Inclusief antwoorden op de laatste pagina!
1. Organisatiekunde is zowel descriptief als prescriptief over o.a. de wijze waarop
organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden.
Wat betekenen de dik gedrukte en onderstreepte woorden?
a) Beschrijvend en efficiënt
b) Voorschrijvend en efficiënt
c) Beschrijvend en effectief
d) Voorschrijvend en effectief
2. Bij welke theorie horen kenmerken als ‘een sterk doorgevoerde taakverdeling’, ‘uitvoering
van werkzaamheden volgens vaste routine regels’ en een ‘onpersoonlijke relaties tussen
functionarissen’?
a) Scientific Management
b) General Management
c) Human Relations
d) Bureaucratie
3. Een van de denkrichtingen uit de organisatiekunde toonde aan dat naast de sterk rationele
benadering van de manier van werken in organisaties ook factoren als aandacht en het bij
een groep horen bepalend zijn voor het resultaat. Welke denkrichting wordt hier bedoeld?
a) Systeembenadering
b) Contigentiebenadering
c) Human Relations-beweging
d) General Management theorie
4. De General Management theorie was een theorie van:
a) Max Weber
b) Henry Fayol
c) Adam Smith
d) Rensis Likert
5. Welke theorie/management goeroe stelt ‘There is not one best way of management?’
a) Systeembenadering
b) Henry Mintzberg
c) Contingentiebenadering
d) Frederik Herzberg