I. Het begrip ‘trauma’
Twee betekenissen van trauma
- In de geneeskunde: fysiek letsel
- In de traumapsychologie: psychisch letsel
o De Vietnamoorloog heeft (uiteindelijk) een belangrijke bijdrage geleverd aan
de emancipatie van het psychisch letsel dat door dergelijke
(slachtoffer)ervaringen kan ontstaan.
Fysiek letsel
- Oneindig veel mogelijkheden
o Letsel dat onmiddellijk intreedt (bijv. botbreuken)
o Letsel dat na verloop van tijd intreedt (bijv. bijzondere ziekte door
blootstelling aan bepaalde stoffen)
▪ Voorbeeld uit het college: Zadroga was een politieman die een
bijzondere longaandoening ontwikkelde ten gevolge van zijn
werkzaamheden op de plek van de aanslagen van 9/11. Naar aanleiding
van de aanslagen werd door de Amerikaanse regering al snel een
compensatiefonds ingesteld. Slachtoffers die een beroep op het fonds
wilden doen moesten dat snel doen, omdat dit slechts tot 2003 kon. In
2011 heeft president Obama het fonds opnieuw opengesteld voor
aanvragen, omdat inmiddels duidelijk was geworden dat sommige
klachten zich pas jaren na de aanslagen manifesteerden. Dit gebeurde
middels de ‘James Zadroga Act’. (Terzijde: Hier zie je wederom de
‘law of the few’ aan het werk.)
o ‘Medically unexplained symptoms’: lichamelijke klachten die een uiting zijn
van psychisch letsel (bijv. prikkelbaar darmsyndroom, hoofdpijn, rugpijn)
Psychisch letsel
- Focus op PTSS
- Acht criteria volgens de DSM 5-TR
A. Blootstelling aan traumatische gebeurtenis
▪ De DSM gaat normaliter niet uit van oorzaken die aan klachten ten
grondslag liggen, het is puur een classificatiesysteem van klachten. Dit
is dus een uitzonderlijk criterium in de DSM.
B. Herbeleving
C. Vermijding
▪ Bijvoorbeeld bepaalde plekken vermijden of bepaalde gedachten
vermijden. Getraumatiseerde slachtoffers vermijden het spreken over
de gebeurtenissen soms dan ook tijdens verhoren bij de politie. Dit
wordt soms (onterecht) gezien als een indicatie van een onbetrouwbare
verklaring.
D. Negatieve veranderingen in gedachten en gevoelens
E. Veranderingen in prikkelbaarheid en reactiviteit
F. Klachten duren langer dan een maand
G. Ernstig lijden of beperkingen in functioneren
H. Geen middelenmisbruik of andere medische conditie
, Blootstelling aan traumatische gebeurtenis (A-criterium)
- Blootstelling aan:
o Doding/sterfte
o Dreigende dood
o Ernstige verwondingen of de dreiging daartoe
o Seksueel geweld of de dreiging daartoe
- Verschillende typen blootstelling:
o Directe blootstelling
o Als directe getuige (schokschade)
o Indirect vernemen dat familielid of goede vriend aan traumatische gebeurtenis
is blootgesteld. Bij doding/sterfte of dreigende dood moet het gaan om geweld
om een ongeluk.
o Herhaalde of extreme indirecte blootstelling aan aversie opwekkende details
van een gebeurtenis; meestal tijdens de uitoefening van professionele
werkzaamheden (bijv. eerstehulpverleners die lichaamsdelen verzamelen of
professionals die herhaaldelijk worden blootgesteld aan seksueel
kindermisbruik). Het mag hierbij niet gaan om indirecte, niet-professionele
blootstelling via elektronische media, televisie, films of foto’s.
Herbeleving (B-criterium)
- Minstens 1 van de volgende 5 symptomen:
o Ongewenste en van streek brengende herinneringen
o Nachtmerries
o Flashbacks
o Emotioneel worden na blootstelling aan iets dat aan het trauma doet denken
o Lichamelijke reactiviteit na blootstelling aan iets dat aan het trauma doet
denken
Vermijding (C-criterium)
- Minstens 1 van de volgende 2 symptomen:
o Traumagerelateerde gedachten of gevoelens vermijden
o Personen, plaatsen en situaties die aan het trauma doen denken vermijden
Meer negatieve gedachten of gevoelens (D-criterium)
- Minstens 2 van de volgende 7 symptomen:
o Onvermogen om belangrijke informatie over het trauma op te roepen
o Veel negatieve gedachten over zichzelf en de wereld
o Overdreven internalisatie of externalisatie van schuld
o Negatieve affectiviteit
o Afgenomen interesse in activiteiten
o Zich geïsoleerd voelen
o Problemen met het ervaren van positieve gevoelens
Meer prikkelbaarheid en reactiviteit (E-criterium)
- Minstens 2 van de volgende 6 symptomen:
o Geprikkeld of agressief zijn
o Riskant of destructief gedrag vertonen
o Verhoogde alertheid/waakzaamheid
o Schrikreacties
o Concentratieproblemen
Twee betekenissen van trauma
- In de geneeskunde: fysiek letsel
- In de traumapsychologie: psychisch letsel
o De Vietnamoorloog heeft (uiteindelijk) een belangrijke bijdrage geleverd aan
de emancipatie van het psychisch letsel dat door dergelijke
(slachtoffer)ervaringen kan ontstaan.
Fysiek letsel
- Oneindig veel mogelijkheden
o Letsel dat onmiddellijk intreedt (bijv. botbreuken)
o Letsel dat na verloop van tijd intreedt (bijv. bijzondere ziekte door
blootstelling aan bepaalde stoffen)
▪ Voorbeeld uit het college: Zadroga was een politieman die een
bijzondere longaandoening ontwikkelde ten gevolge van zijn
werkzaamheden op de plek van de aanslagen van 9/11. Naar aanleiding
van de aanslagen werd door de Amerikaanse regering al snel een
compensatiefonds ingesteld. Slachtoffers die een beroep op het fonds
wilden doen moesten dat snel doen, omdat dit slechts tot 2003 kon. In
2011 heeft president Obama het fonds opnieuw opengesteld voor
aanvragen, omdat inmiddels duidelijk was geworden dat sommige
klachten zich pas jaren na de aanslagen manifesteerden. Dit gebeurde
middels de ‘James Zadroga Act’. (Terzijde: Hier zie je wederom de
‘law of the few’ aan het werk.)
o ‘Medically unexplained symptoms’: lichamelijke klachten die een uiting zijn
van psychisch letsel (bijv. prikkelbaar darmsyndroom, hoofdpijn, rugpijn)
Psychisch letsel
- Focus op PTSS
- Acht criteria volgens de DSM 5-TR
A. Blootstelling aan traumatische gebeurtenis
▪ De DSM gaat normaliter niet uit van oorzaken die aan klachten ten
grondslag liggen, het is puur een classificatiesysteem van klachten. Dit
is dus een uitzonderlijk criterium in de DSM.
B. Herbeleving
C. Vermijding
▪ Bijvoorbeeld bepaalde plekken vermijden of bepaalde gedachten
vermijden. Getraumatiseerde slachtoffers vermijden het spreken over
de gebeurtenissen soms dan ook tijdens verhoren bij de politie. Dit
wordt soms (onterecht) gezien als een indicatie van een onbetrouwbare
verklaring.
D. Negatieve veranderingen in gedachten en gevoelens
E. Veranderingen in prikkelbaarheid en reactiviteit
F. Klachten duren langer dan een maand
G. Ernstig lijden of beperkingen in functioneren
H. Geen middelenmisbruik of andere medische conditie
, Blootstelling aan traumatische gebeurtenis (A-criterium)
- Blootstelling aan:
o Doding/sterfte
o Dreigende dood
o Ernstige verwondingen of de dreiging daartoe
o Seksueel geweld of de dreiging daartoe
- Verschillende typen blootstelling:
o Directe blootstelling
o Als directe getuige (schokschade)
o Indirect vernemen dat familielid of goede vriend aan traumatische gebeurtenis
is blootgesteld. Bij doding/sterfte of dreigende dood moet het gaan om geweld
om een ongeluk.
o Herhaalde of extreme indirecte blootstelling aan aversie opwekkende details
van een gebeurtenis; meestal tijdens de uitoefening van professionele
werkzaamheden (bijv. eerstehulpverleners die lichaamsdelen verzamelen of
professionals die herhaaldelijk worden blootgesteld aan seksueel
kindermisbruik). Het mag hierbij niet gaan om indirecte, niet-professionele
blootstelling via elektronische media, televisie, films of foto’s.
Herbeleving (B-criterium)
- Minstens 1 van de volgende 5 symptomen:
o Ongewenste en van streek brengende herinneringen
o Nachtmerries
o Flashbacks
o Emotioneel worden na blootstelling aan iets dat aan het trauma doet denken
o Lichamelijke reactiviteit na blootstelling aan iets dat aan het trauma doet
denken
Vermijding (C-criterium)
- Minstens 1 van de volgende 2 symptomen:
o Traumagerelateerde gedachten of gevoelens vermijden
o Personen, plaatsen en situaties die aan het trauma doen denken vermijden
Meer negatieve gedachten of gevoelens (D-criterium)
- Minstens 2 van de volgende 7 symptomen:
o Onvermogen om belangrijke informatie over het trauma op te roepen
o Veel negatieve gedachten over zichzelf en de wereld
o Overdreven internalisatie of externalisatie van schuld
o Negatieve affectiviteit
o Afgenomen interesse in activiteiten
o Zich geïsoleerd voelen
o Problemen met het ervaren van positieve gevoelens
Meer prikkelbaarheid en reactiviteit (E-criterium)
- Minstens 2 van de volgende 6 symptomen:
o Geprikkeld of agressief zijn
o Riskant of destructief gedrag vertonen
o Verhoogde alertheid/waakzaamheid
o Schrikreacties
o Concentratieproblemen