Osmoregulatie en excretie
Osmolariteit en osmotische balans
Osmotische balans behouden: water & anorganische ionen kunnen afgeven en opnamen uit uitwendig milieu
Behoudt volume & ionensamenstelling lichaamsvochten —> excretiestelsel
Definities:
Osmotische druk: drukverschil tussen twee oplossingen van verschillende concentraties
ontstaan door osmose
Osmotische waarde: osmotische druk tov zuiver oplosmiddel
Osmolariteit: totale hoeveelheid opgeloste stoffen (osmotisch actieve moles) in een
vloeistof (concentratie)
Toniciteit: mogelijkheid oplossing om volume van cel te veranderen door osmose
(hypertoon, isotoon, hypotoon)
Difussie: permeabel membraan —> laat toe dat opgeloste stof beweegt tot concentratie
gelijk is aan elkaar, passief
Osmose: semi-permeabel membraan —> enkel water kan door, dus verschillende niveaus
water want enkel water kan door, passief
Osmocomformers: organismen in evenwicht met omgeving (meeste mariene invertebraten, prikken en
kraakbeenvissen)
Osmoregulatoren: alle andere vertebraten
—> constante bloedmolariteit ondanks concentraties omgeving
—> kunnen in veel habitats wonen
Zoetwatervertebraten: hypertoon (meer opgeloste stof in lichaamsvloeistoffen)
- aanpassing die binnenkomen van water in lichaam voorkomt & actief transport van ionen in
lichaam toelaat
Mariene vertebraten: hypotoon
- aangepast om water vast te houden —> drinken zeewater & elimineren overtollige ionen via
nieren en kieuwen
Landvertebraten: hogere waterconcentratie dan lucht
- dreigen water te verliezen via huid of longen —> ontwikkelden nieren om water te behouden
, Stikstofhoudende afvalstoffen
Bij afbraak AZ en nucleinezuren —> stikstofhoudende afvalstoffen geproduceerd —> ammoniak
gevormd
—> is toxisch, 3 opties
1) elimineren via diffusie via de kieuwe
2) omzetten in ureum, want wateroplosbaar —> samen lozen met water
3) omzetten in urinezuur, want kristallijn —> samen met pasta lichaam verlaten
Zoogdieren kunnen ook urinezuur produceren: bij organismen waarbij enzyme uricase ontbreekt
dat urinezuur omzet in meer oplosbare stof (allantoine)—> nierstenen en kristallen in gewrichten
Osomoregulatie bij invertebraten
Protista & sponzen: contractiele vacuolen
Invertebraten: gespecialiseerde cellen & tubuli
- platwormen; protonefida die vertakken in vlamcellen —> excretie via porien
- gelede wormen: nefridia
- crustacea: antenneklieren als excretieorganen
Insecten: buisje van Malpighi —> vormen uitbreiding van spijsverteringskanaal
Evolutie van de nier bij vertebraten
Nieren van vertebraten bestaan uit duizenden identieke eenheden: nefronen (nierkronkelbuisjes)
- genereren tubulaire vloeistof door filtratie van bloed onder hoge druk in glomerulus
- filtraat: water, kliene molecules (bv. Ionen) en afvalproducten
- meeste moleculen & water —> reabsorptie terug naar bloed, afvalproducten nr urine
- urine kan hypertoon (vogels en zoogdieren), isotoon of hypotoon zijn tov bloed
Osmolariteit en osmotische balans
Osmotische balans behouden: water & anorganische ionen kunnen afgeven en opnamen uit uitwendig milieu
Behoudt volume & ionensamenstelling lichaamsvochten —> excretiestelsel
Definities:
Osmotische druk: drukverschil tussen twee oplossingen van verschillende concentraties
ontstaan door osmose
Osmotische waarde: osmotische druk tov zuiver oplosmiddel
Osmolariteit: totale hoeveelheid opgeloste stoffen (osmotisch actieve moles) in een
vloeistof (concentratie)
Toniciteit: mogelijkheid oplossing om volume van cel te veranderen door osmose
(hypertoon, isotoon, hypotoon)
Difussie: permeabel membraan —> laat toe dat opgeloste stof beweegt tot concentratie
gelijk is aan elkaar, passief
Osmose: semi-permeabel membraan —> enkel water kan door, dus verschillende niveaus
water want enkel water kan door, passief
Osmocomformers: organismen in evenwicht met omgeving (meeste mariene invertebraten, prikken en
kraakbeenvissen)
Osmoregulatoren: alle andere vertebraten
—> constante bloedmolariteit ondanks concentraties omgeving
—> kunnen in veel habitats wonen
Zoetwatervertebraten: hypertoon (meer opgeloste stof in lichaamsvloeistoffen)
- aanpassing die binnenkomen van water in lichaam voorkomt & actief transport van ionen in
lichaam toelaat
Mariene vertebraten: hypotoon
- aangepast om water vast te houden —> drinken zeewater & elimineren overtollige ionen via
nieren en kieuwen
Landvertebraten: hogere waterconcentratie dan lucht
- dreigen water te verliezen via huid of longen —> ontwikkelden nieren om water te behouden
, Stikstofhoudende afvalstoffen
Bij afbraak AZ en nucleinezuren —> stikstofhoudende afvalstoffen geproduceerd —> ammoniak
gevormd
—> is toxisch, 3 opties
1) elimineren via diffusie via de kieuwe
2) omzetten in ureum, want wateroplosbaar —> samen lozen met water
3) omzetten in urinezuur, want kristallijn —> samen met pasta lichaam verlaten
Zoogdieren kunnen ook urinezuur produceren: bij organismen waarbij enzyme uricase ontbreekt
dat urinezuur omzet in meer oplosbare stof (allantoine)—> nierstenen en kristallen in gewrichten
Osomoregulatie bij invertebraten
Protista & sponzen: contractiele vacuolen
Invertebraten: gespecialiseerde cellen & tubuli
- platwormen; protonefida die vertakken in vlamcellen —> excretie via porien
- gelede wormen: nefridia
- crustacea: antenneklieren als excretieorganen
Insecten: buisje van Malpighi —> vormen uitbreiding van spijsverteringskanaal
Evolutie van de nier bij vertebraten
Nieren van vertebraten bestaan uit duizenden identieke eenheden: nefronen (nierkronkelbuisjes)
- genereren tubulaire vloeistof door filtratie van bloed onder hoge druk in glomerulus
- filtraat: water, kliene molecules (bv. Ionen) en afvalproducten
- meeste moleculen & water —> reabsorptie terug naar bloed, afvalproducten nr urine
- urine kan hypertoon (vogels en zoogdieren), isotoon of hypotoon zijn tov bloed