Tentamen inleiding Rechtssociologie 2018-2019 17-01-2019
Vraag 1
Geef een korte definitie van de volgende begrippen:
a. Eenzijdige geschilbeslechting
b. Rechterlijk nationalisme
c. Legalisme
d. Juridisch actieven
e. Punitiviteitskloof
Vraag 2
Galanter maakt een onderscheid in procespartijen als one-shotter en als repeat-player.
a. Leg beide begrippen uit en geef ook een voorbeeld van beide procespartijen.
b. Leg de titel uit van Galanter’s tekst: ‘De duivel schijt altijd op de grote hoop’.
Vraag 3
a. Waarom is het vanuit rechtssociologisch perspectief belangrijk om ook naar de persoon
van de rechter te kijken?
b. Motiveer uw antwoord met een voorbeeld uit de collegestof.
Vraag 4
a. Noem en beschrijf drie methoden van empirisch-juridisch onderzoek.
b. In welke fase van de empirische cyclus worden deze methoden toegepast?
Motiveer uw antwoord.
Vraag 5
a. Waarom reageren de (meeste) inwoners van Shasta County anders op schade
veroorzaakt door loslopend vee dan willekeurige automobilisten?
b. Benoem en omschrijf nog twee andere theorieën waarmee kan worden verklaard waarom
mensen wel/geen gebruik maken van het recht.
Vraag 6
a. Formuleer een typische juridische vraag en een typische rechtssociologische vraag
n.a.v. de recente berichtgeving over de ontgroening bij het Groningse studentencorps
Vindicat.
b. Omschrijf drie belangrijke verschillen tussen een juridisch en een rechtssociologisch
perspectief.
Vraag 7
a. Op welke manier is het werk van Lipsky van belang voor het begrijpen van de
doorwerking van rechterlijke uitspraken binnen de overheid?
b. Op welke manier is het werk van Kagan van belang voor het begrijpen van de
doorwerking van rechterlijke uitspraken binnen de overheid?
Vraag 8
Tijdens het college zijn verschillende criteria besproken voor de beoordeling van de
wetenschappelijke kwaliteit van empirisch-juridisch onderzoek.
a. Welke criteria zijn dat? Geef een beschrijving van elk criterium.
b. Beoordeel aan de hand van deze criteria het onderzoek van Macaulay (naar contracten
in de zakenwereld).
, Vraag 9
Spanje en De Vreese doen onderzoek naar rechtspraak in de media.
a. Welke methode gebruiken zij hiervoor? Leg deze methode uit.
b. Wat zijn de belangrijkste conclusies van hun onderzoek?
Vraag 10
a. Met behulp van welke rechtssociologische theorie/verklaring/begrippen kunnen we de
recente protesten van de “gele hesjes” beter begrijpen? Motiveer uw antwoord.
b. Hoe kan – op basis van rechtssociologisch onderzoek – de overheid het beste
reageren op deze protesten?
Vraag 1
Geef een korte definitie van de volgende begrippen:
a. Eenzijdige geschilbeslechting
b. Rechterlijk nationalisme
c. Legalisme
d. Juridisch actieven
e. Punitiviteitskloof
Vraag 2
Galanter maakt een onderscheid in procespartijen als one-shotter en als repeat-player.
a. Leg beide begrippen uit en geef ook een voorbeeld van beide procespartijen.
b. Leg de titel uit van Galanter’s tekst: ‘De duivel schijt altijd op de grote hoop’.
Vraag 3
a. Waarom is het vanuit rechtssociologisch perspectief belangrijk om ook naar de persoon
van de rechter te kijken?
b. Motiveer uw antwoord met een voorbeeld uit de collegestof.
Vraag 4
a. Noem en beschrijf drie methoden van empirisch-juridisch onderzoek.
b. In welke fase van de empirische cyclus worden deze methoden toegepast?
Motiveer uw antwoord.
Vraag 5
a. Waarom reageren de (meeste) inwoners van Shasta County anders op schade
veroorzaakt door loslopend vee dan willekeurige automobilisten?
b. Benoem en omschrijf nog twee andere theorieën waarmee kan worden verklaard waarom
mensen wel/geen gebruik maken van het recht.
Vraag 6
a. Formuleer een typische juridische vraag en een typische rechtssociologische vraag
n.a.v. de recente berichtgeving over de ontgroening bij het Groningse studentencorps
Vindicat.
b. Omschrijf drie belangrijke verschillen tussen een juridisch en een rechtssociologisch
perspectief.
Vraag 7
a. Op welke manier is het werk van Lipsky van belang voor het begrijpen van de
doorwerking van rechterlijke uitspraken binnen de overheid?
b. Op welke manier is het werk van Kagan van belang voor het begrijpen van de
doorwerking van rechterlijke uitspraken binnen de overheid?
Vraag 8
Tijdens het college zijn verschillende criteria besproken voor de beoordeling van de
wetenschappelijke kwaliteit van empirisch-juridisch onderzoek.
a. Welke criteria zijn dat? Geef een beschrijving van elk criterium.
b. Beoordeel aan de hand van deze criteria het onderzoek van Macaulay (naar contracten
in de zakenwereld).
, Vraag 9
Spanje en De Vreese doen onderzoek naar rechtspraak in de media.
a. Welke methode gebruiken zij hiervoor? Leg deze methode uit.
b. Wat zijn de belangrijkste conclusies van hun onderzoek?
Vraag 10
a. Met behulp van welke rechtssociologische theorie/verklaring/begrippen kunnen we de
recente protesten van de “gele hesjes” beter begrijpen? Motiveer uw antwoord.
b. Hoe kan – op basis van rechtssociologisch onderzoek – de overheid het beste
reageren op deze protesten?