Infectieziekten, hygiëne en instrumentenleer
Opleiding dierenartsassistent paraveterinair – LOI
1
,Hoofdstuk 1: Infectieziekten
• Een infectieziekte = een ziekte die wordt veroorzaakt door een micro-organisme of grotere
parasiet en die overgedragen kan worden. ( bijv. bacteriën, virussen, schimmels, wormen en
mijten)
• Hoe ziek een dier wordt, hangt van heel veel factoren af:
o Niet iedere ziekteverwekker is even ernstig
o Afhankelijk van het afweersysteem van het dier
Infectiebiologie en afweer
Besmettingscyclus
• De besmettingscyclus is weergegeven als een ketting die bestaat uit verschillende schakels.
We beginnen met de bovenste schakel en gaan met de klok mee:
o Eerste schakel: staat voor de verschillende ziekmakende micro-organismen die er
bestaan.
o Tweede schakel: staat voor de reservoirs. Een reservoir is een plek waar de micro-
organismen zitten en waarvandaan ze een nieuwe gastheer kunnen besmetten. Dit
kan in de omgeving zijn (grond, aarde, operatietafel) of óp of in een ander zoogdier
(dier of mens).
o Derde schakel: porte de sortie: de plek waar het micro-organisme het lichaam
(reservoir) kan verlaten. Als een micro-organisme in een dier zit en een ander dier wil
2
, besmetten, zal hij eerst uit het lichaam van het dier moeten komen (bijv. via urine,
speeksel en ontlasting).
o Vierde schakel: de verspreidingswegen. Een ziektekiem kan vanuit het reservoir via
direct contact op een ander dier (of mens) terechtkomen, maar ook via de lucht en zo
over een langere afstand een ander dier besmetten.
o De vijfde schakel: porte d'entrée: de plek waar een ziektekiem het lichaam binnen is
gekomen. (bijv. sprake van een abces -> dierenarts zal altijd zoeken naar de porte
d'entrée -> kan zo vaststellen wat de oorzaak van het abces is (bijv. beet of krab,
maar ook de slijmvliezen van het maag-darmkanaal of van de luchtwegen).
o De zesde schakel: de ontvankelijke gastheer. Hiervoor moet de gastheer aan een
aantal omschrijvingen voldoen: 1. het micro-organisme moet het dier kúnnen
besmetten. 2. Een gastheer met een verminderde afweer is makkelijker te besmetten
(en dus ontvankelijker) dan een gezond dier.
Indeling van levende wezens (systematiek)
• Systematiek of taxonomie: wetenschappers proberen al heel lang om al het leven op aarde in
groepen te verdelen.
• De verdeling begon heel simpel met twee groepen: planten en dieren -> hoe meer ze wisten,
hoe ingewikkelder de indeling werd -> toen werden de micro-organismen ontdekt -> er
moesten nieuwe groepen toegevoegd worden.
• Vereenvoudigde indeling van het leven op aarde:
Wat zijn micro-organismen?
• Micro-organismen = organismen die te klein zij om met het blote oog te zien (micro betekent
klein).
3
, • Bijv. eencelligen zoals bacteriën, algen, schimmels en protozoën
• Maar ook meercelligen zoals rondwormen
• Virussen vallen niet onder de micro-organismen -> worden niet als levend gezien
• Zijn erg belangrijk in ons dagelijks leven (bijv. nodig voor het maken van brood (gist), yoghurt
en kaas, maar ook voor het maken van antibiotica en vaccins)
• pathogene micro-organismen: micro-organismen die ons ziek kunnen maken
Wat zijn parasieten?
• Parasieten zijn organismen die leven en zich vermenigvuldigen op, in of rond een gastheer en
die deze gastheer negatief beïnvloeden
• Deze gastheer kan bijvoorbeeld een mens, dier of plant zijn
• Parasieten kunnen groot zijn, maar ook heel klein
• Het kunnen dieren of planten zijn, maar ook bijv. wormen, vlooien, bacteriën, schimmels of
protozoën
• Er bestaat dus een overlap tussen de parasitologie en de microbiologie
• Alle pathogene micro-organismen zijn dus parasieten, maar niet alle parasieten zijn micro-
organismen
• Endoparasiet: wanneer een parasiet in het lichaam van de gastheer leeft
• Ectoparasiet: wanneer een parasiet buiten het lichaam van de gastheer leeft
• In het diergeneeskundig spraakgebruik bedoelen we met parasieten vaak de meercellige
pathogene micro-organismen zoals wormen, teken en vlooien
Samenlevingsvormen tussen organismen
• Symbiose: als twee organismen samenleven
Verschillende samenlevingsvormen:
• Parasitisme:
o een vorm van symbiose waarbij de samenwerking ten koste gaat van een van de twee
organismen
o Bijv. symbiose tussen een micro-organisme en een zoogdier -> gaat vaak ten koste
van het zoogdier. Het zoogdier wordt dan ook wel gastheer genoemd. Bijv. vlo die op
en bij de kat leeft
o Een tussengastheer is een zoogdier waar het micro-organisme tijdelijk verblijft,
meestal in een ontwikkelingsstadium
o Een eindgastheer is een zoogdier waar het micro-organisme als laatste verblijft,
meestal in het volwassen stadium
o Bijv. de lintworm (Dipylidium caninum) heeft als eindgastheer de hond of de kat. De
vlo is de tussengastheer
Lang niet alle micro-organismen zijn schadelijk voor mensen en dieren, sommige zijn zelfs erg nuttig.
Ook de micro-organismen die in of op een dier leven, zijn soms nuttigen zelfs van levensbelang. Bijv.
in het darmstelsel van het paard leven miljoenen bacteriën -> deze bacteriën helpen het paard om
het ruwvoer beter te verteren.
• Mutualisme: Vorm van samenleven, waarbij zowel de gastheer als het micro-organisme
voordeel heeft van het samenleven.
4
Opleiding dierenartsassistent paraveterinair – LOI
1
,Hoofdstuk 1: Infectieziekten
• Een infectieziekte = een ziekte die wordt veroorzaakt door een micro-organisme of grotere
parasiet en die overgedragen kan worden. ( bijv. bacteriën, virussen, schimmels, wormen en
mijten)
• Hoe ziek een dier wordt, hangt van heel veel factoren af:
o Niet iedere ziekteverwekker is even ernstig
o Afhankelijk van het afweersysteem van het dier
Infectiebiologie en afweer
Besmettingscyclus
• De besmettingscyclus is weergegeven als een ketting die bestaat uit verschillende schakels.
We beginnen met de bovenste schakel en gaan met de klok mee:
o Eerste schakel: staat voor de verschillende ziekmakende micro-organismen die er
bestaan.
o Tweede schakel: staat voor de reservoirs. Een reservoir is een plek waar de micro-
organismen zitten en waarvandaan ze een nieuwe gastheer kunnen besmetten. Dit
kan in de omgeving zijn (grond, aarde, operatietafel) of óp of in een ander zoogdier
(dier of mens).
o Derde schakel: porte de sortie: de plek waar het micro-organisme het lichaam
(reservoir) kan verlaten. Als een micro-organisme in een dier zit en een ander dier wil
2
, besmetten, zal hij eerst uit het lichaam van het dier moeten komen (bijv. via urine,
speeksel en ontlasting).
o Vierde schakel: de verspreidingswegen. Een ziektekiem kan vanuit het reservoir via
direct contact op een ander dier (of mens) terechtkomen, maar ook via de lucht en zo
over een langere afstand een ander dier besmetten.
o De vijfde schakel: porte d'entrée: de plek waar een ziektekiem het lichaam binnen is
gekomen. (bijv. sprake van een abces -> dierenarts zal altijd zoeken naar de porte
d'entrée -> kan zo vaststellen wat de oorzaak van het abces is (bijv. beet of krab,
maar ook de slijmvliezen van het maag-darmkanaal of van de luchtwegen).
o De zesde schakel: de ontvankelijke gastheer. Hiervoor moet de gastheer aan een
aantal omschrijvingen voldoen: 1. het micro-organisme moet het dier kúnnen
besmetten. 2. Een gastheer met een verminderde afweer is makkelijker te besmetten
(en dus ontvankelijker) dan een gezond dier.
Indeling van levende wezens (systematiek)
• Systematiek of taxonomie: wetenschappers proberen al heel lang om al het leven op aarde in
groepen te verdelen.
• De verdeling begon heel simpel met twee groepen: planten en dieren -> hoe meer ze wisten,
hoe ingewikkelder de indeling werd -> toen werden de micro-organismen ontdekt -> er
moesten nieuwe groepen toegevoegd worden.
• Vereenvoudigde indeling van het leven op aarde:
Wat zijn micro-organismen?
• Micro-organismen = organismen die te klein zij om met het blote oog te zien (micro betekent
klein).
3
, • Bijv. eencelligen zoals bacteriën, algen, schimmels en protozoën
• Maar ook meercelligen zoals rondwormen
• Virussen vallen niet onder de micro-organismen -> worden niet als levend gezien
• Zijn erg belangrijk in ons dagelijks leven (bijv. nodig voor het maken van brood (gist), yoghurt
en kaas, maar ook voor het maken van antibiotica en vaccins)
• pathogene micro-organismen: micro-organismen die ons ziek kunnen maken
Wat zijn parasieten?
• Parasieten zijn organismen die leven en zich vermenigvuldigen op, in of rond een gastheer en
die deze gastheer negatief beïnvloeden
• Deze gastheer kan bijvoorbeeld een mens, dier of plant zijn
• Parasieten kunnen groot zijn, maar ook heel klein
• Het kunnen dieren of planten zijn, maar ook bijv. wormen, vlooien, bacteriën, schimmels of
protozoën
• Er bestaat dus een overlap tussen de parasitologie en de microbiologie
• Alle pathogene micro-organismen zijn dus parasieten, maar niet alle parasieten zijn micro-
organismen
• Endoparasiet: wanneer een parasiet in het lichaam van de gastheer leeft
• Ectoparasiet: wanneer een parasiet buiten het lichaam van de gastheer leeft
• In het diergeneeskundig spraakgebruik bedoelen we met parasieten vaak de meercellige
pathogene micro-organismen zoals wormen, teken en vlooien
Samenlevingsvormen tussen organismen
• Symbiose: als twee organismen samenleven
Verschillende samenlevingsvormen:
• Parasitisme:
o een vorm van symbiose waarbij de samenwerking ten koste gaat van een van de twee
organismen
o Bijv. symbiose tussen een micro-organisme en een zoogdier -> gaat vaak ten koste
van het zoogdier. Het zoogdier wordt dan ook wel gastheer genoemd. Bijv. vlo die op
en bij de kat leeft
o Een tussengastheer is een zoogdier waar het micro-organisme tijdelijk verblijft,
meestal in een ontwikkelingsstadium
o Een eindgastheer is een zoogdier waar het micro-organisme als laatste verblijft,
meestal in het volwassen stadium
o Bijv. de lintworm (Dipylidium caninum) heeft als eindgastheer de hond of de kat. De
vlo is de tussengastheer
Lang niet alle micro-organismen zijn schadelijk voor mensen en dieren, sommige zijn zelfs erg nuttig.
Ook de micro-organismen die in of op een dier leven, zijn soms nuttigen zelfs van levensbelang. Bijv.
in het darmstelsel van het paard leven miljoenen bacteriën -> deze bacteriën helpen het paard om
het ruwvoer beter te verteren.
• Mutualisme: Vorm van samenleven, waarbij zowel de gastheer als het micro-organisme
voordeel heeft van het samenleven.
4