Dit is de samenvatting van de hoorcolleges voor het vak Diagnostiek van de Klinische
Praktijk, voor de Neuropsychologische lijn. De samenvatting bevat alle hoorcolleges en
een oefententamen van 12 tentamenvragen.
,Content
A. Hoorcollege 1: Diagnostscc roces....................................................................................................3
B. Hoorcollege 2: Psyccometrie..............................................................................................................6
C. Hoorcollege 3: Screenen van roblematee........................................................................................9
D. Hoorcollege 4: Volwassenendiagnostee..........................................................................................11
E. Hoorcollege 5: Diagnostceren in cet onderwijs...............................................................................13
F. Hoorcollege 6....................................................................................................................................15
G. Hoorcollege 7...................................................................................................................................17
H. Oefententamen................................................................................................................................18
I. Antwoorden.......................................................................................................................................21
, A. Hoorcollege 1: Diagnostisch proces
Diagnostiek
Verschillende partijen kunnen diagnostiek uitvoeren, zoals artsen. Diagnostiek wordt
uitgevoerd om een goede beslissing te kunnen nemen. Het heeft als doel om de
consequenties op verschillende gebieden te onderzoeken en de relatie met het niet-
functioneren van de hersenen te onderzoeken. Het is belangrijk om verschillende testen
af te nemen, maar ook om de hypothese constant bij te blijven stellen naar aanleiding
van de resultaten van de verschillende testen. Daarnaast is het belangrijk om
einddiagnostiek uit te voeren: wanneer is een behandeling niet meer nodig?
Het proces
Binnen de neuropsychologische wordt diagnostiek uitgevoerd door verschillende partijen.
Vroeger werden diagnoses alleen gesteld door psychiaters. Tegenwoordig kan dit ook
door een GZ-therapeut. Belangrijk binnen de diagnostiek is dat er constant rekening moet
worden gehouden met het vormen van nieuwe theorieën. Hiervoor is er kennis over de
afwijkende, maar ook de normale ontwikkeling. Bij nieuwe theorieën horen ook nieuwe
hypothesen, die getest en geoperationaliseerd moeten worden. In sommige gevallen kan
een hypothese niet gemeten worden. Om een hypothese te testen, moet een juist
instrument worden gekozen. Vervolgens moeten deze instrumenten worden toegepast.
Operationaliseren van hypothesen
Bij het operationaliseren van een nieuwe hypothese moet er een eerste en voorlopige
theorie worden opgesteld. Deze is gebaseerd op documenten die door de aanvrager
worden aangeleverd in deze eerste fase, maar ook op een eerste gesprek dat gevoerd is.
Mocht er bijvoorbeeld opgemerkt worden tijdens dit eerste gesprek dat de cliënt niet
goed gehecht lijkt, dan kan er een instrument om hechting te meten worden ingezet.
Verschillende fasen van diagnostiek
In de onderkennende fase wordt er gekeken naar welke problemen er zijn. Voor deze
problemen kan een testinstrument worden ingezet, bijvoorbeeld om depressie of een
angststoornis te meten. Het is belangrijk dat de hypothesen die gesteld worden meetbaar
zijn. Hierbij kunnen er verschillende vergelijkingen worden gemaakt:
Ipsatief: er wordt vergeleken met het individu zelf, bijvoorbeeld met hoe deze
persoon zich eerder voelde;
Normgericht: er wordt vergeleken met de score van een vergelijkingsgroep;
Criteriumgericht: er wordt vergeleken met een bepaalde standaard.
In de verklarende fase wordt er gekeken wat de onderliggende problematiek is van de
problemen die gediagnosticeerd worden. Hiervoor kunnen testen om te kijken naar
bijvoorbeeld persoonlijkheid worden ingezet. Het is hierbij belangrijk te kijken naar wat de
problemen in stand houdt van deze factoren. De vragen die gesteld kunnen worden,
kunnen gaan over de aard van het probleem, of over de condities die zorgen voor het
ontstaan of in stand houden van het probleem. Om de verklarende fase in te kunnen
gaan, is het van belang dat de onderkennende fase goed is doorlopen. Vervolgens kan
een voorspelling worden gedaan over hoe het verloop van het probleemgedrag zal zijn.
Ook kan er gekeken worden naar hoe de problemen opgelost kunnen worden en welke
aanpak waarschijnlijk zal helpen. Dit wordt de indicerende fase genoemd. Na de
behandeling wordt er een evaluerende fase uitgevoerd, waarin wordt gekeken of de
gediagnosticeerde problematiek voldoende verholpen is.
Verslag
Een belangrijk deel van het diagnostisch proces is het schrijven van een diagnostisch
Praktijk, voor de Neuropsychologische lijn. De samenvatting bevat alle hoorcolleges en
een oefententamen van 12 tentamenvragen.
,Content
A. Hoorcollege 1: Diagnostscc roces....................................................................................................3
B. Hoorcollege 2: Psyccometrie..............................................................................................................6
C. Hoorcollege 3: Screenen van roblematee........................................................................................9
D. Hoorcollege 4: Volwassenendiagnostee..........................................................................................11
E. Hoorcollege 5: Diagnostceren in cet onderwijs...............................................................................13
F. Hoorcollege 6....................................................................................................................................15
G. Hoorcollege 7...................................................................................................................................17
H. Oefententamen................................................................................................................................18
I. Antwoorden.......................................................................................................................................21
, A. Hoorcollege 1: Diagnostisch proces
Diagnostiek
Verschillende partijen kunnen diagnostiek uitvoeren, zoals artsen. Diagnostiek wordt
uitgevoerd om een goede beslissing te kunnen nemen. Het heeft als doel om de
consequenties op verschillende gebieden te onderzoeken en de relatie met het niet-
functioneren van de hersenen te onderzoeken. Het is belangrijk om verschillende testen
af te nemen, maar ook om de hypothese constant bij te blijven stellen naar aanleiding
van de resultaten van de verschillende testen. Daarnaast is het belangrijk om
einddiagnostiek uit te voeren: wanneer is een behandeling niet meer nodig?
Het proces
Binnen de neuropsychologische wordt diagnostiek uitgevoerd door verschillende partijen.
Vroeger werden diagnoses alleen gesteld door psychiaters. Tegenwoordig kan dit ook
door een GZ-therapeut. Belangrijk binnen de diagnostiek is dat er constant rekening moet
worden gehouden met het vormen van nieuwe theorieën. Hiervoor is er kennis over de
afwijkende, maar ook de normale ontwikkeling. Bij nieuwe theorieën horen ook nieuwe
hypothesen, die getest en geoperationaliseerd moeten worden. In sommige gevallen kan
een hypothese niet gemeten worden. Om een hypothese te testen, moet een juist
instrument worden gekozen. Vervolgens moeten deze instrumenten worden toegepast.
Operationaliseren van hypothesen
Bij het operationaliseren van een nieuwe hypothese moet er een eerste en voorlopige
theorie worden opgesteld. Deze is gebaseerd op documenten die door de aanvrager
worden aangeleverd in deze eerste fase, maar ook op een eerste gesprek dat gevoerd is.
Mocht er bijvoorbeeld opgemerkt worden tijdens dit eerste gesprek dat de cliënt niet
goed gehecht lijkt, dan kan er een instrument om hechting te meten worden ingezet.
Verschillende fasen van diagnostiek
In de onderkennende fase wordt er gekeken naar welke problemen er zijn. Voor deze
problemen kan een testinstrument worden ingezet, bijvoorbeeld om depressie of een
angststoornis te meten. Het is belangrijk dat de hypothesen die gesteld worden meetbaar
zijn. Hierbij kunnen er verschillende vergelijkingen worden gemaakt:
Ipsatief: er wordt vergeleken met het individu zelf, bijvoorbeeld met hoe deze
persoon zich eerder voelde;
Normgericht: er wordt vergeleken met de score van een vergelijkingsgroep;
Criteriumgericht: er wordt vergeleken met een bepaalde standaard.
In de verklarende fase wordt er gekeken wat de onderliggende problematiek is van de
problemen die gediagnosticeerd worden. Hiervoor kunnen testen om te kijken naar
bijvoorbeeld persoonlijkheid worden ingezet. Het is hierbij belangrijk te kijken naar wat de
problemen in stand houdt van deze factoren. De vragen die gesteld kunnen worden,
kunnen gaan over de aard van het probleem, of over de condities die zorgen voor het
ontstaan of in stand houden van het probleem. Om de verklarende fase in te kunnen
gaan, is het van belang dat de onderkennende fase goed is doorlopen. Vervolgens kan
een voorspelling worden gedaan over hoe het verloop van het probleemgedrag zal zijn.
Ook kan er gekeken worden naar hoe de problemen opgelost kunnen worden en welke
aanpak waarschijnlijk zal helpen. Dit wordt de indicerende fase genoemd. Na de
behandeling wordt er een evaluerende fase uitgevoerd, waarin wordt gekeken of de
gediagnosticeerde problematiek voldoende verholpen is.
Verslag
Een belangrijk deel van het diagnostisch proces is het schrijven van een diagnostisch