HOOFDSTUK 6 DE ADEMHALING
Twee gassen van belang bij ademhaling:
Zuurstof
Koolstofdioxide
Lucht:
- 21% zuurstof
- 79% stikstof
- Waterdamp bepaald door temperatuur, vochtigheid en luchtdruk
3 fasen ademhaling:
1. Externe respiratie uitwisseling zuurstof en koolstofdioxide tussen lucht en bloed longen
2. Interne respiratie celademhaling
3. Intermediaire respiratie tussen in- en uitwendige respiratie, zuurstof naar weefsels
Ademhalingsstelsel = tractus respiratorius:
Neus
Mond
Keelholte
Strottenhoofd
Luchtpijp
Pijptakken
ANATOMIE VAN DE TRACTUS RESPIRATORIUS
BOVENSTE LUCHTWEGEN ONDERSTE LUCHTWEGEN
Cavum nasi Trachea
Pharynx Long
Cavum oris Hoofdbronchus
Larynx Bronchioli en alveoli
Bovenste luchtwegen:
Geleding lucht tussen buitenwereld en onderste luchtwegen
Lucht gezuiverd
Lucht op temperatuur gebracht en verzadigd met waterdamp
Onderste luchtwegen:
Efficiënte geleiding naar longblaasjes
Uitwisseling zuurstof en koolstofdioxide
Bovenste luchtwegen
Neus:
Lucht komt via neusgaten in neusholte (= cavum nasi) gescheiden door het neustussenschot (septum
nasi).
In neusgangen eigenaardig gevormde platen met uisteeksels (= conchae nasales) vormt 3 kanalen,
de meatus nasi bedekken toegangen tot neusbijholtes (= sinus paranasales).
, Twee belangrijke neusbijholtes:
Sinus frontalis boven
neusholtes vocht afvloeien
naar neus
Sinus maxillaris naast
neusholtes, afvoer bovenkant,
makkelijk ophopen vocht
kaakholtes
monden uit in middelste neusgang
Functies:
Voorverwarming ademlucht
Klankruimte stemvorming
In neusholtes, onderste neusgang,
monden ook traanbuizen uit traanvocht
afvoeren van traanklieren oogbol vochtig houden.
Taken neus:
Lucht voorverwarmen en bevochtigen
Reukorgaan keuren lucht
Trilhaarepitheel verontreinigingen
tegengaan.
Pharynx
- Schedelbasis tot achterwand keel
- Ademweg en slikkanaal
Boven in keel adenoïd (neusamandel)
Achterste gedeelte mondholte tonsillen
(keelamandelen).
lymfoïd weefsel veel lymfocyten voor
afweer.
Larynx
Toegang pharynx tot larynx epiglottis (=
strottenklepje)
Tussen tongbeen en trachea door
ligamenten.
Bestaat uit ringkraakbeen met daarboven
schildkraakbeen met adamsappel en
driezijdig piramidevormig kamkraakbeen
verbonden met spieren en ligamenten.
Hieronder kraakbeenringen trachea.
Twee gassen van belang bij ademhaling:
Zuurstof
Koolstofdioxide
Lucht:
- 21% zuurstof
- 79% stikstof
- Waterdamp bepaald door temperatuur, vochtigheid en luchtdruk
3 fasen ademhaling:
1. Externe respiratie uitwisseling zuurstof en koolstofdioxide tussen lucht en bloed longen
2. Interne respiratie celademhaling
3. Intermediaire respiratie tussen in- en uitwendige respiratie, zuurstof naar weefsels
Ademhalingsstelsel = tractus respiratorius:
Neus
Mond
Keelholte
Strottenhoofd
Luchtpijp
Pijptakken
ANATOMIE VAN DE TRACTUS RESPIRATORIUS
BOVENSTE LUCHTWEGEN ONDERSTE LUCHTWEGEN
Cavum nasi Trachea
Pharynx Long
Cavum oris Hoofdbronchus
Larynx Bronchioli en alveoli
Bovenste luchtwegen:
Geleding lucht tussen buitenwereld en onderste luchtwegen
Lucht gezuiverd
Lucht op temperatuur gebracht en verzadigd met waterdamp
Onderste luchtwegen:
Efficiënte geleiding naar longblaasjes
Uitwisseling zuurstof en koolstofdioxide
Bovenste luchtwegen
Neus:
Lucht komt via neusgaten in neusholte (= cavum nasi) gescheiden door het neustussenschot (septum
nasi).
In neusgangen eigenaardig gevormde platen met uisteeksels (= conchae nasales) vormt 3 kanalen,
de meatus nasi bedekken toegangen tot neusbijholtes (= sinus paranasales).
, Twee belangrijke neusbijholtes:
Sinus frontalis boven
neusholtes vocht afvloeien
naar neus
Sinus maxillaris naast
neusholtes, afvoer bovenkant,
makkelijk ophopen vocht
kaakholtes
monden uit in middelste neusgang
Functies:
Voorverwarming ademlucht
Klankruimte stemvorming
In neusholtes, onderste neusgang,
monden ook traanbuizen uit traanvocht
afvoeren van traanklieren oogbol vochtig houden.
Taken neus:
Lucht voorverwarmen en bevochtigen
Reukorgaan keuren lucht
Trilhaarepitheel verontreinigingen
tegengaan.
Pharynx
- Schedelbasis tot achterwand keel
- Ademweg en slikkanaal
Boven in keel adenoïd (neusamandel)
Achterste gedeelte mondholte tonsillen
(keelamandelen).
lymfoïd weefsel veel lymfocyten voor
afweer.
Larynx
Toegang pharynx tot larynx epiglottis (=
strottenklepje)
Tussen tongbeen en trachea door
ligamenten.
Bestaat uit ringkraakbeen met daarboven
schildkraakbeen met adamsappel en
driezijdig piramidevormig kamkraakbeen
verbonden met spieren en ligamenten.
Hieronder kraakbeenringen trachea.