Waarneming van anderen
H3 t/m 3.3.3
7.1 De student kan uitleggen hoe mensen een eerste indruk vormen van anderen, waarom mensen
dit doen en welke rol sociale categorisatie daarbij speelt
Het vormen van een indruk gebeurt automatisch. Mensen reageren niet op hoe een ander persoon
echt is, maar hoe ze denken dat die persoon is (intuïtief)
Eerste indrukken zijn gebaseerd op uiterlijke kenmerken, verschijning en non-verbaal gedrag
Non verbaal gedrag: hoe iemand doet, kijkt, praat, beweegt en eruitziet
Thin slices: korte gedragsfragmentjes op video/audio. Hieruit kunnen mensen de
persoonlijkheid en de prestaties van mensen afleiden
Stereotypen: ons brein activeert automatisch stereotypen over de groep waartoe
die persoon behoort wanneer we iemand zien.
Waarom vormen mensen een eerste indruk?
= het vormen van eerste indrukken is het gevolg van het feit dat onze hersenen proberen vooruit te
lopen op gebeurtenissen. Op basis van beperkte info maken ze eerste indrukken en voorspellingen
over wat er waarschijnlijk gaat gebeuren
Komt voort uit de evolutionaire geschiedenis: het was vroeger belangrijk om snel te weten
of iemand oké was of niet. Want dit kon het verschil maken tussen leven en dood (nog steeds)
Methode om deze impliciete/automatische processen te onderzoeken
- Subliminale priming:
subliminaal: onder de waarnemingsgrens
priming: hier wordt een target, waar men op moet reageren, voorafgegaan door
een andere stimulus (bv een plaatje of een woord).
Wanneer dit onder de bewustzijnsdrempel aangeboden wordt noemt men
dit subliminale priming.
Uiteindelijk wordt er alleen gevraagd om de target te evalueren maar wordt
de prime onbewust ook geëvalueerd, wat weer invloed heeft op de
beoordeling van de target
Automatische indrukken van gezichten
- Self-fulfilling prophecy: oordelen over gezichten hoeven niet altijd te kloppen maar hebben
wel invloed op het gedrag tegenover die persoon
BV: als we iemands gezicht voor de eerste keer zien en deze beoordelen als arrogant, gaan
we ons ook sneller gedragen naar die persoon alsof die ook arrogant is; waardoor die
persoon zich ook arrogant gaat gedragen
Door snel te bepalen (snelle evaluatie van personen) wat goed en fout is, kun je tijdig handelen
Automatische waakzaamheid: automatische evaluaties zijn in het algemeen sterker voor
negatieve dan voor positieve stimuli
BV: wanneer er een man met een mes rondloopt moet je maken dat je weg komt, maar
wanneer een man met gratis stukjes Milka rond loopt om te proeven heeft je reactie geen
haast
Negatieve informatie pikken we niet alleen sneller op, we besteden er ook meer aandacht
aan, maar dit geld alleen voor negatieve eigenschappen die potentieel gevaar opleveren
(zoals agressie of wreed) en niet voor eigenschappen zoals lui of depressief
, Sociale categorisatie: een indeling van mensen op basis van hokjes en vakjes
Is nodig omdat we de behoefte hebben om de omgeving overzichtelijk te maken en hierdoor
is een snelle eerste indruk mogelijk en kunnen we gevaar herkennen
Door middel van categorieën te vormen we ons snel een globale indruk van iedereen, zonder
erbij na te denken
Globale concepten (goed of slecht) worden geactiveerd en worden gekoppeld aan datgene
wat toevallig ook net aanwezig is in het waarnemingsveld
Automatische informatieverwerking: doordat deze vorm van verwerking
associatief en ‘quick and dirty’ is, is het niet erg nauwkeurig
Stereotypen: de eerste indruk wordt vaak beïnvloed door stereotypen maar deze kunnen ook
onderdrukt worden als ze eenmaal geactiveerd worden en wanneer we meer met iemand
omgaan verdwijnen deze stereotypen naar de achtergrond
7.2 De student kan benoemen welke kenmerken van mensen van invloed zijn op hoe we personen
waarnemen en op welke manier deze van invloed zijn op onze waarneming
Statische kenmerken: eerste indruk is gebaseerd op uiterlijke kenmerken. Aantal cues:
A. Aantrekkelijkheid
Binnen een fractie van een seconde heb je al bepaald of je iemand meer of minder
aantrekkelijk vindt.
Twee belangrijke pijlers van aantrekkelijkheid
1. Gezondheid: je ziet aan iemands gezicht onbewust of die persoon gezond is (symmetrie,
egale huid, niet bleekjes)
2. Vruchtbaarheid: een man met een mannelijk uiterlijk en een vrouw met een vrouwelijk
uiterlijk vinden we aantrekkelijk
Aantrekkelijkheid heeft invloed op onze eerste indruk. Aantrekkelijke mensen worden mooier,
intelligenter, socialer, dominanter, spontaner etc gevonden
Wishful thinking: het interpreteren van feiten en gebeurtenissen volgens wat men zou willen dat het
geval is en niet volgens de werkelijke bewijzen.
BV: mensen willen graag goede relaties met aantrekkelijke anderen en hun positieve beoordelingen
weerspiegelen die wens
Seksuele overperceptie: mannen die vooral bij mooie vrouwen overschatten hoeveel
interesse ze in seks heeft
Aantrekkelijkheid wordt ook als een bedreiging gezien voor dezelfde sekse wanneer er sprake is van
een lage zelfwaardering
Halo-effect: de neiging om als iemand een positief kenmerk heeft dit te generaliseren naar andere
eigenschappen. Die ene eigenschap of persoonlijkheidstrek kleurt als het ware die hele persoon
BV: wanneer iemand aantrekkelijk is, dus een positieve eigenschap heeft, zal ze ook wel andere
positieve eigenschappen hebben zoals lief en intelligent
Er bestaat ook een omgekeerd effect wanneer er sprake is van negatieve eigenschappen
B. Gezichtskenmerken
Het gezicht is meestal het eerste waar ie naar kijkt als je iemand ontmoet, het vormt de
belangrijkste bron van informatie bij de eerste indruk
Twee beoordelingsdimensies die terug te vinden zijn in het gezicht
1. Likeability: hoe aardig, betrouwbaar en warm we iemand vinden (socialer aspect)
2. Power: hoe bekwaam, krachtig en dominant iemand overkomt (werk/geld aspect)
Dominantie en betrouwbaarheid herkennen we makkelijk in een gezicht