Hoofdstuk 2: De belasting van de bandbreedte
De centrale hypothese: omdat focussen op schaarste zich aan onze wil onttrekt, en
omdat het onze aandacht opeist, doet het afbreuk aan ons vermogen ons op andere
dingen te concentreren. Zelfs wanneer we iets anders doen, denken we aan schaarste.
Het begrip ‘verminderde aandacht’ is onderzocht door psychologen. Bandbreedte is een
maatstaf voor de hoeveelheid bewerkingen die onze hersenen aankunnen. Bandbreedte
staat in verbinding met bijv. intelligentie en zelfbeheersing. De stelling van dit hoofdstuk:
‘Doordat schaarste ons terug zuigt in de tunnel, vermindert ze onze bandbreedte en tast
daarmee onze meest fundamentele capaciteiten aan.’
Wat een herrie is het hier
Lawaai kan de concentratie en prestatie ongunstig beïnvloeden. Gerichte afleiding kan
grote gevolgen hebben.
Onze gedachtes die ons afhoudt van ons werk, (bijv. hoe ga ik er voor zorgen dat ik
naast mijn werk nog een ander inkomen krijg?), is de manier waarop schaarste onze
bandbreedte belast. De dingen die ons afleiden komen vaker van binnen (gedachtes) dan
van buiten (lawaai). Al die gedachtes zijn beladen met persoonlijke relevantie, daarom is
het zo lastig er niet aan te denken. Schaarste zorgt voor innerlijke verstoring.
Innerlijke verstoring is in de cognitie- en neurowetenschap een algemeen begrip. Er is
onderzoek gedaan naar de manier waarop hersenen zich op iets concentreren of niet. Er
wordt onderscheid gemaakt tussen ‘top-down’-processen waarbij het denken wordt
aangestuurd door de bewuste keuze je ergens op te concentreren, en ‘bottom-up’-
processen waarbij de aandacht wordt opgeëist op een manier die zich aan onze invloed
onttrekt. Een vorm van afleiding is het afdwalen van je gedachten. Zonder dat we het
ons realiseren, heeft de rusttoestand van je hersenen, de neiging ons af te leiden van je
bezigheid. Je vermogen om toch geconcentreerd te blijven heeft te maken met hoeveel
werk je hersenen verrichten, hoe zwaarbelast ze zijn. Topdown focus kan bottomup
verstoring niet voorkomen. Schaarste zelf eist de aandacht op via bottom-up proces.
Daarmee bedoelen we als we zeggen dat het onvrijwillig is dat het zich onttrekt aan onze
bewuste controle.
Attentional blink: verdeelde aandacht, wanneer je mentaal afgeleid bent en dingen over
het hoofd ziet. De attentional blink duurt kort. Volgens onze hypothese moet de afleiding
die veroorzaakt wordt door schaarste langer aanhouden.
Proactive interferentie: oude herinneringen staat het leren van nieuwe informatie in de
weg, je zit ergens en probeert je te concentreren maar je gedachten dwalen af naar bijv.
een deadline. Doordat de geest wordt belast met andere processen, blijft er minder
‘denkkracht’ over voor de taak waar je mee bezig bent.
Dit brengt ons op de centrale hypothese: schaarste leidt tot een directe vermindering
van de bandbreedte, niet van iemands feitelijke mentale capaciteit maar het gedeelte
van die capaciteit dat op dat moment beschikbaar is.
We moeten de definitie bandbreedte aanscherpen omdat ‘de algemene term
brandbreedte’ het onderscheid tussen diverse concepten van de hersenfuncties onttrekt.
Als compromis houden we vast aan de algemene term bandbreedte als aanduiding voor 2
aan elkaar gerelateerde componenten van het mentale proces:
1. Cognitieve capaciteit: psychologische mechanisme die de basis vormen van ons
vermogen om te redeneren. Vloeibare intelligentie, vermogen om abstract te denken
onafhankelijk van kennis/ervaring, is hierbij belangrijk
2. Executieve controle: kwaliteit die basis is van ons vermogen om orde te scheppen
in onze cognitieve activiteiten. Executieve controle is van belang voor het functioneren
van ons vermogen waarmee we ons ergens op concentreren, aandacht verplaatsen,
multitasking en zelfreflectie te hebben.
Cognitieve capaciteit en executieve controle zijn beide gevoelig voor schaarste.