De organisatie als hulpmiddel, organisatiekunde. Hoofdstuk 9: Macht en besluitvorming
De organisatie als hulpmiddel
Hoofdstuk 9: Macht en besluitvorming
Macht, invloed en gezag
Soorten invloed
Managers en coördinatoren hebben invloed op de gang van zaken binnen een
organisatie. Het personeel heeft ook invloed. We onderscheiden daarin macht,
invloed en gezag.
- Macht is het vermogen de gedragsalternatieven van anderen te bepalen.
- Invloed is het vermogen anderen tot ander gedrag te bewegen.
- Gezag is het vermogen legitieme oordelen uit te spreken.
Macht is dus dwingend. Invloed minder dwingend. En gezag is invloed die is
gebaseerd op een positie die iemand bekleedt of de deskundigheid die iemand heeft.
Soms gaanpositie en deskundigheid samen. De omgeving gaat ervan uit dat de
gronddrager het recht heeft oordelen te vellen of aan te geven wat er moet gebeuren.
Bronnen van macht, invloed en gezag
Macht is gebaseerd op een formele positie in de organisatie. Die positie geeft deze
macht legitimiteit, dat is het gevoel dat de betrokken functionaris het recht en dus de
bevoegdheid heeft bevelen te geven. Hoe groter de bevoegdheid om besluiten te
nemen, hoe meer macht. De formele positie geeft de mogelijkheid te straffen en te
belonen.
Invloed is niet gebaseerd op de formele mogelijkheid sancties toe te passen, maar
wel op de mogelijkheid anderen de indruk te geven dat het beter is te doen wat de
invloedrijke persoon wil. Invloed kan zo dwingend zijn. Dingen die bij invloed goed
van pas kunnen komen zijn in relatie staan tot de persoon, informatie hebben van de
persoon, kennis, persoonlijke eigenschappen of in het beheer zijn van verschillende
middelen.
Netwerken van macht en invloed
In elke organisatie bestaan ingewikkelde netwerken van personeel en
functionarissen die formeel en informeel invloed hebben op allerlei beleidsterreinen.
Omdat die inzichten en belangen niet altijd gelijk zijn, sturen ze verschillende
onderdelen van de organisatie verschillende kanten op. Die spanningen opleveren
tussen functionarissen en afdelingen. Daarbij kan een onevenwichtige
machtsverdeling de organisatie uit het lood brengen.
De overheid is niet eenzijdig bepalend voor de middelen en doelen van de
organisatie. De organisatie kan zelf ook invloed uitoefenen op het beleid van de
overheid. Dat is een machtsspel.
De organisatie als hulpmiddel
Hoofdstuk 9: Macht en besluitvorming
Macht, invloed en gezag
Soorten invloed
Managers en coördinatoren hebben invloed op de gang van zaken binnen een
organisatie. Het personeel heeft ook invloed. We onderscheiden daarin macht,
invloed en gezag.
- Macht is het vermogen de gedragsalternatieven van anderen te bepalen.
- Invloed is het vermogen anderen tot ander gedrag te bewegen.
- Gezag is het vermogen legitieme oordelen uit te spreken.
Macht is dus dwingend. Invloed minder dwingend. En gezag is invloed die is
gebaseerd op een positie die iemand bekleedt of de deskundigheid die iemand heeft.
Soms gaanpositie en deskundigheid samen. De omgeving gaat ervan uit dat de
gronddrager het recht heeft oordelen te vellen of aan te geven wat er moet gebeuren.
Bronnen van macht, invloed en gezag
Macht is gebaseerd op een formele positie in de organisatie. Die positie geeft deze
macht legitimiteit, dat is het gevoel dat de betrokken functionaris het recht en dus de
bevoegdheid heeft bevelen te geven. Hoe groter de bevoegdheid om besluiten te
nemen, hoe meer macht. De formele positie geeft de mogelijkheid te straffen en te
belonen.
Invloed is niet gebaseerd op de formele mogelijkheid sancties toe te passen, maar
wel op de mogelijkheid anderen de indruk te geven dat het beter is te doen wat de
invloedrijke persoon wil. Invloed kan zo dwingend zijn. Dingen die bij invloed goed
van pas kunnen komen zijn in relatie staan tot de persoon, informatie hebben van de
persoon, kennis, persoonlijke eigenschappen of in het beheer zijn van verschillende
middelen.
Netwerken van macht en invloed
In elke organisatie bestaan ingewikkelde netwerken van personeel en
functionarissen die formeel en informeel invloed hebben op allerlei beleidsterreinen.
Omdat die inzichten en belangen niet altijd gelijk zijn, sturen ze verschillende
onderdelen van de organisatie verschillende kanten op. Die spanningen opleveren
tussen functionarissen en afdelingen. Daarbij kan een onevenwichtige
machtsverdeling de organisatie uit het lood brengen.
De overheid is niet eenzijdig bepalend voor de middelen en doelen van de
organisatie. De organisatie kan zelf ook invloed uitoefenen op het beleid van de
overheid. Dat is een machtsspel.