Hier zijn enkele voorbeeldvragen en -antwoorden met bijbehorende rationales in het
Nederlands, gericht op anatomie en fysiologie voor operatieassistenten en verpleegkundigen:
Vraag 1
Wat is de primaire functie van het hart?
A) Gasuitwisseling
B) Regulatie van lichaamstemperatuur
C) Circulatie van bloed
D) Opslag van energie
Antwoord: C) Circulatie van bloed
Rationale: De primaire functie van het hart is het pompen van bloed door het lichaam,
waardoor zuurstof en voedingsstoffen naar de cellen worden getransporteerd en afvalstoffen
worden verwijderd.
Vraag 2
Welke van de volgende structuren maakt deel uit van het centraal zenuwstelsel?
A) Ruggenmerg
B) Spinale zenuwen
C) Hersenstam
D) Alle bovenstaande
Antwoord: C) Hersenstam
Rationale: Het centraal zenuwstelsel (CZS) bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. De
spinale zenuwen maken deel uit van het perifere zenuwstelsel, niet het CZS.
Vraag 3
Wat is de rol van de nieren in het lichaam?
A) Gasuitwisseling
B) Reguleren van de pH-waarde
C) Transport van hormonen
D) Opname van voedingsstoffen
Antwoord: B) Reguleren van de pH-waarde
, Rationale: De nieren zijn essentieel voor het handhaven van de homeostase door het
reguleren van de water- en elektrolytenbalans, evenals het behoud van de pH-waarde van het
bloed.
Vraag 4
Wat beschrijft de term 'homeostase'?
A) Het proces van weefselgenezing
B) De handhaving van een stabiele interne omgeving
C) De reactie van het lichaam op stress
D) De productie van energie in cellen
Antwoord: B) De handhaving van een stabiele interne omgeving
Rationale: Homeostase verwijst naar het vermogen van het lichaam om een constante interne
omgeving te behouden, ondanks veranderingen in de externe omgeving.
Vraag 5
Welke van de volgende systemen is verantwoordelijk voor de spijsvertering?
A) Ademhalingsstelsel
B) Circulatiestelsel
C) Spijsverteringsstelsel
D) Hormonaal stelsel
Antwoord: C) Spijsverteringsstelsel
Rationale: Het spijsverteringsstelsel is verantwoordelijk voor het afbreken van voedsel, het
opnemen van voedingsstoffen en het elimineren van afvalstoffen.
Vraag 6
Wat is de functie van de alveoli in de longen?
A) Transport van zuurstof
B) Gasuitwisseling
C) Regulatie van bloeddruk
D) Productie van slijm
Antwoord: B) Gasuitwisseling
Nederlands, gericht op anatomie en fysiologie voor operatieassistenten en verpleegkundigen:
Vraag 1
Wat is de primaire functie van het hart?
A) Gasuitwisseling
B) Regulatie van lichaamstemperatuur
C) Circulatie van bloed
D) Opslag van energie
Antwoord: C) Circulatie van bloed
Rationale: De primaire functie van het hart is het pompen van bloed door het lichaam,
waardoor zuurstof en voedingsstoffen naar de cellen worden getransporteerd en afvalstoffen
worden verwijderd.
Vraag 2
Welke van de volgende structuren maakt deel uit van het centraal zenuwstelsel?
A) Ruggenmerg
B) Spinale zenuwen
C) Hersenstam
D) Alle bovenstaande
Antwoord: C) Hersenstam
Rationale: Het centraal zenuwstelsel (CZS) bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. De
spinale zenuwen maken deel uit van het perifere zenuwstelsel, niet het CZS.
Vraag 3
Wat is de rol van de nieren in het lichaam?
A) Gasuitwisseling
B) Reguleren van de pH-waarde
C) Transport van hormonen
D) Opname van voedingsstoffen
Antwoord: B) Reguleren van de pH-waarde
, Rationale: De nieren zijn essentieel voor het handhaven van de homeostase door het
reguleren van de water- en elektrolytenbalans, evenals het behoud van de pH-waarde van het
bloed.
Vraag 4
Wat beschrijft de term 'homeostase'?
A) Het proces van weefselgenezing
B) De handhaving van een stabiele interne omgeving
C) De reactie van het lichaam op stress
D) De productie van energie in cellen
Antwoord: B) De handhaving van een stabiele interne omgeving
Rationale: Homeostase verwijst naar het vermogen van het lichaam om een constante interne
omgeving te behouden, ondanks veranderingen in de externe omgeving.
Vraag 5
Welke van de volgende systemen is verantwoordelijk voor de spijsvertering?
A) Ademhalingsstelsel
B) Circulatiestelsel
C) Spijsverteringsstelsel
D) Hormonaal stelsel
Antwoord: C) Spijsverteringsstelsel
Rationale: Het spijsverteringsstelsel is verantwoordelijk voor het afbreken van voedsel, het
opnemen van voedingsstoffen en het elimineren van afvalstoffen.
Vraag 6
Wat is de functie van de alveoli in de longen?
A) Transport van zuurstof
B) Gasuitwisseling
C) Regulatie van bloeddruk
D) Productie van slijm
Antwoord: B) Gasuitwisseling