Waarom is ordenen belangrijk voor biologen?
- Dingen zijn makkelijker te vinden
- Zichtbaar maken van een structuur
- Kritisch kijken en beschrijven
-> zeker weten dat je over hetzelfde praat
- ….
- Taxonomie:
De geordende indeling en naamgeving van organismen
Biologen ordenen al heel lang:
Carolus Linnaeus (1707-1778)
- Systeem van de schepping
- Uiterlijke kenmerken
- Twee sleutelkenmerken
- hiërarchische classificatie
- tweedelige soortnamen
Hiërarchische classificatie:
- Sprake van verschillende niveaus
- werelddeel, land, straat etc.
- Ieder niveau bevat meerdere groepen van een lager niveau
- Een wijk bestaat uit meerdere straten
- Een stad bestaat uit meerdere wijken
- etc.
Voorbeeld van een hiërarchische classificatie:
Ekarya – Animalia – Chordata – Mammalia – Carnivora – Felidae - Panthera – Panthera Pardus
Taxon:
Een taxon bevat organismen waarvan een taxonoom oordeelt dat ze tot die eenheid horen.
EZELS BRUGGETJES:
Soort -> Geslacht -> Familie -> Orde -> Klasse -> Stam -> Rijk -> Domein -> Leven
AK OF GS?
- Afdeling (stam of fylum), Klasse, Orde, Familie, Geslacht, Soort
Als Kleine Otters Fietsen Gaan Stelen
- Afdeling (stam of fylum), Klasse, Orde, Familie, Geslacht, Soort
,Bionomiale nomenclatuur:
Bi = 2
Nomiale = naam
Passer domesticus = huismus.
Passer = Genus = geslacht
domesticus : soortspecifiek
Naam: schuin gedrukt, 1e woord hoofdletter.
Andere afkortingen (niet schuingedrukt)
- Passer sp.:
Ongedefinieerde soort uit het geslacht passer
- Passer spp.:
Meerdere soorten uit het geslacht passer
- Passer cf. domesticus:
Lijkt op passer domesticus, maar is nog niet zeker.
- Soms een naamsaanduiding van ontdekker
Evolutie:
- Linneaus (1707-1778)
- Soorten zijn geschapen door God en onveranderlijk
- Indeling: systeem van schepping
- Darwin (1809-1882)
Evolutie:
- Soorten zijn niet constant
- Indeling: evolutionaire geschiedenis
Fylogenie
- Darwin: Soorten ontstaan uit vooroudersoorten
Fylogenie:
- De evolutionaire geschiedenis van een soort of een groep verwante soorten
- Ordening van soorten vaak om evolutionaire verwantschappen aan te geven
Hoe lees je een boom?
- Individuen die het meest op elkaar lijken
Minste aantal knooppunten
- Ik lijk meer op mijn broertje dan op mijn neef
Ongewortelde boom:
Niet duidelijk wat de voorouder is
,Welke boom is de nauwkeurigste?
Maximale parsimonie:
De stamboom waarvoor het kleinste aantal evolutionaire gebeurtenissen nodig is, is het meest
waarschijnlijk.
Onderscheid tussen homologie en analogie:
Homologie:
- Overeenkomst op grond van zelfde voorouders
- ‘’kenmerk is maar 1 keer ontstaan’’
Analogie:
- Overeenkomst op grond van ‘’convergente evolutie’’: Vanuit verschillende vertrekpunten
kom je uiteindelijk bij elkaar . Convergeren -> naar elkaar toe.
- ‘’Kenmerk is meerdere keren ontstaan’’
Homoplasie: (Zelfde als Analogie, alleen ander woord)
- Kenmerk dat onafhankelijk is ontstaan in 2 verschillende soorten
Maximale waarschijnlijkheid:
- DNA is het erfelijk materiaal
- Verandert door mutaties
- Bepaalde wetmatigheden over hoe DNA verandert in de tijd bepalen welke stamboom de
meest waarschijnlijke volgorde van evolutionaire gebeurtenissen weergeeft.
, VALIDE CLADES
Klassieke indeling vs fylogenie
- Beide gebaseerd op vergelijken van verschillen en overeenkomsten
- Kunnen leiden tot a.g.v.
- toenemend aantal kenmerken
- beter herkennen van analogiën.
Een valide clade:
GOED: Is monofyletisch
- deze bestaat uit de voorouder en al z’n afstammelingen
Parafyletische groep: Behorend tot een groep van taxa die bestaat uit een gemeenschappelijke
voorouder en sommige, maar niet alle afstammelingen
Polyfyletische groep: Groep ingedeeld op basis van een kenmerk dat meerdere keren is ontstaan
(anlogie)
Monofyletisch, parafyletisch of polyfyletisch:
1. Is de groep ingedeeld op basis van een kenmerk dat meerdere keren is ontstaat (analogiën)?
- ja -> polyfyletisch
- nee -> ga verder naar vraag 2
2. Zijn er uit de gemeenschappelijke voorouder geen groepen/soorten ontstaan die niet onder
deze groep vallen?
- nee -> monofyletisch
- ja -> parafyletisch
Alle zoogdieren zijn monofyletisch.
Klassieke indeling vs fylogenie:
- Beide gebaseerd op vergelijken van verschillen en overeenkomsten
- Kunnen leiden tot verschillen
- Alleen monofyletische groepen worden nog geaccepteerd
Geschiedenis van ordening:
- Twee groepen
- plant of dier
- 5 rijken
- prokaryoten (monera), Protisten, Planten, Dieren, Schimmels
- Nu: 3 domeinen
- Eukarya
- Sulfolobus
- Groene niet-zwavelbacteriën