HOOFDSTUK 9 HET UROGENITALE STELSEL
NIEREN EN URINEWEGEN
Nieren
Vorm en ligging
= Renes
Boonvormig, +/- 140 gram
Omgeven door bindweefselkapsel, in perirenaal vet
Retroperitoneaal (achter buikvlies)
Rechternier vaak wat lager dan linker
Bovenop glandulae adrenales (bijnieren)
Macroscopische bouw
Vorming en afvloed urine van lateraal naar mediaal
nierhilus.
Nier te verdelen in:
Cortex
Medulla
Pyelum (nierbekken)
gaat over in ureter.
In medulla nierpiramiden punt = papillen
Calices = kelkvormige verzamelkanalen van pyelum die nierpapillen
omvatten.
Bloedvoorziening
Zuurstofrijk bloed arteria renalis via hilus vertakt tot glomeruli
zuiveren vena renalis vena cava inferior.
Microscopische bouw
Nefron = functionele niereenheden filtratie
glomerulus + tubulussysteem
Glomerulus
= arteriële capillaire vaatkluwen hoge druk voor filtratie
Tubulussysteem
Glomerulus in kapsel van Bowman blaasje verwijd begin
tubulussysteem filtraat = voorurine
, Glomerulus + kapsel van Bowman = lichaampje van
Malpighi
Kapsel Bowman proximale tubulus lis van Henle
distale tubulus ductus colligens nierbekken
Ligging:
Cortex Glomeruli, proximale en distale tubuli
Medulla Lissen van Henle, verzamelbuizen
Bloedvoorziening:
Vas afferens = aanvoerend glomerulus vas
efferens
Pyelum en
ureters
Nierbekken ureter blaas
Nierbekken achter bloedvaten operaties rugzijde.
Ureters over achterste buikwand, over lendspier, achter
blaas langs, schuin onder in de blaas uitmonden.
Door schuine verloop ventielwerking bij samentrekken
blaas ureters dichtgedrukt.
Afvloed urine peristaltische bewegingen.
Blaas
In het bekken achter symphysis pubis ( schaambeen)
Leeg subperitoneaal
Vol preperitoneaal
Vrouw onder/voor baarmoeder
Man voor voorste rectum wand
Musculus detrusor in elkaar grijpende, in verschillende richtingen lopende spierlagen mictie bij
samentrekken.
Interne sfincter dikke circulaire spierlaag waar plasbuis begint onwillekeurig
Externe sfincter willekeurig, deel bekkenbodem.
Trigonum (blaasdriehoek) uitmondingen beide urineleiders en begin plasbuis blijft op plaats
Mictie parasympatisch.
Urethra
Urethra = plasbuis blaas naar buitenwereld
Vrouw tussen kleine schaamlippen en voor vagina
Man door prostaat en penis, ook afvoer voor sperma.
FYSIOLOGIE VAN DE UITSCHEIDING
Nieren
NIEREN EN URINEWEGEN
Nieren
Vorm en ligging
= Renes
Boonvormig, +/- 140 gram
Omgeven door bindweefselkapsel, in perirenaal vet
Retroperitoneaal (achter buikvlies)
Rechternier vaak wat lager dan linker
Bovenop glandulae adrenales (bijnieren)
Macroscopische bouw
Vorming en afvloed urine van lateraal naar mediaal
nierhilus.
Nier te verdelen in:
Cortex
Medulla
Pyelum (nierbekken)
gaat over in ureter.
In medulla nierpiramiden punt = papillen
Calices = kelkvormige verzamelkanalen van pyelum die nierpapillen
omvatten.
Bloedvoorziening
Zuurstofrijk bloed arteria renalis via hilus vertakt tot glomeruli
zuiveren vena renalis vena cava inferior.
Microscopische bouw
Nefron = functionele niereenheden filtratie
glomerulus + tubulussysteem
Glomerulus
= arteriële capillaire vaatkluwen hoge druk voor filtratie
Tubulussysteem
Glomerulus in kapsel van Bowman blaasje verwijd begin
tubulussysteem filtraat = voorurine
, Glomerulus + kapsel van Bowman = lichaampje van
Malpighi
Kapsel Bowman proximale tubulus lis van Henle
distale tubulus ductus colligens nierbekken
Ligging:
Cortex Glomeruli, proximale en distale tubuli
Medulla Lissen van Henle, verzamelbuizen
Bloedvoorziening:
Vas afferens = aanvoerend glomerulus vas
efferens
Pyelum en
ureters
Nierbekken ureter blaas
Nierbekken achter bloedvaten operaties rugzijde.
Ureters over achterste buikwand, over lendspier, achter
blaas langs, schuin onder in de blaas uitmonden.
Door schuine verloop ventielwerking bij samentrekken
blaas ureters dichtgedrukt.
Afvloed urine peristaltische bewegingen.
Blaas
In het bekken achter symphysis pubis ( schaambeen)
Leeg subperitoneaal
Vol preperitoneaal
Vrouw onder/voor baarmoeder
Man voor voorste rectum wand
Musculus detrusor in elkaar grijpende, in verschillende richtingen lopende spierlagen mictie bij
samentrekken.
Interne sfincter dikke circulaire spierlaag waar plasbuis begint onwillekeurig
Externe sfincter willekeurig, deel bekkenbodem.
Trigonum (blaasdriehoek) uitmondingen beide urineleiders en begin plasbuis blijft op plaats
Mictie parasympatisch.
Urethra
Urethra = plasbuis blaas naar buitenwereld
Vrouw tussen kleine schaamlippen en voor vagina
Man door prostaat en penis, ook afvoer voor sperma.
FYSIOLOGIE VAN DE UITSCHEIDING
Nieren