100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Belangrijke termen en begrippen Mintzberg H2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11 & 12 COk-BDK

Rating
-
Sold
2
Pages
7
Uploaded on
14-10-2017
Written in
2017/2018

Belangrijke termen en begrippen Mintzberg H2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11 & 12. Organisatiestructuren Mintzeberg tweede editie. ISBN: 9789043024693.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 10, 11
Uploaded on
October 14, 2017
File latest updated on
October 21, 2017
Number of pages
7
Written in
2017/2018
Type
Summary

Subjects

Content preview

Belangrijke termen en begrippen Mintzberg

Hoofdstuk 2
Behoeftenhiërarchie van Maslow  Abraham Maslow (1908-1970) stelde
dat ieder mens een als volgt opgebouwde hiërarchie van behoefte kent. De
piramide van Maslow. Zie afbeelding hiernaast.

Bureaucratie  organisatie die de taken primair door gedragsformalisatie
coördineert; het gedrag in de organisatie is van tevoren schriftelijk vastgelegd
en voorspelbaar, dus gestandaardiseerd.

Formalisatie van gedrag  parameter die de wijze vertegenwoordigt waarop
de organisatie het gedrag van haar leden voorschrijft en hun vrijheid van
handelen bepaald. De drie basismethoden om gedrag te formaliseren:
1) door de functiebeschrijvingen;
2) door de inrichting van het werk
3) door de regels en voorschriften

Hertzberg, Frederick -> bekend (1923-2000) om zijn werk over taakverrijking en zijn Motivatie-
hygiënetheorie over het motiveren van werknemers. Motiviatiefactoren (zoals erkenning) zouden
ervoor kunnen zorgen dat een medewerker tevreden is over zijn werk, hygiënefactoren (zoals
salaris)dat hij ontevreden is over zijn werk.

Horizontale taakspecialisatie  de meest voorkomende vorm van arbeidsverdeling: medewerkers
voeren telkens dezelfde gespecialiseerde deeltaak uit; hoe kleiner het aantal deeltaken, hoe hoger de
horizontale taakspecialisatie.

Horizontale taakverruiming  de tegenpool van horizontale taakspecialisatie. Individuele taken
worden uitgebreid met andere werkzaamheden op hetzelfde organisatieniveau; dezelfde medewerker
voert veel verschillende taken uit die samenhangen met de productie van goederen en diensten.

Indoctrinatie  het proces waarin de werknemer zich de normen van de organisatie eigen maakt.

Organische structuur  structuur waarin standaardisatie in de organisatie ontbreekt.

Professionele taken  complexe taken die wel horizontaal maar niet verticaal gespecialiseerd zijn.

Simon, Herbert  toonde aan (1916-2001) dat managers over het algemeen geen rationele
beslissingen nemen, maar dat er veel onzekerheid en subjectieve motivaties aan hun besluitvorming
ten grondslag ligt, samengevat als ‘bounded raionality’.

Smith, Adam  beschouwd als de grondlegger (1723-1790) van de moderne economie. met An
Inquiry into The Nature and The causes of the Wealt of Nations (1776) legde hij de basis van het
liberalisme.

Socialisatie  het proces waarmee een nieuw lid het waardesysteem, de normen en de vereiste
gedragspatronen leert van de maatschappij, organisatie of groep waarvan hij deel gaat uitmaken.

Taylor, Frederick  leider van de ‘scientific management’ –beweging, die zich vooral bezighield met
het programmeren van uitvoerende werkzaamheden. Taylor (1856-1915) droeg bij aan de theorie over
de wijze waarop de werkplaats het best ingericht kan worden, ook wel rationalisering van arbeid
genoemd.

Training  het proces waarin werknemers voor het werk vereiste vaardigheden en kennis aangeleerd
worden; een belangrijke ontwerpparameter in al het professionele werk.

Verticale taakspecialisatie  de uitvoering van het werk wordt gescheiden van de zeggenschap en
controle daarover. De werknemer heeft weinig controle over het werk dat hij uitvoert, omdat de
werkzaamheden worden verdeeld over meerdere organisatieniveaus.

, Verticale taakverruiming (taakverrijking)  aan de taken van de medewerkers worden taken van
een hoger niveau toegevoegd. De medewerker voert meer taken uit én krijgt meer zeggenschap en
controle over zijn werk.

Hoofdstuk 3
Differentiatie  de organisatie gaat zich met verschillende producten en/of diensten richten op
verschillende klanten; vaak gaat dat ook gepaard met de ontwikkeling van verschillende kennis en
vaardigheden van medewerkers.

Efficiënt  zo weinig mogelijk afwijkingen van de vooraf gestelde norm vertonen.

Groepering  basismethode om het werk in de organisatie te coördineren; maakt het mogelijk
gezamenlijke prestaties te meten.

Intergroepcoördinatie  coördinatie tussen verschillende groepen.

Intragroepcoördinatie  coördinatie binnen dezelfde groep.

Lawrence, Paul  ontwikkelde met Jay Lorsch de contingentietheorie, die stelt dat iedere omgeving
vraagt om aangepast gedrag. Er is dus van tevoren geen beste manier van leidinggeven, gedrag of
structuur aan te geven.

Samenhang: ‘pooled’  alleen dezelfde middelen worden gedeeld.

Samenhang ‘reciprocal’  de samenhang is gegroepeerd op basis van wederzijdse afhankelijkheid,
waarbij het werk tussen verschillende taken heen en weer gaat.

Samenhang ‘sequential’  de samenhang is gegroepeerd naar volgorde van de werkzaamheden,
waarbij de output van de ene taak de input vormt voor de volgende.

Superstructuur  wordt gevormd door een compromis tussen de ‘objectieve’ factoren van
werkzaamheden, processen en schaalvoordelen van de organisatie enerzijds en de ‘subjectieve’
factoren van persoonlijkheid en sociale behoeften anderzijds.

Hoofdstuk 4
Actieplanning  de organisatie reguleert de output door activiteiten te specificeren die nog moeten
plaatsvinden.

Budget  een plan dat de kosten van de output over een bepaalde periode specificeert.

Controle  heeft tot doel te beoordelen of de norm al dan niet bereikt is.

Doelstelling  plan waarin de kwantiteit van de output voor een bepaald tijdvak wordt vastgesteld.

Integratiemanager  de schakel tussen verschillende afdelingen en medewerkers: dient ervoor te
zorgen dat de verschillende disciplines hun werkzaamheden op elkaar afstemmen met als doel het
gewenste resultaat te realiseren.

Management by Objectives (MBO)  door Peter Drucker (1909-2005) ontwikkelde methode om
managers zeggenschap te geven over de formulering van de te controleren normen, zodat zij zich
verplicht voelen hieraan te voldoen en er dus ook meer naar zullen streven de gewenste resultaten te
behalen.

Managementinformatiesysteen (MIS)  systeem dat informatie verzamelt en naar boven stuurt,
zodat de top bondige samenvattingen krijgt van wat eronder gebeurt.

Matrixstructuur  verbindingsmiddel waarbij de organisatie een dubbele gezagsstructuur opzet.
Kern: de medewerker rapporteert aan meer dan één leidinggevende, bijvoorbeeld een inhoudelijk
leidinggevende en een hiërarchisch leidinggevende. Er zijn twee typen matrixstructuren: een
permanente en een wisselende vorm.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Janneh Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
225
Member since
9 year
Number of followers
191
Documents
1
Last sold
1 year ago

3.7

60 reviews

5
9
4
30
3
16
2
2
1
3

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions