100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

RECHTSSOCIOLOGIE DUIDELIJKE, AANEENHANGENDE SAMENVATTING UITGELEGD

Rating
4.0
(1)
Sold
1
Pages
114
Uploaded on
23-01-2025
Written in
2024/2025

Erdoor eerste zit met een grootste onderscheiding: 18/20. Samenvatting + slides + notities + aangevuld door een samenvatting van een vorig jaar + aangevuld met het boek. Doorlopende duidelijke tekst.

Institution
Course

















Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 23, 2025
Number of pages
114
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Sociologie en rechtssociologie
Samenvatting

Inleidende les:
Voorbeeldvragen
- Multiple choice:
o Als in de rechtssociologie wordt verwezen naar ‘mobilisatie van het
recht’, wordt er verwezen naar: het gebruik van het recht voor
een bepaald doel.
o Welke van onderstaande auteurs beschouwt de penaliteit in
hoofdzaak als een instrument ter controle van de lagere sociale
klassen, sociaal kwetsbare groepen en andere groepen die leven in
de marge van de samenleving? Marx.
- Multiple answer:
o Een persoon of groep is relatief gedepriveerd van een sociaal goed
als: …

Sociologie en rechtssociologie: een eerste kennismaking
Sociologie gaat over de samenleving. Rechtssociologie bestudeert de invloed die
door de samenleving uitgeoefend wordt op het recht. In de rechtssociologie
stellen we vragen zoals: Hoe is het recht ontstaan? Wat doet het in de
samenleving? Wat zijn de effecten? We bestuderen de wisselwerking (zie figuur in
PowerPoint) van de sociologie. Het recht heeft effect op de samenleving, en de
samenleving dan weer effect op recht, en zo blijft het verdergaan. De figuur in de
PowerPoint is volgens de professor een zeer belangrijke figuur, die we
herhaaldelijk gaan terug zien.
Om duidelijk te maken wat sociologie en rechtssociologie is gebruiken we 2
voorbeelden:
- Waarom worden bepaalde wetten beter nageleefd dan andere? Hoe
worden wetten gehandhaafd? Dit is rechtssociologie.
- Hoe komt het dat het beroep van advocaat meer sociale status heeft dan
het beroep van poetshulp? Dit is sociologie.


Sociologie
Zie leerboek, PowerPoint en je notities.

,Rechtssociologie
1. Wat is/waarover gaat rechtssociologie?
1.1 Inleiding: verschillen met rechtswetenschap
Rechtssociologie lijkt, als je naar de inhoudstafel van het boek kijkt, op een
gewoon vak. De onderwerpen in het boek zijn meestal vertrouwde juridische
onderwerpen. Dit is het echter niet.
De rechtswetenschap gebruikt namelijk de doctrinaire methode die meerdere
methoden en technieken omvat en bekijkt het recht vanuit het intern perspectief.
Advocaten, rechters, raadheren… werken aan een samenhangende rechtsleer
(doctrine) die op haar beurt richting geeft aan het denken en handelen van die
groepen (dit is het belang van de coherentie). De rechtswetenschap bekijkt het
recht vanuit een normatief gezichtspunt. Wetten, verdragen, jurisprudentie en
rechtsgeleerde beschouwingen gaan over normen die voorschrijven hoe de
normadressanten zich moeten gedragen. De geldigheid van de voorschriften
vloeit voort uit de interne systematiek van het positieve recht waarin elk
algemeen verbindend voorschrift te herleiden is tot een wilsuiting van het volk.
Deze geldigheid wordt ook bevestigd door formeel-juridische criteria. Dit behoort
allemaal tot de doctrinaire methode.
De rechtssociologie echter gebruikt de empirische methode en bekijkt het recht
vanuit het extern perspectief. Sinds 2005 zetten juridische wetenschappers zelf
empirisch onderzoek op, geïnspireerd op de Empirical Legal Studies-beweging.
Deze pasten statische analysetechnieken toe op juridische vraagstukken. In 2005
kwam ook de opmars van het jonge Regulation en Governance-onderzoek. Dit
onderzoek legt zich toe op interdisciplinaire en empirische wijze op
reguleringsvraagstukken. Zo is de rechtssociologie zich beginnen bloeien in
België en zo is de rechtssociologie de studie van de relatie tussen het recht en de
samenleving vanuit een empirisch en extern perspectief.
1.1.1 Methode
De juridische (doctrinaire) methode: De juridische doctrinaire methode bekijkt het
recht louter op zichzelf. Deze methode werkt langs subsumptie (dit is een
techniek die vaak wordt gebruikt in het recht): men gaat feiten onder een
bepaalde regel brengen.
Deze methode gebruikt verschillende technieken/methodes:
- Ze verzamelt feiten (voor zover ze juridisch relevant zijn) -> dit is (beperkt)
empirisch. Dit is een eerste techniek die men hier gebruikt.
- De regel waaronder de feiten worden gebracht moet ‘gevonden’ worden ->
dit komt van de heuristiek.
- De regel kan open of vage normen bevatten -> ze moeten geïnterpreteerd
worden volgens de juridische technieken.
- De geldigheid van een norm moet gecontroleerd worden -> men gaat ze
beoordelen volgens de interne systematiek en a.d.h.v. formeel-juridische
criteria.
- Als er meerdere grondrechten van toepassing zijn -> dan worden ze tegen
elkaar afgewogen.

, - De regelcreatie of de bestaande regel kent gebreken -> er wordt
voorgeschreven hoe het ‘zou moeten’ (sollen/ought to be)/ de regel wordt
verbeterd (normatief).
- Deze beslissingen en standpunten worden verdedigd -> door
argumentatie.
Al deze technieken en alles ligt binnen de grenzen van de doctrine, met het oog
op het bewaken van de coherentie/samenhang van de doctrine. In de
rechtssociologie zijn we echter niet geïnteresseerd in de doctrinaire methode. We
zijn meer geïnteresseerd in de empirische methode. Hoe dat het recht in relatie is
tot de samenleving.
De empirische methode: De empirische methode gaat over de
wetenschappelijke, systematische gegevensverzameling in de praktijk, in het
‘veld’. Er zijn bepaalde criteria voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek:
- De betrouwbaarheid: In welke mate zijn deze gegevens betrouwbaar? Een
cruciale vraag hier is: stel ik doe het opnieuw, zou ik dan op hetzelfde
resultaat uitkomen? Dit is de repliceerbaarheid van een onderzoek.
- De externe validiteit: Dit gaat over de representativiteit van het onderzoek.
Zijn de resultaten representatief? Kan ik op basis van mijn onderzoek in
Antwerpen zeggen hoe er aan geschilbeslechting wordt gedaan in
Argentinië? Neen, dit gaat niet, aangezien de maatschappelijke context in
bepaalde situaties verschilt. Hierdoor is dit dus niet representatief.
- De interne validiteit: Belangrijk. Men moet er voor zorgen dat het resultaat
van je onderzoek gelijk is aan het geen wat je wou zoeken in je onderzoek.
Er moet een match zijn tussen wat je onderzocht en wat het resultaat is
van wat je onderzocht.
- De objectiviteit van de data: Dit is heel belangrijk. Men mag niet aan
subjectief onderzoek doen want dit beïnvloed de resultaten.
De technieken die men gebruikt in de empirische methode zijn onder andere
interviews, surveys, veldwerk en statische analyses. Dan wordt er een
wetenschappelijke analyse van de verzamelde data uitgevoerd en zo gaat men
zien hoe het recht in de samenleving is.
Een voorbeeld van de doctrinaire methode: genitale verminking/besnijdenis in
Senegal
1. De vaststelling van een onderzoeksprobleem (iets waar u
wetenschappelijke vragen kan naar stellen).
2. Onderzoeksvragen die worden gesteld in een juridisch doctrinair
onderzoek:
a. “Welke juridische instrumenten zijn relevant?”
3. Zoeken en analyseren van juridische bronnen.
a. Verdragen, constitutioneel recht en wetgeving in Senegal.
De analyse van de juridische bronnen wijst op het bestaan van een sterk
mensenrechtelijk kader. U kan veel over deze rechten vinden: dan zou u kunnen
zeggen ‘probleem’ opgelost. Hier kan je in de doctrinaire methode stoppen. Maar
in de rechtssociologie niet. Er worden hier nog andere vragen gesteld. Zijn deze
instrumenten namelijk ook effectief?

, - Waarom wel of waarom niet? Wordt het gehandhaafd? Deze vragen kunnen
niet uitsluitend beantwoord worden door middel van een uitsluitend
juridische analyse. Een empirisch onderzoek is nodig.
De juridische doctrinaire methode wordt gekenmerkt door doctrinaire
trefwoorden, formuleringen en vragen zoals: privaatrecht, de rechtmatigheid
van…, de aansprakelijkheid van…, de inhoud van een verdrag, de inhoud van een
vonnis of een arrest,… Het gaat in deze methode enkel over ‘law in the books’. Er
worden hier vragen gesteld zoals: Hoe luidt het recht? Wat is het toepasselijke
recht? Hoe zou het recht moeten luiden?
De empirische methode wordt gekenmerkt door rechtssociologische trefwoorden,
formuleringen en vragen zoals: de effectiviteit van…, de doelmatigheid van…, de
oorzaken van…, ervaringen met…, verklaringen, gevolgen en oorzaken,… Het
gaat in deze methode over ‘law in action’ en er worden vragen gesteld zoals: Hoe
is het recht ontstaan?
1.1.2 Perspectief
Zie het schema in de PowerPoint:
- Intern perspectief  Extern perspectief
- Deelnemersperspectief (kijkt naar het louter recht) 
Toeschouwersperspectief (kijkt hoe het werkt).
- Rolmodel van de rechter staat centraal  Ook rollen voor wetgever,
handhaver en uitvoerder, onderzoeker
- Interne autonome logica  Relatie tot maatschappelijke context
- Rechtszekerheid en rechtseenheid  Onzekerheid en variatie
- Structureel gericht op het bewaken en versterken van de coherentie van
het recht  Constructief subversief
- Is = ought  is ≠ ought
- Vooronderstelling dat recht praktisch een verschil maakt  De toetsing
van de effectiviteit van het recht (binnen het recht zijn er nog veel
paradigmas).
- Gericht op rechtspraktijk  Gericht op beleid/wetenschap
- Monodisciplinair; doctrinair  Interdisciplinair door aanvullende
disciplines : empirisch of normatief.
- Vooral ‘casus-methode’ en belang van argumentatie. Juridisch-normatief.
Hoe luidt het recht?  Verschillende methoden. Hoe werkt het recht?
Opmerkingen bij de empirische methode en het externe perspectief (zie voor
illustraties van de noodzaak van het externe perspectief de PowerPoint): Het
externe perspectief vervangt het interne perspectief niet! Doctrinaire methoden
blijven noodzakelijk als jurist. Ze definiëren de identiteit van een jurist. De
professionele toepassing van de doctrinaire kennis gaat echter gepaard met een
inzicht in de voordelen en de tekortkomingen van het interne perspectief. Het
externe perspectief complementeert het interne perspectief. Verschillende
vragen over het recht worden langs beide perspectieven beantwoord.
De rechtssociologie gaat dus over de empirische methode en het extern
perspectief. De centrale vragen die hierin worden gesteld zijn vragen zoals: Hoe
werkt het recht? En: Hoe is het recht ontstaan? In de rechtssociologie gaan we
kijken voor, rond en na “het recht”. De rechtssociologie bekijkt het recht (en zijn
procedures), actoren en instituties vanuit een empirisch en extern perspectief.

,1.2 Waarom rechtssociologie? (staat niet in het boek)
Er zijn 4 argumenten waarom de rechtssociologie heel nuttig is:
1) Academisering van de rechtenstudie: Sociaalwetenschappelijke disciplines
(zoals rechtssociologie) zijn nu ook academische studies. Ze zijn niet direct
op een beroep gericht. Componenten van deze sociaalwetenschappelijke
disciplines zijn de empirische sociaalwetenschappelijke methode, de
theorievorming en het belang van de wetenschappelijke benadering van
samenlevingsproblemen.
2) De maatschappelijke ontwikkelingen en het recht:
- Er is een toenemende complexiteit van de te reguleren maatschappelijke
domeinen. Hoe kunnen deze domeinen vertaald worden in het recht?
- De mondige burger wil meer verantwoording (en inspraak). Er zijn veel
empirische onderzoeken over het belang van participatie. Wat zijn dan de
effecten van deze participatie?
- De schaarse overheidsmiddelen dwingen tot de effectiviteit en efficiëntie
van wetgeving en geschilbeslechting. Hoe kunnen we die effectiviteit van
wetgeving gaan bevorderen?
- Er is meer aandacht voor de performante handhaving, uitvoering en
naleving van de regels (waar rechtssociologie om draait). Hoe kunnen we
beter gaan reguleren?
- De digitalisering veroorzaakt nieuwe juridische problemen en uitdagingen.
- De invloed van AI op het recht.
Het is dus heel belangrijk om over meerdere domeinen iets te weten dan
enkel over het recht zelf.
3) Professionele ontwikkelingen (evoluties binnen juridische beroepen):
- Rechters moeten niet-juridische complexe problemen begrijpen.
- Advocatenkantoren willen ‘problem solvers’ en ‘T-shaped professionals /
lawyers’. T-shaped = diepe juridische kennis en een breed algemeen
inzicht. Men moet dus aan communicatie kunnen doen met experten uit
andere disciplines.
- Alternative Dispute resolution (ADR): alternatieve geschilbeslechting
introduceert inzichten uit de psychologie.
4) Meerwaarde voor de rechtspraktijk: De rechtssociologie is een meerwaarde
voor de rechtspraktijk. Het is niet enkel theoretisch. Deze cursus is concreet
toepasbaar op het dagelijks leven. Concreet rechtssociologisch onderzoek
versterkt de rechtspraktijk en biedt een meerwaarde.
- Meerwaarde voor de rechtspraktijk: Advocaat. Rechtssociologie is zeer
handig voor de advocatuur en heeft een meerwaarde. Er zijn namelijk
verschillende soorten (bemiddeling, arbitrage, klassieke rechtszaak)
geschilbeslechting en deze hebben verschillende kenmerken. Elke soort
heeft zijn voor- en nadelen en men moet hier inzichten in verwerven.
Sommige vormen van geschilbeslechting zijn beter voor sommige situaties
(voorbeeld klassieke rechtspraak en de communicatie achteraf).

- Meerwaarde voor de rechtspraktijk: rechtshulp: De rechtshulp is de hulp
die wordt verleend om de toegang tot justitie mogelijk te maken. Door de
overheid wordt er aan georganiseerd rechtshulp gedaan. Er worden
onderzoeken gedaan (onderzoek van Steven Gibens) en justitiehuizen en

, Commissies voor Juridische Bijstand gecreëerd. In de rechtshulp is de
rechtssociologie belangrijk. Men moet namelijk iets niet alleen met de
juridische blik bekijken maar ook met een socio-juridische blik. Er spelen
namelijk vaak nog andere problemen. Hiervoor is het socio-juridische
aspect belangrijk en kan het bijdragen tot de oplossing van het juridische
geschil. De houding van de advocaat is dus belangrijk. Deze moet
openstaan om niet alleen te focussen op vragen met betrekking tot het
recht maar moet ook de andere aspecten bekijken. Er zijn nog andere
aanbevelingen om de rechtshulp te bevorderen: Ontvang cliënten aan een
tafel waar zowel juristen als sociale werkers zetelen. De problematiek van
de hulpbehoevenden is breed en niet enkel tot het recht beperkt. Door dus
ook sociologische ervaring te hebben kan de toegang tot het recht
verbeterd worden.

- Meerwaarde voor de rechtspraktijk: rechter: Er zijn 2 voordelen voor de
rechter van rechtssociologie: 1. De invulling van open normen vereist een
goed inzicht in de samenleving en dus in de rechtssociologie. 2. Culturele
interpretaties kunnen het rechterlijk oordeel sluipend beïnvloeden (het
risico op eerwraak). Men moet dus begrip tonen voor het argument van
culturele verdediging. De laatste jaren wordt het argument van culturele
verdediging echter een bezwarend argument. Het is dus belangrijk om
hierin inzicht te krijgen als rechter. Ook de culturele achtergrond van de
rechter speelt mee.

- Meerwaarde voor de rechtspraktijk: ambtenaar justitieel beleid: Het
ambtenaar justitieel beleid gaat over ambtenaren die gaan nadenken over
hoe we justitie beter kunnen gaan maken. De rechtssociologie kan hier bij
nuttig zijn. Het kan nuttig zijn bij de vorming van het justitieel beleid. Het
gaat vooral over het moderniseren van de justitie. Het kan ook gaan
nadenken over de toegang tot de justitie en hoe ze het kunnen verbeteren.
Men kan zo gaan zien naar de drempels die de toegang tot het recht (of
andere voorzieningen) moeilijk maken en die relevant zijn. Dit is ook weer
een rechtssociologisch begrip.

- Meerwaarde voor de rechtspraktijk: bedrijfsjurist: De rechtssociologie kan
helpen in het opmaken van contracten. De bedrijfsjurist moet de vraag
stellen wat er in het contract gepland kan worden? Hij moet deze vraag
stellen met juridische en sociologische kennis (zie voorbeelden in
PowerPoint).

- Meerwaarde voor de rechtspraktijk: wetgever: Hij kan zo zien naar de
dubbele institutionalisering. Wanneer moeten van sociale normen wetten
worden gemaakt? En wanneer grijpt de wetgever het best in? De
rechtssocioloog kan ook de relatie tussen recht en de samenleving
analyseren en deze voorzichtig voorspellen. Hij kan aanbevelen welke
wetten goed ontvangen gaan worden en welke wetten slecht. Hij kan
namelijk de maatschappelijke steun voor een wet meten en de factoren die
bijdragen tot naleving en effectiviteit.

,Samenvatting: De rechtssociologie versterkt het recht als opleiding (het
wetenschappelijk karakter van de opleiding; de kritische reflectie over het
vakgebied; de onderzoekende houding; de stimulatie van samenwerking met
andere disciplines) en als maatschappelijke praktijk (het recht wordt zo versterkt
via de groei van een evidence-based beleid en van de wetgeving; beter
geïnformeerd recht; en zo wordt het recht in de samenleving geplaatst, het recht
in relatie tot de samenleving en niet louter op zichzelf staand).

1.3 Het belang van de sociologie voor de beoefening van het
recht (Koen Raes)
1.3.1 De pleinvrees van juristen
Luc Huyse en Hilde Sabbe verweten in een tekst (de cruciale vraag bij deze tekst
is: wat is het idee van de juristen over het recht?) de juristen van het wegblijven
van het publieke debat en te zwijgen. Ze verweten hen van pleinvrees te hebben.
De juristen hebben volgens hun een waakhondfunctie (= het controleren dat
bepaalde zaken worden gerespecteerd, als deze zaken niet worden
gerespecteerd gaat de waakhond blaffen) over de rechtsstaat (In een rechtsstaat
is de macht en de uitoefening van die macht door de overheid gebaseerd op het
recht. Het tegenovergestelde van de rechtsstaat is willekeur.), en ze oefenen
deze te weinig uit. Als de rechtsstaat niet wordt gerespecteerd dan blaffen de
juristen niet (voorbeeld crisismaanden 1996). Huyse en Sabbe veronderstellen
dat juristen met een diploma in de rechten zich met een bepaalde missie zouden
moeten vereenzelvigen en verantwoordelijkheid moeten opnemen.
Juristen houden zich echter niet met de rechtsstaat bezig en zien dit niet als hun
missie. Juristen bekijken het recht als een instrument om bepaalde doelen te
bereiken. Het is louter een middel, en geen doel op zich. Het recht wordt gezien
als vaardigheid om het middel te kunnen gebruiken. Men staat te weinig stil bij
de intrinsieke waarde/belang van het recht. Ze denken alleen maar aan het
verdedigen van hun cliënt.
1.3.2 Sire, il n’y a plus d’intellectuels
De stelling van Huyse en Sabbe klopt echter niet. Juristen hebben geen
pleinvrees en ze komen vaak in de media. Ze hebben geen pleinvrees, ze zijn
eerder geen voorvechters van de universele waarden en de intrinsieke waarden
van het recht. Ze doen eerder aan het utilitair individualistisch denken en dus
staat niemand op om te vechten voor de rechtsstaat. Niet de studenten (want ze
denken instrumenteel en rendement), niet de juristen (het zijn geen helden die
vechten voor de rechtsstaat) en niet de hoogleraren (deze hebben het namelijk
te druk met het verzamelen van kredieten, hun kerntaak is het onderwijs en hun
onderzoek).
Er is nood aan een kritische stem die niet door instrumentele beroepsbelangen
wordt georiënteerd. Deze zou uit de academische wereld moeten komen, maar
dit is niet het geval. Juristen beschouwen zich niet meer als intellectuelen (dit zijn
verdedigers van de universele waarden als de waarheid, de rationaliteit en de
gerechtigheid) maar ze zijn zoals de wetenschappers gewone laboraten
geworden. Vanuit de universiteiten klinkt ook nauwelijks een onafhankelijke stem.
Opdat personen zich met een beroep en het object daarvan zouden kunnen
identificeren, moeten zij daaraan een intrinsieke waarde toeschrijven, van

,intrinsiek belang, ook indien zij die intrinsieke waarde verre van verwezenlijkt
achten. Men moet zich minstens in de idee van recht of in de idee van
gerechtigheid kunnen herkennen om aan het recht een zekere identiteit toe te
schrijven die men ook tot de zijne kan maken. Maar het recht of de particuliere
rechtsregels worden slechts als een middel beschouwd om de meest diverse
doeleinden vooruit te helpen. De intrinsieke waarde van het recht gaat verloren
en de samenhang is van onderschikt belang. Men ziet geen verschil meer tussen
tolerantie en permissiviteit of tussen morele principes en technische regels. Het
onderwijst versterkt deze mentaliteit en het verspreidt een utilitair
individualistisch ethos. De rechtenopleiding creëert een vrij cynisch mensbeeld
en het adagium ‘hoe cynischer, hoe wetenschappelijker’ is hierop toepasselijk.
1.3.3 Rechtenstudenten zijn niet allen studenten in het recht
Ralph Dahrendorf schreef in zijn referaat ‘the education of an elite: Law faculties
and the German upper class’ dat rechtenstudenten in 1964 in Duitsland bepaalde
karakteristieken hadden:
 Ze kwamen uit hogere klassen.
 De keuze voor rechten wordt gemaakt omdat het het minst specifiek
wetenschappelijke imago heeft.
 Er zijn weinig vrouwelijke studenten.
 Bepaalde dingen, zoals kleren, accentueren hun elitaire status.
 Ze tonen meer interesse in de partijpolitiek en in selecte feestjes dan in
kunst en hard werken.
 Ze hebben geen wetenschappelijk-theoretische belangstelling voor het
recht: ‘het recht’ interesseert hen niet.
 Ze hebben meer interesse in wat ze met het diploma kunnen doen, dan in
kennis.
Bepaalde aspecten zijn nu nog steeds van toepassing zoals de hoge sociale
afkomst. De wetenschappelijke interesse in het recht blijft ook beperkt. Weinig
studenten willen doctoreren en er is weinig theoretisch-wetenschappelijke
interesse in het recht en de verwante opleidingsdelen (rechtssociologie,
rechtsfilosfie,…). Ze willen gewoon op efficiënte wijze hun diploma halen.
1.3.4 De rechtenstudie als beroepsopleiding
Dit is natuurlijk niet enkel de schuld van de student of jurist. Het is niet uw schuld
dat u de rechtsstaat niet verdedigt. Dit zit namelijk in een breder systeem
ingebed. De rechtenopleiding wordt nu namelijk eerder als beroepsopleiding
voorgesteld:
1. Het zijn louter discussies over feiten onder de verzamelde rechtsregels en
dus discussies over het recht. De discussies gaan enkel over de feiten, niet
over het recht op zich.
2. Het zijn instrumentaliserende opleidingen. De opleiding bereidt u voor op
het juridisch beroep en bereidt u voor op wat je moet kunnen volgens de
universiteit. De opleiding wordt afgesteld op de mogelijke beroepen en om
aan de mogelijkse voorwaarden te voldoen.
3. Het is een instrumentaliserend onderwijsgebeuren. Alles wat geen
examenleerstof is, verliest iedere relevantie en wekt geen belangstelling
meer op.

,De boosdoeners hier zijn het individueel utilitarisme en het
rechtsintstrumentalisme.
1.3.5 Juristen en sociologen
Even een breder perspectief in de tekst. Hoe zijn we op dit punt gekomen? Wat is
de relatie tussen juristen en sociologen geweest? Er waren 4 golven doorheen de
tijd:
- De 18de eeuw: Juristen dachten sociologen te zijn. Ze denken dat het
recht voorschrijft wat de feitelijke verhoudingen in de samenleving zijn.
Het recht kan je zien als 1 grote sociologische thesis die beschrijft hoe het
er in de samenleving aan toe gaat. Hun idee was om alles te laten lopen
zoals het ging (la nature des choses), zo zou men tot een goed resultaat
komen. Het recht gaf volgens hen dus gewoon weer wat er in de
samenleving gebeurd en als dat gebeurd is het rechtvaardig. Dit kan je ook
zien bij Portalis. Bij zijn presentatie van de Code Civil in 1803 staan er nog
bol van verwijzingen naar la nature des choses. De juristen zouden niet
anders dan de feitelijke verhoudingen tussen mensen hebben beschreven.
- De 2de helft van de 19de eeuw: dit is de opkomst van de proto-
sociologen (Durkheim, Marx, Weber)d. Deze zeiden dat dit beeld niet klopt.
De sociologische studie van het recht is geen behoorlijkheidswetenschap,
die voorschrijft wat het recht moet zijn, maar een empirische wetenschap,
die beschrijft wat het recht is. De proto-sociologen contrasteren het recht
met de reële maatschappelijke machtsverhoudingen. Ze geven kritiek op
de liberale rechtsorde: het recht beschermt de belangen van de heersende
klasse. Ze gingen namelijk kijken van het vertrekpunt: hoe ervaart de
samenleving het recht? Ze bemerkten dat de contractuele vrijheid leidt tot
een risico tot uitbuiting door de verschillende machtsverhoudingen en dat
de sterke partij zijn macht kan opdringen aan de zwakkere. Ze willen gaan
weergeven wat het recht in de samenleving is (niet wat het kan zijn). Het
recht van de samenleving vereist namelijk aandacht voor de
machtsverhouding in de samenleving.
- 1900 tot 1945: Rond 1900 kwam de aanvang van de empirische
sociologische studie van het recht. Durkheim en Weber waren hierin heel
belangrijke personen. Ze gingen zich afvragen: Hoe kunnen we het recht
gaan beschrijven? Toen werd het dus echt pas een empirische wetenschap,
die beschrijft wat het recht is en doet. De sociologische Wende (aan het
einde van de 19de eeuw en aan het begin van de 20ste eeuw) draagt bij tot
de instrumentalisering van het recht:
o Het Legal Realism in de VS: Het recht wordt gezien als een
instrument van sociale verandering (social engineering).
o La wand social change.
- Hier ontstaat het idee dus om het recht als een instrument te gaan
gebruiken oftewel het rechtsinstrumentalisme.
- Rond 1950: De rechtssociologie waarschuwt voor het
rechtsinstrumentalisme. Het instrument kan falen en leidt niet altijd tot de
gevolgen die men wilt. Af en toe zijn er onbedoelde gevolgen die men niet
wou, dus moet men uitkijken voor de gebreken van het
rechtsinstrumentalisme.

, De rechtssociologen halen nu gebreken aan een te groot vertrouwen in het recht
als instrument. Er zijn gebreken aan een te sterk geloof in de inzet van het recht
als instrument voor maatschappelijke verandering. Er zijn enkele kanttekeningen
bij het rechtsinstrumentalisme:
- De instrumentalistische wetgever veronderstelt dat hij de enige wetgever
is en dat de maatschappij een monistisch veld is dat slaafs de wet naleeft.
- De samenleving bestaat echter uit ontelbare ‘semi-autonome sociale
velden’ die ook regels en normen maken en de effectiviteit van het
statelijk recht beïnvloeden. Sommige SASV’s worden zelfs belangrijker
geacht dan de wetgeving door bepaalde mensen.
- Sociale velden proberen ieder op hun manier het recht naar hun hand te
zetten.
Dit is al een gebrek van het rechtsinstrumentalisme waar voor uit gekeken moet
worden. Rechtssociologen hebben hierdoor dus ook kritiek op het geloof dat je
met de wetgeving de samenleving ten goede kunt veranderen.
1.3.6 Sociologisch anti-instrumentalisme
De inzet van rechtsregels als een instrument voor sociale verandering faalt dus.
Rechtsregels hebben namelijk niet altijd de gewenste gevolgen. Ze hebben
perverse (onbedoelde effecten die ongewenst zijn), onbedoelde (onbedoelde
effecten die niet per se ongewenst zijn) en bedoelde (positieve of neutrale
effecten die men voor ogen had) effecten. Rechtsregels hebben ook zelden een
eenduidig doel, want ze zijn het resultaat van een belangenstrijd. Er staan 5
voorbeelden hiervan in ons boek:
1. Burgerlijk Wetboek: wederkerige onderhoudsplicht ouders-kinderen om
familiale solidariteit te versterken. Het doel was om de solidariteit tussen
kinderen en hun bejaarde ouders juridisch te beschermen. In de praktijk
werd er geen gebruik van de wet gemaakt, en het OCMW ging het
afdwingen. Het gevolg hiervan was dat het de ouders afschrikt om een
beroep op het OCMW te doen.
2. Wet 13 juni 1986 betreffende wegnemen en transplanteren van organen:
Het doel was om het donorschap te vermoeden en dat men (meestal) het
orgaan mocht wegnemen om aan iemand anders te schenken. In praktijk
gingen de artsen het toch nog vragen aan de familie of ze het orgaan
mochten gebruiken.
3. Perverse effecten van beschermd statuut van zwangere vrouw tegen
ontslag: Het doel hiervan was om een beschermd statuut voor zwangere
werkneemsters in te stellen als bescherming tegen aanwerving en ontslag.
In de praktijk was er echter geen alternatieve arbeidsplaats en hadden ze
toch vrees voor ontslag, waardoor ze niet zeiden dat ze zwanger waren.
4. Moral Hazard: Dit is de verzekering tegen een bepaald risico. Een effect
van deze verzekering, is dat men zich meer op zijn gemak voelt en dat er
een stijging is van de kans dat het risico zich zal voordoen.
5. Milieubox: Dit was een prestigeproject in 1992. Het was bedoeld om KGA
veilig te stockeren en weg te brengen. Eigenlijk wist niemand zelfs wat
KGA was en werd er dus geen gebruik van gemaakt.
Waarom zijn deze voorbeelden belangrijk? Ze laten toe om een brug te maken
tussen het rechtsinstrumentalisme en hoe rechtssociologen daar nu mee
$7.93
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
timoembrechts
4.0
(1)

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
1 week ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
timoembrechts Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
1 week ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions