Modelantwoorden versie A, zie voor andere versies transponeringstabel op p.2
Naam: ……………………………………………………………………………...
Studentnummer:…………………………………………………………………..
TENTAMEN Inleiding in de Rechtswetenschap
Maandag 27 januari 2014, 08:45 – 11:15 uur
LEES DIT EERST!
Het tentamen bestaat uit in totaal 30 multiple-choicevragen en 3 open vragen.
Dit formulier bevat inclusief het voorblad 12 pagina's. Op de laatste pagina’s is er ruimte om de
antwoorden op de open vragen op te schrijven.
Voor de beantwoording van de multiple-choicevragen krijgt u een mc-antwoordformulier.
- vul op het mc-antwoordformulier uw naam en studentnummer in, en de versie die u maakt
(A, B, C of D).
- het mc-antwoordformulier bij voorkeur met pen invullen, maar niet met de kleur rood.
- correcties aanbrengen mag (zie mc-antwoordformulier), maar vraag een nieuw mc-
antwoordformulier als u veel doorhalingen heeft.
- U dient alles in te leveren, voorzien van uw naam en studentnummer.
Alleen het gebruik van een niet-geannoteerde wetgevingseditie is toegestaan. Het meegebrachte
materiaal kan tijdens het tentamen door een surveillant worden onderzocht. Ook uw identiteit
wordt tijdens het tentamen gecontroleerd. Daartoe dient u uw identiteitsbewijs op de hoek
van uw tafel te leggen. Dat mag een collegekaart, een paspoort of een ander
identiteitsbewijs zijn.
Veel succes!
VERSIE A Page 1 of 13
,Modelantwoorden versie A, zie voor andere versies transponeringstabel op p.2
ANTWOORDEN MC VRAGEN, versie A, B, C, D
A B C D
1 24 17 10 d
2 25 18 11 d
3 26 19 12 a
4 27 20 13 c
5 28 21 14 c
6 29 22 15 a
7 30 23 16 d
8 1 24 17 d
9 2 25 18 a
10 3 26 19 d
11 4 27 20 d
12 5 28 21 d
13 6 29 22 b
14 7 30 23 c
15 8 1 24 b
16 9 2 25 d
17 10 3 26 b
18 11 4 27 c
19 12 5 28 c
20 13 6 29 b
21 14 7 30 b
22 15 8 1 c
23 16 9 2 b
24 17 10 3 d
25 18 11 4 a
26 19 12 5 c
27 20 13 6 a
28 21 14 7 d
29 22 15 8 a
30 23 16 9 c
VERSIE A Page 2 of 13
, Modelantwoorden versie A, zie voor andere versies transponeringstabel op p.2
1. Worden in de volgende zin de woorden recht in subjectieve of in objectieve zin gebruikt?
Volgens het Duitse recht moet de rechter internationale regelgeving eerst toetsen aan het hoogste
nationale recht.
a. Het eerste woord recht is in subjectieve zin gebruikt, het tweede woord recht is ook in subjectieve
zin gebruikt.
b. Het eerste woord recht is in subjectieve zin gebruikt, het tweede woord recht is in objectieve zin
gebruikt.
c. Het eerste woord recht is in objectieve zin gebruikt, het tweede woord recht is in subjectieve zin
gebruikt.
d. Het eerste woord recht is in objectieve zin gebruikt, het tweede woord recht is ook in
objectieve zin gebruikt.
Zie Soeteman par. 2.1
2. Geef aan of het in de volgende wetsartikelen om primaire regels of om secundaire regels gaat.
I. Artikel 8 lid 1 Politiewet 2012.
II. Artikel 5 Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.
a. I is een primaire regel; II is een secundaire regel.
b. I is een secundaire regel; II is een primaire regel.
c. I en II zijn beide primaire regels.
d. I en II zijn beide secundaire regels.
Zie Soeteman par. 3.3
3. Volgens welke filosoof was de natuurstaat een bedreiging voor de vrijheid van allen, omdat
iedereen elkaar zou proberen te overheersen?
a. Hobbes.
b. Rousseau.
c. Montesquieu.
d. Locke.
Zie Soeteman par. 3.2
VERSIE A Page 3 of 13
Naam: ……………………………………………………………………………...
Studentnummer:…………………………………………………………………..
TENTAMEN Inleiding in de Rechtswetenschap
Maandag 27 januari 2014, 08:45 – 11:15 uur
LEES DIT EERST!
Het tentamen bestaat uit in totaal 30 multiple-choicevragen en 3 open vragen.
Dit formulier bevat inclusief het voorblad 12 pagina's. Op de laatste pagina’s is er ruimte om de
antwoorden op de open vragen op te schrijven.
Voor de beantwoording van de multiple-choicevragen krijgt u een mc-antwoordformulier.
- vul op het mc-antwoordformulier uw naam en studentnummer in, en de versie die u maakt
(A, B, C of D).
- het mc-antwoordformulier bij voorkeur met pen invullen, maar niet met de kleur rood.
- correcties aanbrengen mag (zie mc-antwoordformulier), maar vraag een nieuw mc-
antwoordformulier als u veel doorhalingen heeft.
- U dient alles in te leveren, voorzien van uw naam en studentnummer.
Alleen het gebruik van een niet-geannoteerde wetgevingseditie is toegestaan. Het meegebrachte
materiaal kan tijdens het tentamen door een surveillant worden onderzocht. Ook uw identiteit
wordt tijdens het tentamen gecontroleerd. Daartoe dient u uw identiteitsbewijs op de hoek
van uw tafel te leggen. Dat mag een collegekaart, een paspoort of een ander
identiteitsbewijs zijn.
Veel succes!
VERSIE A Page 1 of 13
,Modelantwoorden versie A, zie voor andere versies transponeringstabel op p.2
ANTWOORDEN MC VRAGEN, versie A, B, C, D
A B C D
1 24 17 10 d
2 25 18 11 d
3 26 19 12 a
4 27 20 13 c
5 28 21 14 c
6 29 22 15 a
7 30 23 16 d
8 1 24 17 d
9 2 25 18 a
10 3 26 19 d
11 4 27 20 d
12 5 28 21 d
13 6 29 22 b
14 7 30 23 c
15 8 1 24 b
16 9 2 25 d
17 10 3 26 b
18 11 4 27 c
19 12 5 28 c
20 13 6 29 b
21 14 7 30 b
22 15 8 1 c
23 16 9 2 b
24 17 10 3 d
25 18 11 4 a
26 19 12 5 c
27 20 13 6 a
28 21 14 7 d
29 22 15 8 a
30 23 16 9 c
VERSIE A Page 2 of 13
, Modelantwoorden versie A, zie voor andere versies transponeringstabel op p.2
1. Worden in de volgende zin de woorden recht in subjectieve of in objectieve zin gebruikt?
Volgens het Duitse recht moet de rechter internationale regelgeving eerst toetsen aan het hoogste
nationale recht.
a. Het eerste woord recht is in subjectieve zin gebruikt, het tweede woord recht is ook in subjectieve
zin gebruikt.
b. Het eerste woord recht is in subjectieve zin gebruikt, het tweede woord recht is in objectieve zin
gebruikt.
c. Het eerste woord recht is in objectieve zin gebruikt, het tweede woord recht is in subjectieve zin
gebruikt.
d. Het eerste woord recht is in objectieve zin gebruikt, het tweede woord recht is ook in
objectieve zin gebruikt.
Zie Soeteman par. 2.1
2. Geef aan of het in de volgende wetsartikelen om primaire regels of om secundaire regels gaat.
I. Artikel 8 lid 1 Politiewet 2012.
II. Artikel 5 Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.
a. I is een primaire regel; II is een secundaire regel.
b. I is een secundaire regel; II is een primaire regel.
c. I en II zijn beide primaire regels.
d. I en II zijn beide secundaire regels.
Zie Soeteman par. 3.3
3. Volgens welke filosoof was de natuurstaat een bedreiging voor de vrijheid van allen, omdat
iedereen elkaar zou proberen te overheersen?
a. Hobbes.
b. Rousseau.
c. Montesquieu.
d. Locke.
Zie Soeteman par. 3.2
VERSIE A Page 3 of 13