100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting van alle begrippen en theorieën JC & JB: alle stof van de literatuur en het boek

Rating
-
Sold
2
Pages
20
Uploaded on
16-01-2025
Written in
2024/2025

Zelf gemaakt overzichtelijk overzicht met alle belangrijke begrippen en theorieën voor het tentamen

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 16, 2025
Number of pages
20
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Begrippen Jeugdcriminaliteit & Jeugdbescherming

Week 1:
Hoorcollege 1
Jeugdcriminaliteit = Verzamelnaam voor stra aar gedrag door minderjarigen (12-18 jaar), waarvoor
jeugdigen berecht worden via het jeugdstrafrecht.
Jeugdbescherming = komt om de hoek kijken wanneer de problema ek dusdanig erns g is dat de
kindveiligheid en eindontwikkeling erns g bedreigd worden, waardoor jus eel ingrijpen noodzakelijk is of
dreigt.

Dynamische risico- beschermende factoren = veranderbaar/beïnvloedbaar via interven es, zoals
opvoedvaardigheden of sociaal netwerk.
Sta sche risico-beschermende factoren = onveranderbaar, zoals verstandelijke vermogens of geschiedenis
van delinquent gedrag.

Pro elen jeugdcriminelen:
- Experimenteerders = iemand die 1 of 2 keer iets doet wat niet zo erns g is, en daarna nooit meer.
- Risicojongeren/meerplegers = Plegen 3 of meer delicten.
- Veelplegers = iemand die herhaald delicten pleegt.
- Zeer ac eve veelplegers = Herhaalde contacten met poli e; een klein aandeel is verantwoordelijk voor
de meeste delicten.

Hendriks et al. - H2
IVRK (Interna onale visie op rechten van kinderen) = verdrag verplicht ouders te ondersteunen in de
verzorging en opvoeding van hun kind, wanneer deze bescherming van het kind nodig is.
Ul mum remedium = als ouders niet akkoord gaan met de uithuisplaatsing, kan dit toch worden uitgevoerd
als dit in het belang is van het kind.
Ondertoezichtstelling (OTS) = gecer ceerde instelling houdt toezicht op het gezin en er komt een
gezinsvoogd.

Jeugdrecht:
- civiele kader = geregeld in het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Jeugdwet. Hierbij kan de jongere te maken
krijgen meet uithuisplaatsing of ondertoezichtstelling.
- strafrechtelijk kader = hierin kan iemand worden aangehouden als verdachte van een stra aar feit. Een
minderjarige mag 3 dagen worden vastgehouden, verder hee hij recht op een advocaat. Als een
minderjarige langer moet zi en (14 dagen), wordt hij overgeplaatst naar de jus ële jeugdinrich ng.

Dwang = kinderbeschermingsmaatregelen die akkoord krijgen van de rechter, waardoor gedwongen hulp
ingezet kan worden.
Drang (preven eve jeugdbescherming) = hee geen we elijke basis, waardoor bezwaar of beroep niet
mogelijk zijn. Drang mag niet worden ervaren als dwang.
Adolescen estrafrecht = speciale behandeling van jongeren tussen de 18 en 23 in het strafrecht, sinds
2014, waardoor iemand volgends het jeugdstrafrecht berecht kan worden. Dit kan op basis van kenmerken
dan de dader of de context van het delict.
AKJ (Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg) = bestaat sinds 1971, voert sinds 2015 landelijk het
vertrouwenswerk in de jeugdhulp uit als we elijke taak.
Vertrouwenspersoon = de persoon die jeugdigen, ouders of pleegouders op hun verzoek ondersteunt in de
aangelegenheden die samenhangen met de we elijke taken en verantwoordelijkheden van het college van
jeugdhulpaanbieders.

Hendriks et al. - H29
Residen ële jeugdhulp = een vorm van jeugdhulp waarbij jongeren (0 tot 23 jaar) dag en nacht buiten hun
eigen omgeving verblijven. Kort durende crisisopvang -> long stay leefgroepen.




titifi titi ti titi tt tifi ti ttfb
ft tt ttti ft ti ti titi titi titi fb ti

, - open: zoals gezinshuizen en kamertrainingscentra
- gesloten: jeugdzorgplus en jus ële jeugdinrich ngen
Open plaatsing = plaatsing in residen ële jeugdhulp word in samenwerking met ouders aangevraagd
Gesloten kader = er is sprake van een civielrechtelijke maatregel of een strafrechtelijke maatregel.

Repressieve model: jongeren hebben aandeel in hun problema ek of zouden verwaarlozing of misbruik zelf
hebben uitgelokt. Hun ongepaste gedrag diende te worden afgeleerd met tucht, discipline en opslui ng.
Beschermingsmodel: jongeren werden gezien als slachto ers van hun opgroei en opvoedomstandigheden,
en wat hun was overkomen. Ze zouden beschermd moeten worden van hun omgeving.
Behandelmodel: word gekeken naar kwetsbaarheden en trauma sering van de jongere die omwille hiervan
speci eke behoe en hee .

Jeugdzorgplus = een gesloten vorm van residen ële jeugdhulp voor jongeren die in het kader van een
civielrechtelijke maatregel uit huis worden geplaatst (scheiding civiel en strafrechtelijke plaatsingen).

Weijers (2020) - H1
Jeugdcriminaliteit bronnen:
• Poli ecijfers of gerechtelijke gegevens = van openbaar ministerie en de rechtbank
• Zelfrapportages = onder jongeren kunnen een goed beeld geven van de meest voorkomende
jeugddelicten en maken hiermee de ‘gezonde’ jeugddelinquen e zichtbaar.
• Slachto erenqquêtes = geven goede indruk van ontwikkeling van het aantal slachto ers van misdrijven.
Presta eparadox = hoe beter de poli e haar werk doet, des te meer criminaliteit er lijkt te zijn.
Net-widing = criminalisering van ka enkwaad, toegenomen door selec eve gevoeligheid.
Veilige plaats = con nuïteit op ten minste één levensdomein, bijv. een zeer goede, betrouwbare vriend, een
bijzonder sterke band met ten minste één van de ouders of goed kunnen leren.

Weijers (2020) - H3
age-crime curve = het aantal jeugdigen dat in aanraking komt met de poli e s jgt vanaf lee ijd 12 jaar en
bereikt een prik rond 18-20 jaar, daarna daalt het weer.
MZJ (Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit) = elke 2-5 jaar wordt deze vragenlijst afgenomen bij
een steekproef, er zijn 27 delicten opgenomen in de vragenlijst.
Methoden voor ontwikkeling in aantal daders van criminaliteit: Zelfrapportage van delinquent gedrag en
Poli e- en jus esta s eken



Week 2:
Hoorcollege 2
Levensloopcriminologie = Onderzoekt veranderingen in crimineel gedrag over de levensloop, met nadruk
op dynamische factoren zoals sociale bindingen en ‘life events’.

Dual Taxonomy Theory (Mo ):
◦ Life-course persisters (LCP): Beginnen vroeg met crimineel gedrag door biologische en
sociale factoren; gedrag blij door cumula eve e ecten.
◦ Adolescent-limited (AL): Plegen delicten jdens adolescen e door sociale na-aperij en
maturity gap, stoppen bij volwassenheid.
Age-graded theory of informal social control (Sampson & Laub) = Sociale bindingen, zoals werk en rela es,
verminderen criminaliteit door te fungeren als ‘turning points’.

Weijers (2020) - H15
Risicofactoren = individuele en sociale omstandigheden die het ontstaan van criminaliteit of het voortduren
ervan vergemakkelijken. Hierbij kan er onderscheid gemaakt worden tussen individuele risicofactoren
(persoon zelf) en contex actoren (gezin, vriendenkring, school, buurt).




tifitiff titift ti ti titfft ft
ffitttiti ttti titi titiff ff ti tititi ti ti ti ff ft ti ti

, Ontwikkelingsbenaderingen = individuele/persoonlijke risicofactoren voor het voorspellen van criminaliteit.
De oorzaak wordt gezocht in de persoonlijke kenmerken van de jongere. Volgens deze benadering wordt de
basis van crimineel gedrag gelegd jdens de kinder jd.

Soorten gezinsfactoren:
1. Proximale factoren = kwaliteit van ouder-kindrela e
2. Distale factoren = persoonlijke problemen van de ouders
3. Contextuele factoren = rela es binnen het gezin, het func oneren van het gezin als geheel.
4. Globale factoren = socio-economische status van het gezin.

School- en peer factoren = moeilijke schoolloopbaan, gebrek aan schoolmo va e, slechte leerpresta es,
spijbelen, vroeg jdig school verlaten etc.
Maatschappelijke factoren = sociale integra e, inkomensverdeling, poli ek beleid, niveau van welvaart,
sociale klasse en werkloosheid etc. Veel va de factoren hangen samen met de buurt waarin men woont.

Thompson & Morris (2016)
Zie theorieën lijst.

Hendriks et al. - H6
Opvoed dimensies:
Ondersteuning = posi eve en nega eve gedragingen die gericht zijn op het kind en ervoor zorgen dat het
kind zich wel/niet veilig, geaccepteerd en gesteund voelt.
Controle = begrenzen en bijsturen van het gedrag van het kind, waarbij vaak onderscheid wordt gemaakt
tussen autoritaire en authorita ve controle, maar ook tussen gedragscontrole en psychologische controle.

Verschillende opvoeds jlen:
• Autoritair = weinig ondersteuning, veel controle
• Autorita ef = veel steun, veel controle
• Permissief = veel steun, weinig controle
• Verwaarlozing = weinig steun, weinig controle

Bidirec onele invloeden = kinderen en ouder beïnvloeden elkaar wederzijds. Opvoedingsprocessen op een
klein jdsschaal kunnen opbouwen tot lange-termijn ontwikkelingen. Vaker gaat toegeven en het kind
steeds meer beloond wordt voor het zeuren, kan dit wel een risico worden voor probleemgedrag.
Social Rela ons Model (SRM) = instrument waarbij onderscheid gemaakt kan worden tussen
rela ekwaliteit die a angt van: degene die rapporteert (actor-e ect), degene over wie gerapporteerd word
(partner-e ect) , het niveau van unieke rela es (rela e-e ect) en het algemeen gezinsklimaat (familie- of
groepse ect).

Hendriks et al. - H8
Gewetensfunc e = ontwikkeld vanuit de baby jd tot in de adolescen e, 3 opvoedingsmilieus bijdragen aan
de ontwikkeling en het zwaartepunt ligt in de eerste drie levensjaren in het gezin.
Mentaliserend vermogen = het vermogen te snappen dat jij en de ander een eigen inten onele gedachten-
en belevingswereld hebben.

Empa sch vermogen = regula e van zowel de enige emo es als van sociale interac es.
- Cogni eve empathie = vermogen om emo es van een ander te iden ceren en te begrijpen
- A ec eve empathie = vermogen om zich in te leven in de emo es van een andere en met die ander
meet te voelen, terwijl duidelijk blij dat de meegevoelde emo e van de ander is en niet van zichzelf
a oms g is.

Zel ewuste emo es = ontstaan wanner iemand zijn handelen, denken of fantaseren evalueert.
Schuldgevoel = wanneer iemand zijn evalua e rich op gedrag, gedachten of fantasieën -> ik heb iets slecht
gedaan. Behoe e om spijt te betuigen of het goed te maken.
Schaamte = gerelateerd aan evalua es ten opzichte van iden teit of zelfwaardering -> ik ben slecht. Weinig
of geen mogelijkheid tot herstel.




fk
fffbtitititiffti ffti tiftti ti fhtiti

ti titi titift tititi ti titi ti ff
titi ti tiff tifi
ti ti ti ti ti ti ti
$11.16
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sariroos Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
33
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
22
Last sold
1 week ago
Samenvattingen ISW (Universiteit Utrecht)

Diverse samenvattingen van eerste en tweede jaars ISW vakken incl. de criminologie minor die de UU aanbied die ik heb gevolgd en met goede cijfers heb afgerond.

5.0

3 reviews

5
3
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions