filosofie is omdat het zo verweven is met religie?
● Geografisch: niet enkel West-Europa, gebied van Ierland tot Uzbekistan
-> allemaal met wortels in de oude Griekse filosofie
● 4 tradities gevormd vanuit de laat antieke scholen in Athene en Alexandrië
a. Latijnse christelijke filosofie: West-Europa
b. Griekse christelijke filosofie: Byzantijns Rijk
c. Arabische filosofie
d. Joodse filosofie
● onderling verbonden door vertalingen en gelijke oorsprong
● Chronologie: de gehele tijdspanne van de middeleeuwen heeft interessante filosofie -> +-
500-1500 of 200-1700 (lange middeleeuwen)
● Relatie tussen filosofie en religie
● ME filosofie is niet alleen verbonden met het Latijnse christendom, maar ook met
jodendom, Griekse christendom en islam
● ook veel filosofie bedreven die niets met religie te maken had, zoals logica
● toch veel bedreven door theologen om specifiek theologische problemen op te
lossen + als filosofen zich wilden scheiden moesten ze zich verantwoorden
2. Wat is kalam in Arabische filosofie? Beschrijf de manier waarop het relateert aan,
invloed heeft op en beïnvloed is door falsafa.
● kalam
○ islamitische theologie
○ = filosofische discussies obv problemen in de Koran en Griekse ideeën, om islam
te verdedigen tegen filosofisch getrainde Syrische christenen
○ begin 8e eeuw
○ Mu’tazilieten
○ zoeken naar rationele verklaring van hun wereld en religie, met grote nadruk op
rationeel vermogen vd mens die goddelijke rechtvaardigheid kan verstaan
○ atomisten: toeval stuurt alles, atomen hangen accidenteel samen
onder Gods bescherming (⇔ Aristoteles: natuurlijke soorten, stabiele
substanties)
● falsafa
○ islamitische filosofie, obv Griekse filosofie
○ al-Kindi: probeert dezelfde problemen beter op te lossen binnen islamitisch kader
○ al-Farabi: volger aristotelische traditie
○ Avicenna: systematiseerde Aristoteles en commentators + innovatie
● beide groepen opgenomen door Kalifaat van Abbasiden (750) en bleven ontwikkelen tot
12e eeuw
3. Wie was al-Ghazali, wat waren zijn karakteristieke visies en welke rol speelden ze in de
ontwikkeling van islamitische filosofie na Avicenna?
● Al-Ghazali was een vd grootste islamitische religieuze denkers in het islamitische oosten
● combineerde Griekse traditie en Avicenna (veel kritiek + inspiratie) -> eigen adaptatie
van zijn MF
● kritiek op 3 aristotelische visies van Avicenna, geloofde zelf dat:
1. de wereld is niet eeuwig
2. God heeft wel kennis van particularia
3. het lichaam kan herrijzen
4. God handelt vrijwillig, niet uit noodzaak
1
, 4. Waarom is het jaar 1200 een belangrijk breekpunt over de 4 ME tradities? (p24)
● Latijnse traditie wordt hervormd
○ opkomende universiteiten in Parijs en Oxford
○ aanname van aristotelische werken en Arabische filosofie
● joodse: schrijven na dood Maimonides (1204) in het Hebreeuws ipv Arabisch
● Byzantijnse: beïnvloed door Latijnse door kruisvaarders in Constantinopel (1204)
● islamitische:
○ na dood Averroës (1198) komt er een einde aan falsafa en de onderscheiden
intellectuele cultuur van islamitisch Spanje
○ filosofie bloeit verder in islamitische oosten, werd dankzij Avicenna’s
nalatenschap gelinkt aan theologie
5. Beschrijf de traditie van aristotelische commentaar en de meer theologische traditie in
Byzantijnse filosofie vanaf Pseudo-Dionysius en Maximus de Confessor.
traditie van commentaren op Aristoteles: probleem, want scholastici die heidense (bv Griekse)
filosofen wilden begrijpen, werden bestempeld als ‘Hellenistisch’ en ketters
● Gregory Palamas: volledige onkenbaarheid van God, zelfs voor degenen in de hemel,
maar God’s handelingen kunnen wel gekend worden door een speciaal soort gebed
Latijnse filosofie en theologie begint, door Griekse vertalingen van Augustinus, Boethius, Aquino,
en andere scholastische filosofen
● Barlaam: onmogelijk om de waarheid te kennen, waardoor de spanningen tussen
Oosterse en Westerse Kerken stilgelegd kunnen worden
6. Bespreek een paar problemen rond de hylemorfisme metafysica en het atomisme.
Hylemorfisme: aristotelische substantie + accidenten als uitgangspunt maar veel speelruimte
voor nieuwe perspectieven en vragen
- is alles behalve God zo opgebouwd? - Ibn Gabirol
- kan een substantie meer dan 1 vorm hebben? - Thomas ontkent
- hoe veel vormen kan 1 substantie aannemen?
- hoe onafhankelijk zijn accidenten?
- universalia: zijn substanties en accidenten enkel particularia? -> veel debat,
belangrijk in Byzantium
Atomisme: kwantiteit is niet oneindig deelbaar, er bestaan ondeelbare deeltjes (⇔
Latijnse schrijvers en kalam)
7. Welke rol speelde scepticisme in ME epistemologische discussies?
● startpunt voor 13e en 14e eeuwse scepticisme: Augustinus’ scepticisme tov een tekst
van Cicero
● in het Byzantium: oa Palamas’ scepticisme, en een terugkeer van Nicholas Cabasilas
naar Sextus Empiricus voor sceptische argumenten en antwoorden erop
● Arabische filosofie, al-Ghazali: sterke sceptische argumenten (~ Descartes)
-> antwoord op dit scepticisme was een constructieve epistemologie: onderzoek naar hoe
wetenschappelijke kennis op te bouwen adhv Posterior Analytica
8. In de filosofie van religie waren de twee problemen: bewijs van Gods bestaan en hoe we
over God kunnen spreken (filosofisch en algemeen). Beschrijf.
1. bewijs van Gods bestaan:
● Anselmus: God als datgene waarvan niets groters gedacht kan worden,
waardoor het zeker is dat God bestaat, “want als datgene waarboven niets
2