Infuus:
Een arts kan verschillende redenen hebben om een infuus aan te brengen:
Voor het inbrengen van vocht, voeding, bloed en/of medicijnen.
Voor het openhouden van een ader
Inbrengen van vocht:
Functie:
Verbetering van de vocht- en de elektrolytenbalans.
Voorkomen van uitdroging.
Een vochttekort kan ontstaan door:
Onvoldoende vochtopname (bij verwaarlozing of na een operatie);
Groot vochtverlies, door braken en/of diarree;
Bloedverlies, door een operatie of ongeluk;
Plasmaverlies, bijvoorbeeld bij brandwonden;
Koorts/sepsis.
Bestaan uit:
Waterige oplossingen van zouten en suikers. De concentratie van deze opgeloste
stoffen is zodanig dat de oplossing isotoon is met het bloed.
Isotoon:
Een isotone oplossing heeft dezelfde osmotische waarde als het bloed. Daardoor kan
de vloeistof zonder problemen in het bloed en in de weefsels worden opgenomen.
Omdat zouten in een oplossing uiteenvallen in elektrisch geladen deeltjes
(elektrolyten), noemen we zoutinfusievloeistoffen ook wel
elektrolyteninfusievloeistoffen.
Voorbeelden van isotone infusievloeistoffen zijn:
Fysiologisch zout, bevat een 0,9% NaCl-oplossing;
Glucose 5%-oplossing;
Zout/glucose-oplossing met 0,45% NaCl en 2,5% glucose;
Ringer-vloeistof, een oplossing met natrium, kalium, calcium en chloor;
Zuiveringszoutoplossing, bevat 1,4% natriumbicarbonaat.
Hypertone oplossingen:
Naast isotone oplossingen zijn er ook infusievloeistoffen met hogere concentraties
aan opgeloste stoffen, dat zijn de hypertone oplossingen.
Glucose 10% of 20%.
Hypotone oplossingen:
Ook bestaan er oplossingen met lagere concentraties aan opgeloste stoffen,
de Hypotone oplossingen.
Slap zout 0,45% NaCl-oplossing.
Inbrengen van voeding
Als een zorgvrager geen voeding kan opnemen en deze situatie houdt langere tijd
aan, dan bestaat het risico dat de zorgvrager te weinig voedingsstoffen binnenkrijgt
(deficiëntie). Deze voedingsstoffen moeten dan via het infuus worden toegediend.
Moet een zorgvrager gedurende langere tijd een volledige voeding krijgen via een
infuus, dan wordt er een centraal (subclavia-)infuus aangelegd. Het infuus kan ter
vervanging of ter correctie worden ingebracht.
Vervangingstherapie: wanneer een zorgvrager stoffen verliest – bijvoorbeeld als
gevolg van diarree en/of braken – die belangrijk zijn voor het lichaam, zoals kalium,
worden deze met behulp van een perifeer gelegen infuus aangevuld.