Bijvoorbeeld het principe van de federale staat. Dus dat Duitsland
een federale staat is, mag niet worden veranderd. Dit geldt ook voor het principe van
waardigheid van de burgers (art. 1 Grondwet). Deze bepaling wordt een
eeuwigheidsgarantie genoemd. Deze principes zijn onveranderlijk. Zo’n bepaling komt niet in
veel Grondwetten voor.
Deze bepaling geeft ook aan dat er grenzen zijn aan de federalisering van de Europese
Unie. Volgens de Duitse grondwet is het onmogelijk om van de Europese Unie één Europese
staat te maken. Europa kan bestaat en federaliseren, maar het kan nooit zo vergaan dat de
lidstaten opgaan in één nieuwe federale staat.
Uitgangspunt voor verdeling van bevoegdheden
De deelstaten hebben allen kenmerken van een staat. Dit maakt dat de deelstaten
substantiële wetgeving, uitspraak en rechtspraak kunnen doen. Het is van belang dat alle
drie de overheidsfuncties substantiële worden uitgeoefend op deelstaat niveau. De
deelstaten hebben dus ook de bevoegdheid om verdragen te sluiten.
In Duitsland gaat het zo ver dat de deelstaten ook een eigen landvorm hebben.
Art. 30 Grondwet geeft het uitgangspunt van de bevoegdheidsverdeling. Het uitgangspunt is
dat in beginsel overheidsbevoegdheden toekomen aan de deelstaten, tenzij de Grondwet
anders bepaald.
Hoe zijn de wetgevingsbevoegdheden verdeeld?
Hierbij is art. 70 Grondwet van belang. De wetgevingsbevoegdheid komt toe aan de
deelstaten, tenzij de Grondwet anders bepaald. Dus deelstaten hebben de algemene
wetgevingsbevoegdheid. Vervolgens bepalen art. 71 en 73 Gw een aantal onderwerpen
waarbij de federale overheid bevoegd is. Hierbij moet men denken aan de buitenlandse
betrekkingen, de Duitse nationaliteit, defensie en de financiën. Ook de bestrijding van
internationaal terrorisme valt onder de aangelegenheden van de federale wetgeving.
Ook is er een tussencategorie. Bij deze categorie geldt het uitgangspunt in beginsel beide
overheden bevoegd zijn. De bond en de deelstaten zijn bevoegd. Dit wordt de concurrerende
wetgevingsbevoegdheid genoemd. Het is dan de vraag wie mag dan wat? Het kan niet zo
zijn dat beide dan bevoegd zijn. Als de federale wetgeving actief wordt, dan zijn de
deelstaten niet meer bevoegd. Dus in beginsel zijn de bond en de deelstaten bevoegd, maar
als de bond op een bepaald gebied een wet uitvaardigt dan zijn de deelstaten niet meer
,bevoegd. De bond mag dan alleen een wet maken als dat in belang is voor de eenheid van
de rechtsorde. Welke bevoegdheden vallen onder de concurrerende wetgevingsbevoegdheid
is bepaald in art. 74 Grondwet. Op vrijwel al deze onderwerpen in de Duitse federale staat
actief geworden. De deelstaten zijn gaan klagen, omdat zij bijna geen bevoegdheden meer
hebben doordat de federale staat op veel gebieden actief is geworden. Daarom zijn een
aantal onderwerpen bepaald, waarbij er sprake is van een concurrerende bevoegdheid en
waarbij de deelstaten kunnen afwijken van de wetgeving op federaalniveau. Dit is vooral op
het terrein van natuur en ruimtelijke ordening. Hier is er een doorbreking van het beginsel dat
federale wetgeving voorrang heeft. Hier gaat art. 72 lid 3 Grondwet er van uit dat
deelstaatwetgeving kan afwijken van de federale wetgeving.
Hoe zijn de bestuursbevoegdheden geregeld?
Bij de uitvoerende macht ziet men heel sterk het federalisme. De federale wetten worden niet
door de federale overheid uitgevoerd, maar door de deelstaten (art. 83 Grondwet). Er is in
Duitsland geen grote federale uitvoeringsmacht. De wetten worden uitgevoerd door de
deelstaten. De federale overheid houdt dan wel toezicht op de deelstaten (art. 84 Grondwet).
Het uitgangspunt is dat buitenlandse betrekkingen door de federale overheid worden
behartigd, maar de deelstaten kunnen wel verdragen sluiten. Echter, deze
verdagsbevoegdheid is beperkt. De deelstaten mogen een verdrag sluiten, maar zij hebben
wel altijd toestemming nodig van de federale staat.
Hoe zijn de bevoegdheden van de rechtspraak verdeeld?
Ook hier is het federalisme sterkt verankerd. Op grond van art. 92 Gw wordt de rechterlijke
macht uitgeoefend door rechters en er zijn twee soorten rechterlijke instanties, namelijk de
instanties van de deelstaten en de instanties van de federale staat. De rechtspraak in eerste
instantie en in hoger beroep vindt plaats in de deelstaten. Op federaal niveau zit de hoogste
rechter. Dit is het constitutionele hof. Echter, de meeste deelstaten hebben ook een eigen
constitutioneel hof.
Conclusie van de verdeling van bevoegdheden
Bij wetgeving valt de verdeling van de bevoegdheden heel erg tegen. Bij wetgeving heeft de
federale overheid veel bevoegdheden. Dit is goed te vergelijken met Nederland.
Het echte federalisme is te zien bij bestuur en rechtspraak. Op bestuursniveau wordt alle
wetgeving uitgevoerd door de deelstaten. Daarnaast wordt een heel groot deel van de
rechtspraken gedaan op deelstaatniveau. Dit is eigenlijk net zo in Nederland. In Nederland
worden heel veel zaken afgedaan bij de rechtbank en maar heel weinig zaken komen bij de
Hoge Raad.
Overige principes Duits federalisme
Ten eerste is er het principe van loyaliteit. Loyaliteit is niet opgenomen in de Grondwet. Dit is
een rechtsplicht die volgt uit de rechtspraak van het constitutionele hof. Loyaliteit houdt in dat
de deelstaten elkaar financieel en ook op andere manieren moeten ondersteunen.
Daarnaast is er het principe van de Homogeniteit. Dit is geregeld in art. 28 Gw. De
homogeniteit betekent dat elke Duitse staat een democratie is. Elke deelstaat is een
rechtsstaat, republiek en heeft een regering en parlement. Homogeniteit betekent ook
grondrechten. Elke deelstaat moet een grondwet hebben met grondrechten. De deelstaten
zijn vrij om grondrechten te maken.
Tevens is er bondsinvloed. De federale overheid houdt toezicht op de uitvoering van wetten
en in sommige gevallen kan de federale overheid ingrijpen. Dit kan bijvoorbeeld bij
crisissituaties.
Bovendien is er de voorrang van federale wetgeving boven deelstaat wetgeving (art. 31
Grondwet).
Tot slot is de zeggenschap van de deelstaten in de federale overheid gerealiseerd in de
bondsraad. In een bondsraad zitten geen gekozen volksvertegenwoordigers. In de
, bondsraad zitten ministers van de deelstaatregering. Zo hebben de deelstaten in spraak op
federaal niveau.
Week 13
Staatsvormen
Bij de regeringsvorm gaat het om hoe de macht op centraal niveau is geformuleerd.
Bijvoorbeeld of er sprake is van een monarchie, republiek. Bij een staatsvorm wordt er
gekeken hoe de staats als geheel is geformuleerd. Er wordt gekeken hoe de staat is
ingericht. Het gaat om de verhouding tussen de centrale overheid en de andere overheden.
In Europa zijn er twee hoofdvormingen bij de staatsvormen, namelijk:
1. Unitarisme;
Nederland is een goed voorbeeld van unitarisme. Het gaat dan om een
eenheidsstaat/centraal gezag. Het unitarisme is ontstaan in Frankrijk. Unitarisme is
eenheid van centraal sterk gezag. Het Verenigd Koninkrijk is ook unitaristisch, maar
zij krijgen ook elementen van federalisme.
Er zijn meerdere overheden. De lagere overheden hebben ook bevoegdheden op het
niveau van wetgeving. De bevoegdheden van de lagere overheden zijn niet exclusief.
De lagere overheden hebben geen eigen bevoegdheden die grondwettelijk zijn
gewaarborgd. De bevoegdheden kunnen worden afgepakt. De centrale overheid kan
die bevoegdheden aan zichzelf toe eigenen.
In een eenheidsstaat is er vergaand toezicht op de lagere overheden. Dit is naast de
niet eigen bevoegdheden van de lagere overheden een tweede kenmerk van de
eenheidsstaat.
2. Federalisme.
Er kan onderscheid worden gemaakt tussen de zwakkere vorm van het federalisme
en de federale staat.
Bij de zwakke vorm gaat het om een statenbond. Hierbij werken de soevereine staten
samen op basis van een verdrag. De republiek der verenigde Nederlanden is hier
een voorbeeld van. Ook de Europese Unie is een statenbond, maar zij gaan wel in de
richting van sterk federalisme. De Europese Unie is eigenlijk tussen de statenbond en
de federale staat.
Bij de federale staat is er één staat. Een federale staat wordt ook wel een bondstaat
genoemd. Duitsland, de Verenigde Staten, Canada, Oostenrijk, België en Zwitserland
zijn federale staten.
Algemene kenmerken Duitse federalisme
Een federale staat is een tweeledige staat. Dit houdt in dat er een samengestelde staat is. Er
zijn twee niveaus, namelijk het centrale niveau/bondsniveau en het deelstatenniveau.
Duitsland heeft 16 deelstaten. De staat als geheel, de Bondsrepubliek Duitsland, en de
deelstaten. De deelstaten bezitten alle kenmerken van een staat. De deelstaten hebben een
eigen Grondwet, eigen regering, eigen parlement, eigen minister-president en een eigen
rechterlijke macht. Echter, de deelstaten hebben geen volledige soevereiniteit. Zij maken
namelijk deel uit van een overkoepelende staat, de Duitse Bondsrepubliek. Zij vormen
samen een eenheid. Ook bezitten de deelstaten niet de volledigheid van bevoegdheden. Zo
mogen zij alleen verdragen sluiten met toestemming van de staat als geheel.
De grondwet verdeelt de bevoegdheden tussen de federale overheid en de deelstaten. Hier
gaat het om exclusieve bevoegdheden. In Nederland is er niks geregeld over exclusieve
bevoegden.
De deelstaten moeten loyaal zijn aan elkaar. De samenwerking in een federale staat eist
loyaliteit. Een inbreuk op de soevereiniteit van de deelstaten is dan dat het federale recht
doorwerkt in de deelstaten en voorrang heeft. Zo wordt de eenheid van de staat bereikt en
bevordert. De wetgeving van de federale staat is ook hoger dan de deelstaten wetgeving.
In een federale staat met een bevoegdheidsverdeling van exclusieve bevoegdheden kunnen
competentiegeschillen ontstaan. Daarom heeft Duitsland een constitutioneel hof die over
deze competentiegeschillen beslist.
,De deelstaten werken met elkaar samen in de federatie en de deelstaten hebben ook
zeggenschap op nationaal niveau. De deelstaten zitten in de bondsraad. De bondsraad geldt
als een vertegenwoordiging van de deelstaten. Dit is te vergelijken met de Eerste Kamer in
Nederland.
Historische achtergrond federalisme in Duitsland
Het federalisme heeft een lange traditie in Duitsland. Vanaf 1871 is Duitsland een federale
staat. Hitler schafte in 1933 de Federale staat af. De deelstaten werden opgeheven en
Duitsland werd toen een eenheidstaat. Na de Tweede Wereld oorlog wil men snel terug naar
de federale staat. Het voordeel van een federale staat is dat concentratie van staatsmacht
wordt voorkomen. De macht wordt verdeeld over de centrale overheid en de deelstaten.
Ook stellen de Duitsers dat burger meer zeggenschap hebben, omdat de burgers
zeggenschap hebben op deelstaatniveau en op centraal niveau. Tevens brengt het
federalisme het bestuur dichter bij de burgers op deelstaatniveau.
Het federalisme is vooral geschikt voor grote landen. Nederland is te klein voor het
federalisme.
Staatsvorm Bondsrepubliek Duitsland
In art. 20 Grondwet is bepaald dat Duitsland een democratische sociale bondstaat is. Dit
maakt dat het federalisme een van de belangrijkste principes is voor de Duitse staat. De
andere principes zijn democratisch en sociaal.
Tevens is in art. 79.3 Grondwet bepaald dat bepaalde principes in de Duitse grondwet niet
kunnen worden veranderd. Bijvoorbeeld het principe van de federale staat. Dus dat Duitsland
een federale staat is, mag niet worden veranderd. Dit geldt ook voor het principe van
waardigheid van de burgers (art. 1 Grondwet). Deze bepaling wordt een
eeuwigheidsgarantie genoemd. Deze principes zijn onveranderlijk. Zo’n bepaling komt niet in
veel Grondwetten voor.
Deze bepaling geeft ook aan dat er grenzen zijn aan de federalisering van de Europese
Unie. Volgens de Duitse grondwet is het onmogelijk om van de Europese Unie één Europese
staat te maken. Europa kan bestaat en federaliseren, maar het kan nooit zo vergaan dat de
lidstaten opgaan in één nieuwe federale staat.
Uitgangspunt voor verdeling van bevoegdheden
De deelstaten hebben allen kenmerken van een staat. Dit maakt dat de deelstaten
substantiële wetgeving, uitspraak en rechtspraak kunnen doen. Het is van belang dat alle
drie de overheidsfuncties substantiële worden uitgeoefend op deelstaat niveau. De
deelstaten hebben dus ook de bevoegdheid om verdragen te sluiten.
In Duitsland gaat het zo ver dat de deelstaten ook een eigen landvorm hebben.
Art. 30 Grondwet geeft het uitgangspunt van de bevoegdheidsverdeling. Het uitgangspunt is
dat in beginsel overheidsbevoegdheden toekomen aan de deelstaten, tenzij de Grondwet
anders bepaald.
Hoe zijn de wetgevingsbevoegdheden verdeeld?
Hierbij is art. 70 Grondwet van belang. De wetgevingsbevoegdheid komt toe aan de
deelstaten, tenzij de Grondwet anders bepaald. Dus deelstaten hebben de algemene
wetgevingsbevoegdheid. Vervolgens bepalen art. 71 en 73 Gw een aantal onderwerpen
waarbij de federale overheid bevoegd is. Hierbij moet men denken aan de buitenlandse
betrekkingen, de Duitse nationaliteit, defensie en de financiën. Ook de bestrijding van
internationaal terrorisme valt onder de aangelegenheden van de federale wetgeving.
Ook is er een tussencategorie. Bij deze categorie geldt het uitgangspunt in beginsel beide
overheden bevoegd zijn. De bond en de deelstaten zijn bevoegd. Dit wordt de concurrerende
wetgevingsbevoegdheid genoemd. Het is dan de vraag wie mag dan wat? Het kan niet zo
zijn dat beide dan bevoegd zijn. Als de federale wetgeving actief wordt, dan zijn de
deelstaten niet meer bevoegd. Dus in beginsel zijn de bond en de deelstaten bevoegd, maar
als de bond op een bepaald gebied een wet uitvaardigt dan zijn de deelstaten niet meer
,bevoegd. De bond mag dan alleen een wet maken als dat in belang is voor de eenheid van
de rechtsorde. Welke bevoegdheden vallen onder de concurrerende wetgevingsbevoegdheid
is bepaald in art. 74 Grondwet. Op vrijwel al deze onderwerpen in de Duitse federale staat
actief geworden. De deelstaten zijn gaan klagen, omdat zij bijna geen bevoegdheden meer
hebben doordat de federale staat op veel gebieden actief is geworden. Daarom zijn een
aantal onderwerpen bepaald, waarbij er sprake is van een concurrerende bevoegdheid en
waarbij de deelstaten kunnen afwijken van de wetgeving op federaalniveau. Dit is vooral op
het terrein van natuur en ruimtelijke ordening. Hier is er een doorbreking van het beginsel dat
federale wetgeving voorrang heeft. Hier gaat art. 72 lid 3 Grondwet er van uit dat
deelstaatwetgeving kan afwijken van de federale wetgeving.
Hoe zijn de bestuursbevoegdheden geregeld?
Bij de uitvoerende macht ziet men heel sterk het federalisme. De federale wetten worden niet
door de federale overheid uitgevoerd, maar door de deelstaten (art. 83 Grondwet). Er is in
Duitsland geen grote federale uitvoeringsmacht. De wetten worden uitgevoerd door de
deelstaten. De federale overheid houdt dan wel toezicht op de deelstaten (art. 84 Grondwet).
Het uitgangspunt is dat buitenlandse betrekkingen door de federale overheid worden
behartigd, maar de deelstaten kunnen wel verdragen sluiten. Echter, deze
verdagsbevoegdheid is beperkt. De deelstaten mogen een verdrag sluiten, maar zij hebben
wel altijd toestemming nodig van de federale staat.
Hoe zijn de bevoegdheden van de rechtspraak verdeeld?
Ook hier is het federalisme sterkt verankerd. Op grond van art. 92 Gw wordt de rechterlijke
macht uitgeoefend door rechters en er zijn twee soorten rechterlijke instanties, namelijk de
instanties van de deelstaten en de instanties van de federale staat. De rechtspraak in eerste
instantie en in hoger beroep vindt plaats in de deelstaten. Op federaal niveau zit de hoogste
rechter. Dit is het constitutionele hof. Echter, de meeste deelstaten hebben ook een eigen
constitutioneel hof.
Conclusie van de verdeling van bevoegdheden
Bij wetgeving valt de verdeling van de bevoegdheden heel erg tegen. Bij wetgeving heeft de
federale overheid veel bevoegdheden. Dit is goed te vergelijken met Nederland.
Het echte federalisme is te zien bij bestuur en rechtspraak. Op bestuursniveau wordt alle
wetgeving uitgevoerd door de deelstaten. Daarnaast wordt een heel groot deel van de
rechtspraken gedaan op deelstaatniveau. Dit is eigenlijk net zo in Nederland. In Nederland
worden heel veel zaken afgedaan bij de rechtbank en maar heel weinig zaken komen bij de
Hoge Raad.
Overige principes Duits federalisme
Ten eerste is er het principe van loyaliteit. Loyaliteit is niet opgenomen in de Grondwet. Dit is
een rechtsplicht die volgt uit de rechtspraak van het constitutionele hof. Loyaliteit houdt in dat
de deelstaten elkaar financieel en ook op andere manieren moeten ondersteunen.
Daarnaast is er het principe van de Homogeniteit. Dit is geregeld in art. 28 Gw. De
homogeniteit betekent dat elke Duitse staat een democratie is. Elke deelstaat is een
rechtsstaat, republiek en heeft een regering en parlement. Homogeniteit betekent ook
grondrechten. Elke deelstaat moet een grondwet hebben met grondrechten. De deelstaten
zijn vrij om grondrechten te maken.
Tevens is er bondsinvloed. De federale overheid houdt toezicht op de uitvoering van wetten
en in sommige gevallen kan de federale overheid ingrijpen. Dit kan bijvoorbeeld bij
crisissituaties.
Bovendien is er de voorrang van federale wetgeving boven deelstaat wetgeving (art. 31
Grondwet).
Tot slot is de zeggenschap van de deelstaten in de federale overheid gerealiseerd in de
bondsraad. In een bondsraad zitten geen gekozen volksvertegenwoordigers. In de
, bondsraad zitten ministers van de deelstaatregering. Zo hebben de deelstaten in spraak op
federaal niveau.