College Cognitieve en emotionele stoornissen; Chronische aandoeningen: psychosociale
gevolgen.
Leerdoelen: Student is in staat te beschrijven/benoemen:
1. Wat een chronische aandoening is (definitie) en het verschil tussen een langlopende- en
levensbedreigende aandoening.
Definitie chronische aandoening: Onomkeerbare aandoening zonder vooruitzicht op volledig herstel en met een
gemiddeld lange ziekteduur van meer dan 6 maanden.
Langlopende chronische aandoeningen:
Astma, COPD
Epilepsie
Neurologische aandoeningen (MS, Parkinson, CVA).
Diabetes
Artritis (reuma)
Alzheimer, depressie.
Dementie\
Levensbedreigende chronische aandoeningen:
Kanker
Coronaire hartziekten
CVA
AIDS
2. Welke modellen gehanteerd worden als er blijvende gezondheidsproblemen blijken te zijn
(fasemodel en taakmodel).
Fasemodel (Kübler-Ross, ’71):
Shock/ontkenning
Boosheid
Depressie
Dialoog/onderhandeling
Acceptatie
Taakmodel: patiënt moet zich aanpassen aan veranderingen en heeft te maken met adaptieve taken (coping
proces).
Coping = de manieren waarop mensen omgaan met stress, problemen, aandoeningen.
Crisistheorie van Moos is een takenmodel. Dit model is ontwikkeld om gedrag van mensen die een
chronisch gezondheidsprobleem krijgen te beschrijven en te begrijpen.
3. Welke factoren van invloed zijn op het omgaan met (coping) een crisis in iemands gezondheid
(crisistheorie van Moos).
Ziekte gerelateerde factoren:
Veranderingen in lichaamsfunctie, conditie gaat omlaag, hoeveelheid pijn.
Behandelingen regiem (pijn, bijeffecten, etc.).
Achtergrond en persoonlijke factoren:
Persoonlijkheid
Leeftijd, geslacht, sociale status (emotionele rijpheid, zelfvertrouwen).
Ziekterepresentaties (filosofisch/religieus denkbeeld).
Fysieke en sociale omgevingsfactoren:
Fysiek:
o Ziekenhuis/omgeving thuis
Sociaal:
o Sociale steun (positief/negatief).
o Steungroepen (informatieve- en emotionele steun).
, 4. Wat het coping proces inhoudt (adaptieve opgaven en coping vaardigheden).
Adaptieve taken definitie: belastende situaties en omstandigheden die een beroep doen op het
aanpassingsvermogen van de patiënt.
Gerelateerd aan de ziekte/behandeling:
o Omgaan met symptomen/behandeling bijv. leren toedienen van eigen medicatie.
o Aanpassen aan ziekenhuisomgeving en medische procedures (zwaarte regiem).
o Ontwikkelen en onderhouden goede relatie met behandelaars.
Gerelateerd aan algemeen psychosociaal functioneren:
o Controle negatieve gevoelens en behouden positieve toekomstbeeld.
o Behouden tevreden zelfbeeld en competentieniveau.
o Goede relaties onderhouden met familie en vrienden.
o Voorbereiden op een onzekere toekomst.
Coping vaardigheden:
Ontkennen/minimaliseren serieusheid situatie.
Informatie opzoeken
Concrete, specifieke doelen zetten.
Rekruteren van instrumentele en emotionele steun.
Bereiken behandelbaar perspectief.
5. Welke reacties allereerst kunnen optreden na het horen van de diagnose (fasen van verwerking:
ontkenning / shock; boosheid, onderhandelen, depressie, acceptatie).
Fasen zoals: (ahv Phase-model, Kübler-Ross, ’71)
Ontkenning
Boosheid/ in shock.
Onderhandelen
Depressie
Acceptatie
Nadelen fase modellen:
- Patiënt is passief
- Kan worden opgevat als voormat voor de patiënt/sociale omgeving.
Literatuur:
Bestudeer de literatuur + powerpoint voor je toets; Chronic illness, the coping process.
Sarafino, Health psychology, biopsychosocial interactions 2014 or later edition
Hoofdstuk: Serious and disabling chronic illnesses: causes, management, and coping,
Paragrafen:
– Adjusting to a chronic illness;
– Psychosocial interventions for People with Chronic Condition
10 bladzijdes Engels, 31 dia’s.
College Cognitieve en emotionele stoornissen; Emotionele problemen (Emotionele
gesteldheden Angst en depressie)
Leerdoelen: Student is in staat te beschrijven/benoemen:
1. Wat depressie is, welke symptomen bij depressie horen en welke behandelingen er zijn.
Definitie depressie: depressie is een stemmings (of affectieve) stoornis: abnormale depressieve stemming die niet
bij de situatie past.
DSM-IV-Criteria:
- Kernsymptomen:
Sombere/depressieve stemming
Verminderde belangstelling/plezier.
- Daarnaast mogelijk:
o Opvallende gewichtsafname of -toename;
o Slapeloosheid of juist veel slapen;
o Vermoeidheid en gebrek aan energie;
o Gevoelens van waardeloosheid/schuldgevoelens;
o Concentratieproblemen/besluiteloosheid;
o Terugkerende gedachten aan dood en suïcide.
1 op 50 pleegt uiteindelijk zelfmoord.
- Patiënt lijdt aan tenminste 1 van de kernsymptomen, daarnaast ten minste 4 van de overige kenmerken. Duurt meer
dan 2 weken.
- Depressie in SCEGS-model:
Somatisch:
Opvallende gewichtsafname of toename.
Slapeloosheid of juist veel slapen.
Vermoeidheid en gebrek aan energie.
Cognitief:
Gedachten over waardeloosheid.
Schuldgedachten
Concentratieproblemen
Terugkerende gedachten aan dood en suïcide.
Emotioneel / affectief:
Depressieve stemming: somber, apathie.
Sterk minder interesse en plezier in het leven.
Gedragsmatig:
Psychomotorische onrust, opvallende traagheid.
Sociaal:
Belemmert / bemoeilijkt het sociale / beroepsmatig functioneren.
Behandeling:
Medicatie -> Antidepressiva.