WEEK 1
Niet nadruk op positief recht (wat is recht), maar wat wil de samenleving met het recht
bereiken. Een meer functionele benadering. Welke functies hebben rechtsregels en hoe
reageren mensen hierop? Dus wat wil je bereiken en hoe.
In REM: economische inzichten, theorieën, concepten gebruiken over:
- Functie van het recht (verlagen samenlevingskosten). Hiermee recht verklaren en
evalueren
- Reactie van mensen (RKT)
Ex ante (van te voren) vs ex post (achteraf)
- Bestuderen van bestaand recht. Rechtszaken betreffen oplossingen voor reeds
bestaande conflicten (ex post)
- Maar rechtsregels kunnen ook geschillen vermijden (ex ante)
Vaak ex post toepassing van rechtsregels als conflict niet is vermeden, maar voornaamste
functie van rechtsregels kan nog steeds het vermijden van die conflicten zijn.
Rechtvaardigheid vs. efficiëntie. Vaak is wat we rechtvaardig vinden ook de efficiënte
oplossing. Maar rechtvaardigheid kan mede afhangen van positie.
3 belangrijke kostenposten die we meenemen: gedragsprikkels, transactiekosten en risico’s.
Gedragsprikkels:
- Negatief: boetes, aansprakelijkheid, belasting (gedrag ontmoedigen)
- Positief: subsidies, toeslagen, beloningen (gedrag stimuleren)
Transactiekosten:
- Hoe makkelijk/moeilijk is overleg en afspraken maken. Lage kosten zorgt voor
contractenrecht. Als het makkelijk is, dan komen mensen er zelf wel uit en anders
moet het recht helpen.
Risico’s
- Bij wie ligt het risico. Beïnvloed gedrag. Een hogere prijs zorgt ervoor dat mensen
meer onderzoek doen en een activiteit eventueel niet aandurven. Wie kan het risico
beter dragen
Pareto-verbetering = verandering waarbij niemand erop achteruitgaat en tenminste 1
persoon erop vooruitgaat
Pareto-optimum = situatie van waaruit geen Pareto-verbeteringen mogelijk zijn
Kaldor-Hicks-verbetering = veranderingen waarbij de winnaars de verliezers kunnen
compenseren
Kaldor-Hicks-optimum = situatie van waaruit geen Kaldor-Hicks-verbeteringen
mogelijk zijn.
Waar mensen samenleven en schaarste middelen moeten delen, ontstaan conflicten.
Negatief extern effect = gevolg van productie/consumptie dat niet voor rekening van
producent/consument komt. Productie en consumptie ruim zien als activiteiten. Zoals:
milieuverontreiniging, hinder, schade, risico’s. Als hier niks aan wordt gedaan, dan houdt de
veroorzaker geen rekening met de kosten van een ander.
, Eigenlijk is activiteit te goedkoop, omdat actor niet alle kosten draagt die de activiteit
veroorzaakt. Oplossing is internaliseren. Dan draagt de actor alle kosten. Dit is beter voor
samenleving. Recht kan hierbij helpen dmv belastingen, schadevergoedingen, boetes etc.
Maar: kunnen partijen het probleem zelf oplossen > Coase-theorema.
Coase-theorema: wederkerigheid van maatschappelijke kosten. Fabriek en omwoners
hebben last van elkaar. ‘’A en B hebben last van elkaar.’’ Wanneer je 1 partij al snel als
veroorzaker aanwijst, dan zoek je daar ook de gedragsverandering, terwijl de ander wellicht
de cheapest cost avoider is. Hier is een bescheiden rol van het recht, maar wel duidelijkheid.
Indien er transactiekosten zijn, dan voor degene die de transactie wil. Als de kosten te hoog
zijn, krijg je wel problemen. De rol van het recht wordt dan groter. Kies dan regel met laagste
TAC of probeer de TAC te verlagen, waardoor het makkelijker gaat. Leg de oplossing
dwingend op die partijen zouden hebben bereikt als de TAC laag genoeg was.
Tragedy of the commons = situatie waarin geen eigendomsrecht is of het is
gemeenschappelijk.
Problemen:
- Te veel gebruiken
- Geen onderhoud
- Te weinig bijdrage
- Rushing
Oplossingen:
- Reguleren
- Eigendomsrechten
Private eigendomsrechten vermijden de tragedy of the commons, maar verhogen de kosten.
Als de kosten lager zijn voor het invoeren van rechten, zullen deze ontstaan. Anders niet.
Belangrijke begrippen:
- Property rights (economisch) vs eigendomsrecht (juridisch)
- Private en gemeenschappelijk eigendom vs private en publieke goederen
- Excludable vs excluded
- Property rights vs property rules
Property rights = eigendomsrecht in juridische zin (5:1), juridische gezien gaat het om een
zaak en dus geen vorderingsrecht. In dit vak gaat het niet om juridisch, maar een bundel
bevoegdheden tav een goed/zaak/recht. Deze bundel is minder groot dan in de juridische
zin. Het kan wel ook juridisch eigendom zijn, maar dat hoeft niet. Het gaat meer om
subjectieve rechten.
Soorten goederen:
- Exclusiviteit = kun je mensen van gebruik uitsluiten (excludable). Is het te kostbaar
om te doen?
- Rivaliteit = beperkt gebruik door a gebruiksmogelijkheden voor b?
Uitsluitbaar en rivaliserend: privaat goed (auto, huis, computer, banaan, fiets)
Niet-uitsluitbaar en rivaliserend: common pool goed (vissen in zee, ruimte op weg)
Uitsluitbaar en niet-rivaliserend: clubgoed (golfbaan, sportveld, netflix, spotify)
Niet-uitsluitbaar en niet-rivaliserend: publieke goed (zeewering, defensie, info)
Niet nadruk op positief recht (wat is recht), maar wat wil de samenleving met het recht
bereiken. Een meer functionele benadering. Welke functies hebben rechtsregels en hoe
reageren mensen hierop? Dus wat wil je bereiken en hoe.
In REM: economische inzichten, theorieën, concepten gebruiken over:
- Functie van het recht (verlagen samenlevingskosten). Hiermee recht verklaren en
evalueren
- Reactie van mensen (RKT)
Ex ante (van te voren) vs ex post (achteraf)
- Bestuderen van bestaand recht. Rechtszaken betreffen oplossingen voor reeds
bestaande conflicten (ex post)
- Maar rechtsregels kunnen ook geschillen vermijden (ex ante)
Vaak ex post toepassing van rechtsregels als conflict niet is vermeden, maar voornaamste
functie van rechtsregels kan nog steeds het vermijden van die conflicten zijn.
Rechtvaardigheid vs. efficiëntie. Vaak is wat we rechtvaardig vinden ook de efficiënte
oplossing. Maar rechtvaardigheid kan mede afhangen van positie.
3 belangrijke kostenposten die we meenemen: gedragsprikkels, transactiekosten en risico’s.
Gedragsprikkels:
- Negatief: boetes, aansprakelijkheid, belasting (gedrag ontmoedigen)
- Positief: subsidies, toeslagen, beloningen (gedrag stimuleren)
Transactiekosten:
- Hoe makkelijk/moeilijk is overleg en afspraken maken. Lage kosten zorgt voor
contractenrecht. Als het makkelijk is, dan komen mensen er zelf wel uit en anders
moet het recht helpen.
Risico’s
- Bij wie ligt het risico. Beïnvloed gedrag. Een hogere prijs zorgt ervoor dat mensen
meer onderzoek doen en een activiteit eventueel niet aandurven. Wie kan het risico
beter dragen
Pareto-verbetering = verandering waarbij niemand erop achteruitgaat en tenminste 1
persoon erop vooruitgaat
Pareto-optimum = situatie van waaruit geen Pareto-verbeteringen mogelijk zijn
Kaldor-Hicks-verbetering = veranderingen waarbij de winnaars de verliezers kunnen
compenseren
Kaldor-Hicks-optimum = situatie van waaruit geen Kaldor-Hicks-verbeteringen
mogelijk zijn.
Waar mensen samenleven en schaarste middelen moeten delen, ontstaan conflicten.
Negatief extern effect = gevolg van productie/consumptie dat niet voor rekening van
producent/consument komt. Productie en consumptie ruim zien als activiteiten. Zoals:
milieuverontreiniging, hinder, schade, risico’s. Als hier niks aan wordt gedaan, dan houdt de
veroorzaker geen rekening met de kosten van een ander.
, Eigenlijk is activiteit te goedkoop, omdat actor niet alle kosten draagt die de activiteit
veroorzaakt. Oplossing is internaliseren. Dan draagt de actor alle kosten. Dit is beter voor
samenleving. Recht kan hierbij helpen dmv belastingen, schadevergoedingen, boetes etc.
Maar: kunnen partijen het probleem zelf oplossen > Coase-theorema.
Coase-theorema: wederkerigheid van maatschappelijke kosten. Fabriek en omwoners
hebben last van elkaar. ‘’A en B hebben last van elkaar.’’ Wanneer je 1 partij al snel als
veroorzaker aanwijst, dan zoek je daar ook de gedragsverandering, terwijl de ander wellicht
de cheapest cost avoider is. Hier is een bescheiden rol van het recht, maar wel duidelijkheid.
Indien er transactiekosten zijn, dan voor degene die de transactie wil. Als de kosten te hoog
zijn, krijg je wel problemen. De rol van het recht wordt dan groter. Kies dan regel met laagste
TAC of probeer de TAC te verlagen, waardoor het makkelijker gaat. Leg de oplossing
dwingend op die partijen zouden hebben bereikt als de TAC laag genoeg was.
Tragedy of the commons = situatie waarin geen eigendomsrecht is of het is
gemeenschappelijk.
Problemen:
- Te veel gebruiken
- Geen onderhoud
- Te weinig bijdrage
- Rushing
Oplossingen:
- Reguleren
- Eigendomsrechten
Private eigendomsrechten vermijden de tragedy of the commons, maar verhogen de kosten.
Als de kosten lager zijn voor het invoeren van rechten, zullen deze ontstaan. Anders niet.
Belangrijke begrippen:
- Property rights (economisch) vs eigendomsrecht (juridisch)
- Private en gemeenschappelijk eigendom vs private en publieke goederen
- Excludable vs excluded
- Property rights vs property rules
Property rights = eigendomsrecht in juridische zin (5:1), juridische gezien gaat het om een
zaak en dus geen vorderingsrecht. In dit vak gaat het niet om juridisch, maar een bundel
bevoegdheden tav een goed/zaak/recht. Deze bundel is minder groot dan in de juridische
zin. Het kan wel ook juridisch eigendom zijn, maar dat hoeft niet. Het gaat meer om
subjectieve rechten.
Soorten goederen:
- Exclusiviteit = kun je mensen van gebruik uitsluiten (excludable). Is het te kostbaar
om te doen?
- Rivaliteit = beperkt gebruik door a gebruiksmogelijkheden voor b?
Uitsluitbaar en rivaliserend: privaat goed (auto, huis, computer, banaan, fiets)
Niet-uitsluitbaar en rivaliserend: common pool goed (vissen in zee, ruimte op weg)
Uitsluitbaar en niet-rivaliserend: clubgoed (golfbaan, sportveld, netflix, spotify)
Niet-uitsluitbaar en niet-rivaliserend: publieke goed (zeewering, defensie, info)