(druk 11) – 9789001889173
50 multiple choice vragen + antwoorden
,1. Wat is de focus van bedrijfseconomie?
A) Bestuderen van relaties tussen consumenten en
producenten
B) Theorie van marktvormen
C) Economisch handelen binnen productieorganisaties
D) Analyseren van omzetbelasting
2. Wat wordt verstaan onder efficiency in een
productieproces?
A) Minimaliseren van kostprijs
B) Maximaliseren van verkoopopbrengst
C) Vergroten van winstmarges
D) Verbeteren van productkwaliteit
3. Welk orgaan vormt de hoogste macht in een besloten
vennootschap (BV) of naamloze vennootschap (NV)?
A) Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA)
B) Raad van Commissarissen (RvC)
C) Directie
D) Personeelsvergadering
, 4. Wat is een verschil tussen een eenmanszaak en een
vennootschap onder firma (VOF)?
A) Eenmanszaak heeft publicatieplicht, VOF niet
B) VOF heeft beperkte aansprakelijkheid, eenmanszaak
niet
C) Eenmanszaak heeft meerdere eigenaren, VOF heeft
één eigenaar
D) VOF heeft een afgescheiden vermogen, eenmanszaak
niet
5. Welke juridische vorm wordt toegepast bij
samenwerkingsverbanden van vrije beroepen zoals artsen?
A) Eenmanszaak
B) Vennootschap onder firma
C) Maatschap
D) Besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid
6. Wat is een kenmerk van een coöperatie?
A) Continuïteit wordt gewaarborgd door scheiding van
leiding en eigendom
B) De hoogste macht wordt gevormd door de directie
C) Leden kunnen niet verplicht worden om schulden van
de coöperatie te betalen
D) Winst wordt belast met vennootschapsbelasting en
inkomstenbelasting