Basisboek recht in de zorg- en welzijnssector
Basisstructuur van het recht
Deel 1, Hoofdstuk 1 § 1.1 t/m 1.6
Deel 1, Hoofdstuk 2 § 2.5.1 t/m 2.5.4
Staatsrecht en grondrechten
Deel 1, Hoofdstuk 2 § 2.1 t/m 2.3.2.3 en § 2.8
Rechtspraak
Deel 1, Hoofdstuk 5 § 5.1 t/m 5.4.2
Deel 1, Hoofdstuk 6 t/m § 6.3.3.1
Deel 1, Hoofdstuk 7 § 7.1 t/m 7.4
Deel 1, Hoofdstuk 8 §8.1 t/m §8.3.8
Strafrecht
Deel 1, Hoofdstuk 4 § 4.1 t/m § 4.2.9
Deel 3, Hoofdstuk 19 § 19.1.2 t/m § 19.1.3.3
Privacy en beroepsgeheim
Deel 1 hoofdstuk 2 §2.9.1 en §2.9.2
Deel 2 hoofdstuk 14 §14.7.1
Rechtshulp en rechtsbijstand
Deel 1, Hoofdstuk 9
Arbeidsrecht
Deel 2, hoofdstuk 14 § 14.4
,Inhoud
Inhoud ..................................................................................................................................................... 2
1.1 De basisstructuur van recht .............................................................................................................. 3
1.2 Objectief en subjectief recht ............................................................................................................. 3
1.3 Doel van objectief recht .................................................................................................................... 3
1.4 Ordening van rechtsregels ................................................................................................................ 3
1.4.2 Ordening naar thema’s ............................................................................................................... 4
1.4.3 Ordening naar moment van toepassing ..................................................................................... 4
1.5 Aard van rechtsregels ........................................................................................................................ 4
1.6 Rechtsbronnen .................................................................................................................................. 4
2.5 Categorie besluiten: algemeen verbindende voorschriften.............................................................. 4
2.5.1 Wetgeving als onderdeel van overheidshandelen ..................................................................... 5
2.5.2 Algemeen verbindende voorschriften op centraal niveau......................................................... 5
2.5.4 Rangorde regelgeving centraal en decentraal niveau ................................................................ 5
2.1 Hoofdthema’s staatsrecht ................................................................................................................. 5
2.2 Kenmerken van de Nederlandse staat .............................................................................................. 5
2.2.3 Parlementair-democratische rechtsstaat ................................................................................... 6
2.3 (Bestuurs)organen van de staat ........................................................................................................ 6
2.3.1.2 Regering (orgaan), ministerraad (orgaan) en minister (orgaan) ............................................. 6
2.3.2 Organen van de staat op decentraal niveau .............................................................................. 7
2.8 Mensenrechten en grondrechten ..................................................................................................... 7
5. Rechtspraak ......................................................................................................................................... 9
6. Civiele rechtspraak ............................................................................................................................ 11
7 Strafrechtspraak ................................................................................................................................. 12
4. Strafrechtelijke thema’s .................................................................................................................... 13
19 De verdachte .................................................................................................................................... 15
2.9 Privacybescherming......................................................................................................................... 17
14.7 Volwassene en hulpverlening........................................................................................................ 17
9. De rechtsbijstand............................................................................................................................... 18
9.1 Door overheid gefinancierde rechtsbijstand............................................................................... 18
14.4 Volwassene en Arbeid ................................................................................................................... 18
2
,1.1 De basisstructuur van recht
Recht kan gezien worden als het totaal aan rechtsregels. Nakoming van rechtsregels kan in principe
afgedwongen worden. Rechtsregels:
- Stellen normen, met vaak een gebod of verbod
- Regelen uitsluitend menselijk en uitwendig gedrag
- Zijn algemeen en onpersoonlijk
1.2 Objectief en subjectief recht
- Objectief recht: “Jij doet dat in strijd met het recht”. Het totaal van alle rechtsregels.
- Subjectief recht: “Ik heb daar recht op”. De rechten en/of plichten.
- Rechtsobject: datgene wat voorwerp is van jouwe rechten en plichten.
1.3 Doel van objectief recht
Doel: de samenleving ordenen en richting geven aan het handelen (de functies) van de overheid.
Rechtszekerheid: rechtsregel is zo duidelijk mogelijk geformuleerd, waardoor er geen
meningsverschil over kan ontstaan.
Rechtsgelijkheid: de rechtsregel kan in dezelfde situaties op dezelfde manier worden toegepast.
Door ordening van de samenleving aan de hand van rechtsregels kunnen:
- Belangentegenstellingen overbrugt worden
- ‘eigenrichting’ van bijvoorbeeld slachtoffers voorkomen worden
- Bepaald gewenst gedrag afgedwongen worden
1.4 Ordening van rechtsregels
Rechtsgebieden:
- Burgerlijk recht (civielrecht / privaatrecht)
- Strafrecht
- Administratief recht (bestuursrecht)
- Staatsrecht
Privaatrecht: rechtsrelatie tussen burgers staat centraal.
- Natuurlijk personenrecht (personen – familie)
- Rechtspersonenrecht (organisatie)
- Vermogensrecht
Strafrecht: onder andere geboden of verboden, wordt tot het strafrecht gerekend als wetgever het
naleven van deze geboden en verboden zo belangrijk vindt, dat de rechter bij niet-naleving een straf
mag opleggen.
- Algemene bepalingen: benoemd o.a. de straffen die opgelegd kunnen worden.
- Procedure regels: omschrijven onder welke omstandigheden en voorwaarden er opgetreden
kan worden wanneer een rechtssubject zich niet aan het strafrecht houdt.
Administratief recht (bestuursrecht): bevat de meest recent ontstane rechtsregels.
3
, Staatsrecht:
- Staatsorganen (koning, ministers, gemeenten etc) en hun bevoegdheden
- Grondrechten die door de overheid nageleefd moeten worden
- Hoe burgers de samenstelling van de staatsorganen kunnen beïnvloeden
Publiekrecht: Strafrecht, bestuursrecht en staatsrecht samen. Hierin dient de overheid het algemeen
belang.
Privaatrecht: burger vs. Burger
Publiekrecht: burger vs. Overheid
1.4.2 Ordening naar thema’s
Zorg- en welzijnspraktijk: jeugdrecht, vreemdelingenrecht en gezondheidsrecht.
1.4.3 Ordening naar moment van toepassing
Materieelrecht: de “spelregels van het maatschappelijk gedrag”. Verzamelnaam voor alle regels
waarbij bepaald menselijk gedrag strafbaar wordt gesteld.
- Wetboek van Strafrecht (SR)
- Opiumwet (strafbaarstelling drugs)
- De Wet wapens en munitie
- Etc.
Formeelrecht: de “spelregels van het procederen”. Verzameling regels over de procedure die moet
worden gevolgd.
1.5 Aard van rechtsregels
Dwingend recht: rechtsregels waarvan burgers niet mogen afwijken (huurrecht, arbeidsrecht).
Aanvullend recht: geldt alleen als partijen zelf geen regeling hebben getroffen.
Semi-dwingend recht: afwijken mag, maar er wordt hierbij aangegeven via welke vormen er dan
moet worden afgeweken.
1.6 Rechtsbronnen
Van geschreven regels:
- De Wet
- Het verdrag: rechtsregels die het resultaat zijn van een overeenkomst tussen verschillende
landen of tussen landen en internationale organisaties
Van ongeschreven regels:
- De gewoonte: ingeburgerd en door veel mensen als objectief recht ervaren. ‘Eigen regels’
ook wel pseudowetgeving.
- Jurisprudentie: het recht dat de rechter spreekt. Rechter gaat via bepaalde
interpretatiemethodes te werk, zoals:
o Grammaticale interpretatie
o Historische interpretatie
o Teleologische interpretatie (maatschappelijke context)
o Anticiperende interpretatie
2.5 Categorie besluiten: algemeen verbindende voorschriften
Algemeen verbindende voorschriften (AVV) kom je in alle lagen van de overheid tegen (Rijk,
provincie, gemeente).
4