Inhoudsopgave
Huiswerkopdrachten .................................................................................................................... 2
Hoorcolleges ................................................................................................................................ 8
Hoorcollege week 6, deel 1...............................................................................................................8
Hoorcollege week 6, deel 2 (samengevat)........................................................................................ 16
Hoorcollege week 6, deel 3 (samengevat)........................................................................................ 21
Literatuur ....................................................................................................................................30
H15 repeated-measures designs .................................................................................................... 30
H16 Mixed Designs en Analyse in SPSS ........................................................................................... 54
,Huiswerkopdrachten
Within-Subject Designs
1A: Wat is het verschil tussen een between-subjects factor en een within-subjects factor?
➢ Een between-subjects factor
= een categorische onafhankelijke variabele waarbij verschillende deelnemers in
verschillende experimentele condities zitten.
➢ Een within-subjects factor
= een categorische onafhankelijke variabele waarbij dezelfde deelnemers meerdere keren
worden gemeten in verschillende condities.
1B: Wat zijn de voordelen van een within-subjects ontwerp?
➢ Efficiënter
=Minder deelnemers nodig omdat dezelfde deelnemers aan alle condities deelnemen.
➢ Grotere statistische power
= Omdat verschillen binnen dezelfde deelnemers worden gemeten, is de variabiliteit lager.
➢ Geen invloed van individuele kenmerken
= Omdat dezelfde deelnemers alle condities doorlopen, elimineren kenmerken zoals leeftijd
en IQ mogelijke vertekening.
1C: Wat zijn de nadelen van een within-subjects ontwerp?
➢ Oefeneffecten en vermoeidheid
=Deelnemers kunnen door herhaling beter worden of juist vermoeid raken.
➢ Demand characteristics
=Deelnemers kunnen doorhebben wat het doel van het onderzoek is.
➢ Carryover-effecten
=De volgorde waarin condities worden gepresenteerd, kan invloed hebben op de resultaten.
Dit kan verminderd worden door counterbalancing.
1D: Wat wordt bedoeld met het aantal niveaus (levels) van een factor?
➢ Het aantal levels= verwijst naar het aantal experimentele condities binnen een factor.
➢ Een experimentele conditie = een specifieke situatie waaraan een deelnemer wordt
blootgesteld.
❖ De gemiddelden van de condities worden vergeleken en de verschillen tussen deze
gemiddelden worden getest met herhaalde metingen ANOVA.
1E: Geef een voorbeeld van een factorieel herhaalde metingen ANOVA met twee within-
subjects factoren.
➢ Bijvoorbeeld een onderzoek naar een wiskundecursus waarbij tijd (pretest, posttest, follow-
up) en type toetsvraag (vermenigvuldiging of deling) als within-subjects factoren worden
gebruikt.
,1F: Hoeveel effecten kunnen worden getest in een twee-weg factorieel herhaalde metingen
ANOVA?
➢ Twee hoofdeffecten:
❖ Effect van factor A (bijv. tijd).
❖ Effect van factor B (bijv. type toetsvraag).
➢ Interactie-effect: Interactie tussen factor A en factor B (bijv. varieert het effect van tijd per
type toetsvraag?).
1G: Welke follow-up strategieën kunnen worden toegepast?
➢ Post-hoc paarvergelijkingen
= Vergelijken van de gemiddelden tussen condities.
➢ Geplande contrasten
= Specifieke hypothesen over de verschillen tussen condities testen.
➢ Simple effects analysis
= Kijken of het effect van een factor verschilt per niveau van een andere factor.
Repeated Measures ANOVA, Univariate Approach
2A: Welke aanname wordt gemaakt in de univariate teststatistieken maar niet in de
multivariate teststatistieken?
De sfericiteitsassumptie: De varianties van de verschillen tussen alle niveaus van de binnen-
subjects factor moeten gelijk zijn.
2B: Wanneer is deze assumptie NIET relevant?
Wanneer er slechts twee niveaus zijn binnen de within-subjects factor, omdat er dan maar één
set verschillen is.
2C: Welke tabel toont de hoofdresultaten van de herhaalde metingen ANOVA in SPSS?
De "Tests of Within-Subjects Effects"-tabel.
2D: Welke tabellen in SPSS tonen de follow-up tests?
➢ "Tests of Within-Subjects Contrasts" voor geplande contrasten.
❖ NB: deze tests gebruiken verschillende schattingen van de MS_residual op basis van de
variantie van de verschil scores voor die specifieke combinatie.
➢ "Pairwise Comparisons" voor post-hoc paarvergelijkingen.
❖ Deze tests gebruiken afzonderlijke error-termen.
2E: Wat betekent de waarde van epsilon (ε)?
➢ Epsilon geeft de mate van sfericiteit aan:
❖ Epsilon dicht bij 1: Sfericiteit is aanwezig.
❖ Epsilon < 1: Correcties nodig (bijv. Greenhouse-Geisser of Huynh-Feldt).
➢ SPSS geeft meerdere epsilon-waarden omdat er verschillende correctiemethoden zijn.
, 2F: Welke aangepaste F-tests zijn beschikbaar en wanneer moeten ze worden gebruikt?
➢ Uncorrected F-test: Als sfericiteit aanwezig is.
➢ Huynh-Feldt correctie: Bij lichte schending van sfericiteit (0.75 < ε < 0.95).
➢ Greenhouse-Geisser correctie: Bij sterke schending van sfericiteit (ε < 0.75).
➢ Multivariate test: Als ε < 0.70 en voldoende grote steekproef.
Mixed Design I
3B: Welk type ANOVA is geschikt voor het gegeven onderzoek?
Three-way mixed ANOVA (een mix van between- en within-subjects factoren).
3C: Hoeveel effecten worden getest in de hoofdanalyse?
• Drie hoofdeffecten:
1. Groep (between-subjects: PC vs. traditioneel).
2. Type som (within-subjects: vermenigvuldigen, delen, aftrekken).
3. Tijd (within-subjects: pre, post, follow-up).
• Drie tweevoudige interacties: 4. Groep × Type som. 5. Groep × Tijd. 6. Type som × Tijd.
• Drievoudige interactie: 7. Groep × Type som × Tijd.
3D: Hoeveel gepaarde vergelijkingen worden getest in "Tests of Within-Subjects
Contrasts"?
Voor elk hoofdeffect en interactie worden gepaarde vergelijkingen uitgevoerd om verschillen
tussen niveaus te analyseren.
In de tabel "Tests of Within-Subjects Contrasts" worden de follow-up contrasttests
gerapporteerd voor de hoofdeffecten van alle binnen-proefpersonenfactoren en voor alle
interactie-effecten met ten minste één binnen-proefpersonenfactor.
➢ Hoofdeffecten:
❖ Het aantal contrasttests voor een factor is gelijk aan het aantal niveaus van die factor
min 1
❖ Als een factor bijvoorbeeld 3 niveaus heeft, zijn er 3 - 1 = 2 contrasttests.
➢ Interactie-effecten:
❖ Als een drie-weg interactie bestaat uit drie factoren met elk 3 niveaus, dan zijn er:
(3−1)×(3−1)×(3−1)=2×2×2=8 contrasttests.
Huiswerkopdrachten .................................................................................................................... 2
Hoorcolleges ................................................................................................................................ 8
Hoorcollege week 6, deel 1...............................................................................................................8
Hoorcollege week 6, deel 2 (samengevat)........................................................................................ 16
Hoorcollege week 6, deel 3 (samengevat)........................................................................................ 21
Literatuur ....................................................................................................................................30
H15 repeated-measures designs .................................................................................................... 30
H16 Mixed Designs en Analyse in SPSS ........................................................................................... 54
,Huiswerkopdrachten
Within-Subject Designs
1A: Wat is het verschil tussen een between-subjects factor en een within-subjects factor?
➢ Een between-subjects factor
= een categorische onafhankelijke variabele waarbij verschillende deelnemers in
verschillende experimentele condities zitten.
➢ Een within-subjects factor
= een categorische onafhankelijke variabele waarbij dezelfde deelnemers meerdere keren
worden gemeten in verschillende condities.
1B: Wat zijn de voordelen van een within-subjects ontwerp?
➢ Efficiënter
=Minder deelnemers nodig omdat dezelfde deelnemers aan alle condities deelnemen.
➢ Grotere statistische power
= Omdat verschillen binnen dezelfde deelnemers worden gemeten, is de variabiliteit lager.
➢ Geen invloed van individuele kenmerken
= Omdat dezelfde deelnemers alle condities doorlopen, elimineren kenmerken zoals leeftijd
en IQ mogelijke vertekening.
1C: Wat zijn de nadelen van een within-subjects ontwerp?
➢ Oefeneffecten en vermoeidheid
=Deelnemers kunnen door herhaling beter worden of juist vermoeid raken.
➢ Demand characteristics
=Deelnemers kunnen doorhebben wat het doel van het onderzoek is.
➢ Carryover-effecten
=De volgorde waarin condities worden gepresenteerd, kan invloed hebben op de resultaten.
Dit kan verminderd worden door counterbalancing.
1D: Wat wordt bedoeld met het aantal niveaus (levels) van een factor?
➢ Het aantal levels= verwijst naar het aantal experimentele condities binnen een factor.
➢ Een experimentele conditie = een specifieke situatie waaraan een deelnemer wordt
blootgesteld.
❖ De gemiddelden van de condities worden vergeleken en de verschillen tussen deze
gemiddelden worden getest met herhaalde metingen ANOVA.
1E: Geef een voorbeeld van een factorieel herhaalde metingen ANOVA met twee within-
subjects factoren.
➢ Bijvoorbeeld een onderzoek naar een wiskundecursus waarbij tijd (pretest, posttest, follow-
up) en type toetsvraag (vermenigvuldiging of deling) als within-subjects factoren worden
gebruikt.
,1F: Hoeveel effecten kunnen worden getest in een twee-weg factorieel herhaalde metingen
ANOVA?
➢ Twee hoofdeffecten:
❖ Effect van factor A (bijv. tijd).
❖ Effect van factor B (bijv. type toetsvraag).
➢ Interactie-effect: Interactie tussen factor A en factor B (bijv. varieert het effect van tijd per
type toetsvraag?).
1G: Welke follow-up strategieën kunnen worden toegepast?
➢ Post-hoc paarvergelijkingen
= Vergelijken van de gemiddelden tussen condities.
➢ Geplande contrasten
= Specifieke hypothesen over de verschillen tussen condities testen.
➢ Simple effects analysis
= Kijken of het effect van een factor verschilt per niveau van een andere factor.
Repeated Measures ANOVA, Univariate Approach
2A: Welke aanname wordt gemaakt in de univariate teststatistieken maar niet in de
multivariate teststatistieken?
De sfericiteitsassumptie: De varianties van de verschillen tussen alle niveaus van de binnen-
subjects factor moeten gelijk zijn.
2B: Wanneer is deze assumptie NIET relevant?
Wanneer er slechts twee niveaus zijn binnen de within-subjects factor, omdat er dan maar één
set verschillen is.
2C: Welke tabel toont de hoofdresultaten van de herhaalde metingen ANOVA in SPSS?
De "Tests of Within-Subjects Effects"-tabel.
2D: Welke tabellen in SPSS tonen de follow-up tests?
➢ "Tests of Within-Subjects Contrasts" voor geplande contrasten.
❖ NB: deze tests gebruiken verschillende schattingen van de MS_residual op basis van de
variantie van de verschil scores voor die specifieke combinatie.
➢ "Pairwise Comparisons" voor post-hoc paarvergelijkingen.
❖ Deze tests gebruiken afzonderlijke error-termen.
2E: Wat betekent de waarde van epsilon (ε)?
➢ Epsilon geeft de mate van sfericiteit aan:
❖ Epsilon dicht bij 1: Sfericiteit is aanwezig.
❖ Epsilon < 1: Correcties nodig (bijv. Greenhouse-Geisser of Huynh-Feldt).
➢ SPSS geeft meerdere epsilon-waarden omdat er verschillende correctiemethoden zijn.
, 2F: Welke aangepaste F-tests zijn beschikbaar en wanneer moeten ze worden gebruikt?
➢ Uncorrected F-test: Als sfericiteit aanwezig is.
➢ Huynh-Feldt correctie: Bij lichte schending van sfericiteit (0.75 < ε < 0.95).
➢ Greenhouse-Geisser correctie: Bij sterke schending van sfericiteit (ε < 0.75).
➢ Multivariate test: Als ε < 0.70 en voldoende grote steekproef.
Mixed Design I
3B: Welk type ANOVA is geschikt voor het gegeven onderzoek?
Three-way mixed ANOVA (een mix van between- en within-subjects factoren).
3C: Hoeveel effecten worden getest in de hoofdanalyse?
• Drie hoofdeffecten:
1. Groep (between-subjects: PC vs. traditioneel).
2. Type som (within-subjects: vermenigvuldigen, delen, aftrekken).
3. Tijd (within-subjects: pre, post, follow-up).
• Drie tweevoudige interacties: 4. Groep × Type som. 5. Groep × Tijd. 6. Type som × Tijd.
• Drievoudige interactie: 7. Groep × Type som × Tijd.
3D: Hoeveel gepaarde vergelijkingen worden getest in "Tests of Within-Subjects
Contrasts"?
Voor elk hoofdeffect en interactie worden gepaarde vergelijkingen uitgevoerd om verschillen
tussen niveaus te analyseren.
In de tabel "Tests of Within-Subjects Contrasts" worden de follow-up contrasttests
gerapporteerd voor de hoofdeffecten van alle binnen-proefpersonenfactoren en voor alle
interactie-effecten met ten minste één binnen-proefpersonenfactor.
➢ Hoofdeffecten:
❖ Het aantal contrasttests voor een factor is gelijk aan het aantal niveaus van die factor
min 1
❖ Als een factor bijvoorbeeld 3 niveaus heeft, zijn er 3 - 1 = 2 contrasttests.
➢ Interactie-effecten:
❖ Als een drie-weg interactie bestaat uit drie factoren met elk 3 niveaus, dan zijn er:
(3−1)×(3−1)×(3−1)=2×2×2=8 contrasttests.