HOOFDSTUK 3 DE SPIEREN EN GEWRICHTEN
BEGRIP BETEKENIS
Flexie Buigen
Extensie Strekken
Anteflexie Naar voren buigen
Retroflexie Naar achteren buigen
Abductie Van de romp af bewegen
Adductie Naar de romp toe bewegen
Endorotatie Binnenwaartse draaiing
Exorotatie Buitenwaartse draaiing
Pronatie Duim draait naar binnen
Supinatie Duim draait naar buiten
SPIEREN
Lichaam 40% spieren musculus m.
Spieren kunnen:
Samentrekken = contractie cellen trekken in 1 richting samen
Verslappen = relaxatie cellen kunnen niet verlengen
Statische contractie lengte spieren gelijk, botstokken bewegen niet t.o.v. elkaar isometrische
contractie.
Dynamische contractie verandering lengte spieren:’
Verkorting spier botten naar elkaar toe concentrische contractie
Verlenging spier botstukken van elkaar af excentrische contractie
Veel spieren invloed van onze wil, andere door autonome zenuwstelsel.
Indeling spieren:
- Glad spierweefsel onwillekeurig
- Dwarsgestreept spierweefsel willekeurig
- Hartspier onwillekeurig maar wel dwarsgestreept.
Glad spierweefsel
Buiten onze wil
Trek langzaam samen
Reageert traag
Vrijwel onvermoeibaar
Langgerekte cellen die spits toelopen en 1 vezel vormen
Voornamelijk in wand holle organen zoals maag en bloedvaten
Dwarsgestreept spierweefsel
Dwarsgestreept patroon
Onder wil
, Geen duidelijke spiercellen samengesmolten tot spiervezels met lange fibrillen (fijne
draadvormige vezels) = syncytium kernen langs wand
Kan snel en sterk contraheren snel vermoeid
Skeletspieren
Hartspier
Enige dwarsspierweefsel dat niet onder invloed is van wil.
Vormen spiervezels
Wel syncytium gevormd maar afzonderlijke cellen wel zichtbaar
Niet snel vermoeid
BOUW VAN DE SKELETSPIER
Spier
Opgebouwd uit spierbundels spiervezels
fibrillen
Omgeven door bindweefsel = fascie gaat over in
pees = tendo bestaat uit collageen bindweefsel
en kan niet samentrekken verbonden aan skelet
verlopen soms in bindweefselkokers =
peesscheden = dubbelwandige buis, binnenwand
gedeeltelijk verbonden met pees. Tussen binnen- en
buitenwand gewrichtsmeer (=synovia) soepele
beweging buigzijden vingers en tenen.
Spierbundels
Spierbundel omgeven door bindweefsel = bundelschede.
Spiervezels en fibrillen
Spiervezels van pees tot pees vol met myofibrillen kunnen contraheren lichte en donkere zones
dwarsgestreept.
Spiercontractie en verbruik van energie
Contractie energie nodig uit verbranding van glucose en vetten zuurstof nodig bij gebrek
geen volledige verbranding en ontstaat melkzuur hoopt op in spier vermoeid rust en massage
afvalstoffen afgebroken en via bloed afgevoerd.
FUNCTIES VAN DE SPIEREN
Functies spieren:
Handhaving lichaamshouding
Totstandkoming bewegingen voor contracties
Begrenzing lichaamsholten
Instandhouding lichaamstemperatuur door warmteproductie
Bewegingen spier moet over één of meerdere gewrichten lopen van stand veranderen.
Antagonisten tegenwerkers, spieren die bij contractie een tegengesteld effect hebben.
Synergisten samenwerkers, spieren die eenzelfde effect op gewricht hebben.
Biceps zijn antagonisten van triceps.
Origo = oorsprong van de spier, bevestigingsplaats van spier aan bot wat bij buiging in rust blijft.
Insertio = bevestigingsplaats aan bot dat bewogen wordt.
Sommige dwarsgestreepte spieren origo aan skelet en insertio in de huid mimische spieren.
BEGRIP BETEKENIS
Flexie Buigen
Extensie Strekken
Anteflexie Naar voren buigen
Retroflexie Naar achteren buigen
Abductie Van de romp af bewegen
Adductie Naar de romp toe bewegen
Endorotatie Binnenwaartse draaiing
Exorotatie Buitenwaartse draaiing
Pronatie Duim draait naar binnen
Supinatie Duim draait naar buiten
SPIEREN
Lichaam 40% spieren musculus m.
Spieren kunnen:
Samentrekken = contractie cellen trekken in 1 richting samen
Verslappen = relaxatie cellen kunnen niet verlengen
Statische contractie lengte spieren gelijk, botstokken bewegen niet t.o.v. elkaar isometrische
contractie.
Dynamische contractie verandering lengte spieren:’
Verkorting spier botten naar elkaar toe concentrische contractie
Verlenging spier botstukken van elkaar af excentrische contractie
Veel spieren invloed van onze wil, andere door autonome zenuwstelsel.
Indeling spieren:
- Glad spierweefsel onwillekeurig
- Dwarsgestreept spierweefsel willekeurig
- Hartspier onwillekeurig maar wel dwarsgestreept.
Glad spierweefsel
Buiten onze wil
Trek langzaam samen
Reageert traag
Vrijwel onvermoeibaar
Langgerekte cellen die spits toelopen en 1 vezel vormen
Voornamelijk in wand holle organen zoals maag en bloedvaten
Dwarsgestreept spierweefsel
Dwarsgestreept patroon
Onder wil
, Geen duidelijke spiercellen samengesmolten tot spiervezels met lange fibrillen (fijne
draadvormige vezels) = syncytium kernen langs wand
Kan snel en sterk contraheren snel vermoeid
Skeletspieren
Hartspier
Enige dwarsspierweefsel dat niet onder invloed is van wil.
Vormen spiervezels
Wel syncytium gevormd maar afzonderlijke cellen wel zichtbaar
Niet snel vermoeid
BOUW VAN DE SKELETSPIER
Spier
Opgebouwd uit spierbundels spiervezels
fibrillen
Omgeven door bindweefsel = fascie gaat over in
pees = tendo bestaat uit collageen bindweefsel
en kan niet samentrekken verbonden aan skelet
verlopen soms in bindweefselkokers =
peesscheden = dubbelwandige buis, binnenwand
gedeeltelijk verbonden met pees. Tussen binnen- en
buitenwand gewrichtsmeer (=synovia) soepele
beweging buigzijden vingers en tenen.
Spierbundels
Spierbundel omgeven door bindweefsel = bundelschede.
Spiervezels en fibrillen
Spiervezels van pees tot pees vol met myofibrillen kunnen contraheren lichte en donkere zones
dwarsgestreept.
Spiercontractie en verbruik van energie
Contractie energie nodig uit verbranding van glucose en vetten zuurstof nodig bij gebrek
geen volledige verbranding en ontstaat melkzuur hoopt op in spier vermoeid rust en massage
afvalstoffen afgebroken en via bloed afgevoerd.
FUNCTIES VAN DE SPIEREN
Functies spieren:
Handhaving lichaamshouding
Totstandkoming bewegingen voor contracties
Begrenzing lichaamsholten
Instandhouding lichaamstemperatuur door warmteproductie
Bewegingen spier moet over één of meerdere gewrichten lopen van stand veranderen.
Antagonisten tegenwerkers, spieren die bij contractie een tegengesteld effect hebben.
Synergisten samenwerkers, spieren die eenzelfde effect op gewricht hebben.
Biceps zijn antagonisten van triceps.
Origo = oorsprong van de spier, bevestigingsplaats van spier aan bot wat bij buiging in rust blijft.
Insertio = bevestigingsplaats aan bot dat bewogen wordt.
Sommige dwarsgestreepte spieren origo aan skelet en insertio in de huid mimische spieren.