100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Economie Pincode katern 6 Welvaart en Groei Leerwerkboek

Rating
-
Sold
-
Pages
9
Uploaded on
09-03-2025
Written in
2023/2024

Dit is een samenvatting van het gehele katern Welvaart en Groei, dat wordt teruggevraagd in het vwo eindexamen. De samenvatting bevat alle paragrafen uit het lesboek, inclusief afbeeldingen en tabellen. Alle begrippen worden behandeld en uitgelegd. Belangrijke begrippen en formules zijn gemarkeerd om zo een duidelijk overzicht te hebben.

Show more Read less
Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
March 9, 2025
Number of pages
9
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Economie samenvatting Welvaart en Groei
1.1 Productie, toegevoegde waarde en inkomen
Hoe bereken je de productie van een bedrijf?
 (bruto) Toegevoegde waarde: de waarde
van de productie. Dit is het verschil tussen de
waarde van de opbrengst van de producten
en de waarde van de ingekochte goederen en
diensten.
 Je kijkt naar de waarde die elke schakel in
het productieproces van grondstof tot eindproduct toevoegt.

 Om waarde toe te kunnen voegen zijn de volgende productiefactoren
noodzakelijk: natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap.
 We gaan ervan uit dat gezinnen de eigenaren zijn van de
productiefactoren.
1. Natuur: alles wat uit de natuur komt zonder dat het door mensen is
bewerkt, beloning is pacht.
2. Arbeid: inspanning van de mensen die bij de productie betrokken zijn,
beloning is loon.
3. Kapitaal: machines, gebouwen, installaties en gereedschappen die bij
de productie nodig zijn, zijn kapitaalgoederen, beloning is rente.
4. Ondernemerschap: combineert de andere productiefactoren, beloning is winst.

 Toegevoegde waarden=omzet – kosteningekochte goederen en diensten
 Ingekochte waarde is niet zelf toegevoegde waarde en telt dus niet mee.

Toegevoegde waarde zorgt voor inkomen
 Afschrijving: de waardevermindering van de kapitaalgoederen.
 De afschrijving blijft in het bedrijf en wordt gebruikt om productiemiddelen die helemaal afgeschreven
zijn te vervangen.
 Netto toegevoegde waarde: de bruto toegevoegde
waarde verminderd met de afschrijvingen.
 De netto toegevoegde waarde komt terecht bij de
gezinshuishoudens of gezinnen.

 Primair inkomen: inkomen dat je ontvangt als beloning
voor het inzetten van productiefactoren.
 Inkomensvorming (ook wel primair inkomen): inkomen
dat is ontvangen in de vorm van loon, pacht, rente en
winst als beloning van de productiefactoren.

 De waarden van de beloningen van de productiefactoren zijn gelijk aan de netto toegevoegde waarde.
 De waarde die (netto) door te produceren wordt toegevoegd, is gelijk aan de inkomens die de bezitters
van de productiefactoren ontvangen.

Hoe meet je de totale productie van een land?
 Bij overheidsproducten (collectieve goederen) is er geen marktprijs, je kunt geen omzet berekenen.
 Hierdoor is het niet mogelijk om de toegevoegde waarde van de overheid te berekenen.
 Omdat de productie van de overheid hoofdzakelijk tot
stand komt door gebruik te maken van de
productiefactor arbeid, is afgesproken om de netto
toegevoegde waarde van de overheid gelijk te stellen
aan het bedrag dat de overheid aan lonen betaalt.

 Bruto binnenlands product (bbp): totale (jaarlijkse)
productie van bedrijven en overheid in een land. De
omvang van het bbp is een maatstaf voor het meten van
welvaart in enge zin.
 De waarde van de productie (oftewel de bruto
toegevoegde waarden van bedrijven en overheid) is
gelijk aan het primair inkomen plus de afschrijvingen.

1

,  Netto binnenlands inkomen: het totaal van alle primaire
inkomens in een land.

 Het netto binnenlands product is gelijk aan de waarde van
het netto binnenlands inkomen, de netto toegevoegde
waarde is gelijk aan de waarde van het netto binnenlands
product.
 Het bbp is op dezelfde manier gelijk aan het bruto
binnenlands inkomen.

Verschillende manieren om hetzelfde te berekenen
 Objectieve methode: de berekening van het bbp door de
toegevoegde waarde van bedrijven en overheid in een land op te tellen.
 Subjectieve methode: de berekening van het bbp door finale bestedingen en afschrijvingen op te tellen.

1.2 De economische kringloop
De economie in een schema
 Reële kringloop: goederen- en dienstenstromen in een economie tussen de sectoren gezinnen, bedrijven,
financiële instellingen, overheid en buitenland.
 Monetaire kringloop: geldstromen in een economische tussen de sectoren gezinnen, bedrijven, financiële
instellingen, overheid en buitenland.

 De productie vindt plaats bij bedrijven en overheid.
 Gezinnen bezitten de productiefactoren en ontvangen hiervoor van
bedrijven en de overheid inkomen.
 De financiële sector staat in het schema vanwege zijn rol als bankier tussen
spaarders en leners.

 Kringloop met overheid en buitenland
 Gezinnen ontvangen inkomen (Y) van bedrijven.
 Gezinnen dragen een deel van het verdiende inkomen af in de vorm
van belastingen (B).
 Het besteedbare inkomen dat overblijft, geven ze uit aan consumptiegoederen (C) die door bedrijven
geproduceerd zijn.
 Een deel van het besteedbare inkomen sparen (S)
gezinnen voor toekomstige consumptie.
 De besparingen van gezinnen komen terecht bij de
financiële instellingen (banken).
 Financiële instellingen lenen dit geld weer uit voor
investeringen (I) van bedrijven, de overheid en het
buitenland.
 De overheid heft belastingen (B) en gebruikt het
belastinggeld om daarmee overheidsbestedingen (O) te
doen.

Het buitenland in de economische kringloop
 Import (waarde): de waarde van de ingevoerde goederen en diensten en de aan het buitenland betaalde
primaire inkomens.
 Export (waarde): de waarde van de uitgevoerde goederen en diensten en de van het buitenland
ontvangen primaire inkomens.
 Export kun je zien als de bestedingen die het buitenland doet in ons land.

De samenhang in de kringloop
 Macro-economische identiteiten: een economische vergelijking die logischerwijs altijd waar is.
 Deze kun je afleiden uit de economische kringloop.

 De eerste identiteit die je uit de kringloop bij de sector gezinnen kunt afleiden: Y = C + B + S (netto
binnenlands inkomen = consumptie + belastingen + sparen).
 Gezinnen kunnen het inkomen dat ze verdienen voor drie doelen gebruiken.
 Je krijgt deze identiteit door de in- en uitgaande geldstroom van gezinnen tegenover elkaar te zetten.

2
$7.59
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
britttoerse

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
britttoerse
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
21
Last sold
2 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions