1. Medulla spinalis of ruggenmerg
• Deel van centrale zenuwstelsel
• Ligt in het wervelkanaal
• Beschermd door wervelkolom
• Strekt zich uit tot
o Foramen magnum (vd schedel)
o 1e of 2e lendenwervel
• 45 cm lang; max breedte: 14mm
• Ruggenmergsegmenten liggen van craniaal naar distaal minder op gelijke hoogte met hun
wervels (omdat er verschil is in lengte tussen ruggenmerg en wervelkolom)
• Spinale zenuwen vd 1e cervicale wervels lopen horizontaal, lumbale zenuwen lopen vertikaal
• Het uiteinde vh ruggenmerg (L1,L2) is er een bundel spinale zenuwen
o = cauda equina (paardenstaart)
1.1 Uitwendige kenmerken
• 31 paar ruggenmergzenuwen
o Cervicale ruggenmergzenuwen
o Thoracale ruggenmergzenuwen
o Lumbale ruggenmergzenuwen
o Sacrale ruggenmergzenuwen
o Cauda equina
• Foramen inervertebrale
o Plaats tussen de 2 wervels waar zowel aan L en R de spinale zenuw
(ruggenmergzenuw) uitreedt
• Het ruggenmergsegment krijgt de benaming: bijhorende zenuw
1.2 Inwendige kenmerken
• Er treden 2 “wortels” uit het ruggenmerg
o Dorsale wortels, vezels die achteraan uitreden
- Bevatten sensibele neuronen
- Geleiden sensorische informatie door naar ruggenmerg (sensibele info van
perifeer, komt binnen in het ruggenmerg door de dorsale wortels)
o Ventrale wortels, vezels die vooraan uitreden
- Bevatten axonen van de motorische neuronen (info vanuit de hersenen gaar
via de ventrale zenuw)
- Klieren en spieren aansturen
o -> deze wortels komen samen in het foramen vertebrae en vormen samen een
spinale zenuw
o -> daarom is elke spinale zenuw een gemende zenuw
- Zowel motorische efferente als sensorische afferente info over wordt
vervoerd -> deze samensmelting gebeurt thv foramen interverterbae
o Bevatten cellichamen van sensibele neuronen
o Vervoeren sensorische info naar het ruggenmerg
, 1.2.1 Grijze stof
• Rond canalis centralis
• Dorsale grijze hoorn (2x)
o Sensorische kernen
• Ventrale grijze hoorn (2x)
o Motorische aansturing skeletspieren
• Laterale grijze hoorn (2x)
o Cellichamen van het orthosympatische systeem
o Gladspierweefsel, hartspierweefsel en klieren aansturen
• Hoeveelheid grijze stof is gerelateerd aan bewegingsmogelijkheden en gevoeligheid van spier
en huidsegmenten
1.2.2 Witte stof
• gemyeliniseerde axonen
• zowel afferent als afferent
• hoeveelheid witte stof neemt af van craniaal naar caudaal
• Dorsale witte kolommen (axonen van afferent, stijgende = sensibele systeem)
o Tussen de dorsale grijze hoorn en de dorsale mediane sulcus
o Sensibele zenuwvezels
• Ventrale witte kolommen ( axonen van efferente, dalende = motorisch)
o Tussen ventrale grijze hoorns en ventrale mediane fissuur, verbonden door ventrale
witte commissuur
o Axonen van extrapiramidale baan)
• Laterale witte kolom (efferente, dalend = motorisch)
o Axonen van piramidale baan
-> voor de motorische sturing van de spiergroepen hebben we 2 belangrijke banen
o Extrapiramidale
- Vooral ventraal
o Piramidale
- Vooral lateraal