Hoofdstuk 10 Het besluitvormingsproces
Meerkeuzevraag 10.3
Maximax: Beste uitkomst I € 5 mln
Beste uitkomst II € 10 mln
Beste uitkomst III € 12 mln
Gekozen wordt III
Maximin: Slechtste uitkomst I € 2 mln
Slechtste uitkomst II – € 4 mln
Slechtste uitkomst III – € 8 mln
Gekozen wordt I
Minimaxregret:
Marktontwikkeling Marktontwikkeling
achteraf goed achteraf slecht
Spijt bij keuze I € 7 mln € 0
Spijt bij keuze II € 2 mln € 6 mln
Spijt bij keuze III €0 € 10 mln
Gekozen wordt II
Meerkeuzevraag 10.6
Alternatief verkopen: Verwachte waarde € 1,3 mln
Onzekerheid neen
Alternatief niet-verkopen: Verwachte waarde:
0,6 × € 1,5 mln + 0,4 × € 1 mln = € 1,3 mln
Onzekerheid ja
Bij risicoafkeer: kiezen voor verkopen
Bij risico-indifferentie: geen keuze mogelijk
Bij risicovoorkeur: kiezen voor niet-verkopen
Meerkeuzevraag 10.7
Verwachte waarde: 40% van € 500.000 + 60% van € 250.000 = € 350.000
Uitkomst Verwachte Verschil Verschil in Kans
Waarde kwadraat
€ 500.000 € 350.000 = € 150.000 € 22.500 (mln) 0,40 € 9.000 (mln)
€ 250.000 € 350.000 = – € 100.000 € 10.000 (mln) 0,60 € 6.000 (mln)
-------------------
€ 15.000 (mln)
Wortel van € 15.000 (miljoen) = € 122.475
Management accounting – Uitwerkingen meerkeuzevragen | p. 17
, © 2013 Noordhoff Uitgevers bv
Meerkeuzevraag 10.10
X – verwachte waarde 180 – 120
Z= ------------------------------ = --------------- = 2
Standaarddeviatie 30
Kans: 100% – 2,28% = 97,72%
Management accounting – Uitwerkingen meerkeuzevragen | p. 18