Overzicht begrippen per filosoof
Begrippen
Belangrijkste punten
Kri;ek andere filosoof
Griekse wonder = geboorte (natuur)filosofie:
Desacralisering / physis
• Overgang van mythos naar logos à
• Contact vreemde volkeren zorgt voor rela;vering goden
• Uitvinding schriI zorgt voor vergelijkingen en kri;ek op mythen
• Desacralisering natuur; eerst aanbidt men de zon, dan aanbidt men Apollo die niet
langer meer direct in de natuur aanwezig is, dan komt de natuur op zichzelf te staan
(physis)
Natuurfilosofen:
Physis / kosmos / kosmologie / materialisme / arche / apeiron
• Gedesacraliseerde natuur als physis (staat/groeit op zichzelf)
• Physis = kosmos à
• Kosmologie: mijn ra;onaliteit is hetzelfde als de ra;onaliteit die in de
kosmos/universum aanwezig is
• Materialisme: oerstof (arche) à hele kosmos is te herleiden tot een oerstof
(lucht/water/apeiron(=bezit geen eigenschap maar is basis van alles)
Realisme: de manier waarop ik denk en de manier waarop de werkelijkheid is zijn
hetzelfde, en ik kan deze kennen
Heraclitus:
Aforismen / eenheid van tegengestelden / complementariteit / verandering / cons;tu;ef /
arche
• Aforismen (korte spreuken: “alles vloeit, niets blijI”)
• “Oorlog is de vader van alles, de koning van alles” à alles bestaat uit conflict en
spanning tussen tegengestelden
• Permanente flux, maar geen chaos à logos
• Zintuigen vertrouwen: zintuigen duiden op verandering
• Eenheid van tegengestelden:
, • Complementariteit: het een kan niet zonder het ander (geen geluid zonder s;lte)
• Verandering: alles verandert (wat jong wordt, wordt oud)
• Cons;tu;ef: conflict tussen twee uitersten (vuur geeI leven, maar ook vernie;ging)
• Kosmos is zonder begin en zonder einde
• Arche = vuur (cons;tu;ef)
• Substan;even mogen verdwijnen (rivier is geen rivier, maar iets dat stroomt en al;jd
verandert)
Parmenides:
Zijnde / niet-zijnde
• Is het of is het niet? à het = de totaliteit van alles waar ik aan kan denken/over kan
spreken
• Het is, en het is onmogelijk dat het niet is à waar
• Het is niet, en het is onmogelijk dat het is à kan niet; niets is ondenkbaar
• Het is, en het is niet à kan niet; spreekt zichzelf tegen
• “Het zijnde is, het niet-zijnde is niet”
• Zijnde = niet ontstaan, ondeelbaar, onbeweeglijk, begrensd, volmaakt, bolvormig,
meta-fysisch (Ari.: maar Par. spreekt erover alsof het fysisch is (bolvormig))
Socrates:
Rechtvaardigheid / ironie / dialoog / waarheid
• Rechtvaardigheid is voor elke mens gelijk
• Deugd = inzicht (als je weet wat rechtvaardigheid is, zal je rechtvaardig handelen)
• Daad = niet rechtvaardig of onrechtvaardig
• Ironie: door te doen alsof hij niets weet, komt hij tot een dialoog; door logische
vragen te stellen, kom je uiteindelijk bij de waarheid
• Leven van een filosoof draait om te leren sterven; terugkeer naar de oorsprong
Plato:
Apore;sch / psyche / Redelijke / Vurige / Begerende / Rechtvaardigheid / epistemologie /
ontologie / doxa / materiële wereld / Ideeënwereld / mimesis / Ideeën / par;cipa;e / Het
Goede / transcendent / anamnese / maieu;ek / dialoog / dialec;ek
• Apore;sche dialoog (doodlopende dialoog zonder conclusie)
• Zielsleer: psyche is onsterfelijk en reïncarneert + ziel is de plaats van kennis en
moraliteit
• Probleem van de morele opvoeding (meningen ouders zijn instabiel; makkelijke prooi
sofisten à kennis moraliteitsleraar)