HC Aantekeningen Leren en Geheugen –
Week 2
https://quizlet.com/Annabel2703/folders/leren-en-geheugen/sets
Inhoud
College 4: Klassieke en Operante conditionering (8-11-2021)........................................................................................ 2
College 5: Neuronale communicatie (10-11-2021)........................................................................................................ 12
College 6: Synaptische Plasticiteit 1 (11-11-2021) ........................................................................................................ 22
College 7: Synaptische plasticiteit 2 (12-11-2021) ........................................................................................................ 42
,College 4: Klassieke en Operante conditionering (8-11-2021)
Conditionering
❖ Klassiek en Instrumenteel
❖ Klassieke of Pavloviaanse conditionering:
o Neutrale stimuli krijgen een voorspellende waarde over toekomstige
gebeurtenissen.
▪ Geen invloed op de gebeurtenis
▪ Anticiperen op de gebeurtenis
❖ Operante of Instrumentele conditionering:
o Organismen leren een actie te ondernemen om een bepaalde uitkomst te
verkrijgen of te vermijden.
❖ Vormen van associatief leren en geheugen
❖ Plaatsing in de taxonomie: Impliciet, associatief
Klassieke conditionering
❖ Terminologie
o 1. Vóór conditioneren:
▪ Unconditioned stimulus (US) = het voedsel ->
natuurlijke respons om te kwijlen
• Stimulus die op natuurlijke wijze een respons
veroorzaakt
▪ Unconditioned response (UR) = kwijlen
▪ Unconditioned = Unconditional ‘Zonder voorwaarde’
o 2. Vóór conditioneren:
▪ Neutrale stimulus = bel
▪ Geen Unconditioned Response (UR) = hond gaat niet
kwijlen bij horen van een bel
o 3. Tijdens conditioneren:
▪ Gezamenlijk aanbieden (CS-US pairing)
▪ Unconditioned response (UR) = voer laat hond nog
steeds kwijlen
▪ Associatie van kwijlen en bel ontstaat
o 4. Na conditioneren:
▪ Conditioned stimulus(CS) = bel
▪ Conditioned response(CR) = kwijlen
o Appetitieve conditionering: US is positief
o Aversieve conditionering: US is negatief
❖ Fear conditioning
❖
o Voorbeeld negatieve US, aversief
o Voor / tijdens:
, ▪ footshock: unconditioned Stimulus (US)
▪ Startle response: unconditioned response (UR)
▪ Toon: Conditioned Stimulus (CS)
▪ Gezamenlijk aanbieden van CS en US (pairing)
o Na:
▪ Vriesgedrag / freezing:
▪ Conditioned Response (CR) = freeze behavior
▪ Kan kwalitatief verschillen van UR
❖ Associatiewet van Aristoteles: gelijktijdigheid
o Klopt deels maar is niet zo simpel
o CS en US, bijzondere relatie, veel facetten
❖ Dingen waar we van dromen zijn USen
Eye-blink conditioning
❖ Aversieve klassieke conditionering
o Hoort en toontje
o Toon is eerst neutraal en wordt later voorspellend
voor een luchtpufje
o Luchtpufje -> natuurlijke reactie om te knipperen
o Na pairing: konijn zal ook knippen bij toon alleen
o Figuur: tijd op x-as, je ziet dat met de dagen
training meer anticipatie is: het konijn leert
o Leercurve: percentage trials waarin CR
plaatsvindt als gevolg van CS
Extinctie
❖ Overrulen van associaties
❖ Stel je traint het konijn zodat het de associatie tussen dat pufje
en de toon heel goed kent
o En dan bied je alleen nog maar de CS (de toon) aan
o Na verloop van tijd neemt hoe vaak de CR plaatsvindt, af
❖ Het lijkt wel alsof het geheugenspoor overschreven is
o Dat kan niet
o Wat gebeurt er dan wel?
▪ Diezelfde CS raakt nu geassocieerd met het feit dat er geen respons is
▪ Twee geheugensporen -> hangt van de condities af welke wordt aangeroepen
❖ Oude CS-US associatie blijft intact!
Klassieke conditionering: twee CSen?
❖ Stel je zet een rat in zo’n kamertje en je
beidt niet een stimulus aan
o Schokje geven
o De volgende dag opnieuw in
kamertje zetten
o -> rat bevriest meteen
o De kamer is nu de stimulus
geworden
o Omgeving: 100% freezing
❖ Stel je voor je biedt 2 stimuli aan
o Toontje (CS), lichtje (CS) + schok
o Samen tonen -> 100% freezing
o Maar alleen lampje of toontje aanbieden -> 50% freezing
, o Wanneer de associatie wordt gevormd wordt er geleerd dat die twee bij elkaar moeten zijn voor
het gevolg (de schok) om te voorspellen dat de schok 100% voorkomt
o Is niet zo als één van de stimuli veel krachtiger is dan de andere
o De meest betrouwbare stimulus wordt gezocht
❖ Stel je biedt tijdens de leerfase alleen een
toontje aan de rat en dan een schokje
o Toontje tonen met schok bij leerfase
-> 100% freezing bij testfase
o Maar daarna: toontje en lichtje met
schok erna bij leerfase -> toontje
tonen bij testfase: freezing. Lampje
aanbieden bij testfase: no freezing
o = “Kamin’s blocking effect”
❖ Dier ziek maken -> Dier vergeet associatie: Conditioned taste aversion? Filmpje in de zelfstudie, bekijk
het!
Rescorla-Wagner model
❖ Wiskundige benadering conditionering
❖ “We leren van onze fouten”
o Tijdens leren krijgt CS een voorspellende waarde over US (VCS).
o In elke trial wordt de VCS gebruikt die is opgebouwd in voorgaande
trials om een voorspelling te maken over het al dan niet optreden
van een US.
o Na een de trial wordt geevalueerd of de VCS klopt met de US.
▪ En als niet -> dan wordt de VCS aangepast.
o De verandering (∆) van de VCS is dus gerelateerd aan de werkelijke US – de voorspelde US (VCS).
▪ Dit heet de “prediction error” (PE)
o Volgende voorspelling accurater dan wat je eerst had (lijkt op Bayesiaanse statistiek? Is niet
hetzelfde, zegt Carien)
❖ Voorbeeld: training 1, trial 1
o konijn hoort de nieuwe CS (toon) en US (luchtpuf) wordt getoond
▪ VCS=0, geen enkele voorspelde waarde want eerste keer horen toon
o US treedt op
▪ US = 100
o PE = max
▪ 100-0
▪ Grote fout gemaakt -> veel van
leren
o deltaVCS = max
❖ Trial 5
o CS is niet nieuw, maar heeft half max
voorspellende waarde
▪ VCS = 50
o US treedt op
▪ US = 100
o PE = half max
▪ 100-50
o deltaVCS = half max -> minder leren
Week 2
https://quizlet.com/Annabel2703/folders/leren-en-geheugen/sets
Inhoud
College 4: Klassieke en Operante conditionering (8-11-2021)........................................................................................ 2
College 5: Neuronale communicatie (10-11-2021)........................................................................................................ 12
College 6: Synaptische Plasticiteit 1 (11-11-2021) ........................................................................................................ 22
College 7: Synaptische plasticiteit 2 (12-11-2021) ........................................................................................................ 42
,College 4: Klassieke en Operante conditionering (8-11-2021)
Conditionering
❖ Klassiek en Instrumenteel
❖ Klassieke of Pavloviaanse conditionering:
o Neutrale stimuli krijgen een voorspellende waarde over toekomstige
gebeurtenissen.
▪ Geen invloed op de gebeurtenis
▪ Anticiperen op de gebeurtenis
❖ Operante of Instrumentele conditionering:
o Organismen leren een actie te ondernemen om een bepaalde uitkomst te
verkrijgen of te vermijden.
❖ Vormen van associatief leren en geheugen
❖ Plaatsing in de taxonomie: Impliciet, associatief
Klassieke conditionering
❖ Terminologie
o 1. Vóór conditioneren:
▪ Unconditioned stimulus (US) = het voedsel ->
natuurlijke respons om te kwijlen
• Stimulus die op natuurlijke wijze een respons
veroorzaakt
▪ Unconditioned response (UR) = kwijlen
▪ Unconditioned = Unconditional ‘Zonder voorwaarde’
o 2. Vóór conditioneren:
▪ Neutrale stimulus = bel
▪ Geen Unconditioned Response (UR) = hond gaat niet
kwijlen bij horen van een bel
o 3. Tijdens conditioneren:
▪ Gezamenlijk aanbieden (CS-US pairing)
▪ Unconditioned response (UR) = voer laat hond nog
steeds kwijlen
▪ Associatie van kwijlen en bel ontstaat
o 4. Na conditioneren:
▪ Conditioned stimulus(CS) = bel
▪ Conditioned response(CR) = kwijlen
o Appetitieve conditionering: US is positief
o Aversieve conditionering: US is negatief
❖ Fear conditioning
❖
o Voorbeeld negatieve US, aversief
o Voor / tijdens:
, ▪ footshock: unconditioned Stimulus (US)
▪ Startle response: unconditioned response (UR)
▪ Toon: Conditioned Stimulus (CS)
▪ Gezamenlijk aanbieden van CS en US (pairing)
o Na:
▪ Vriesgedrag / freezing:
▪ Conditioned Response (CR) = freeze behavior
▪ Kan kwalitatief verschillen van UR
❖ Associatiewet van Aristoteles: gelijktijdigheid
o Klopt deels maar is niet zo simpel
o CS en US, bijzondere relatie, veel facetten
❖ Dingen waar we van dromen zijn USen
Eye-blink conditioning
❖ Aversieve klassieke conditionering
o Hoort en toontje
o Toon is eerst neutraal en wordt later voorspellend
voor een luchtpufje
o Luchtpufje -> natuurlijke reactie om te knipperen
o Na pairing: konijn zal ook knippen bij toon alleen
o Figuur: tijd op x-as, je ziet dat met de dagen
training meer anticipatie is: het konijn leert
o Leercurve: percentage trials waarin CR
plaatsvindt als gevolg van CS
Extinctie
❖ Overrulen van associaties
❖ Stel je traint het konijn zodat het de associatie tussen dat pufje
en de toon heel goed kent
o En dan bied je alleen nog maar de CS (de toon) aan
o Na verloop van tijd neemt hoe vaak de CR plaatsvindt, af
❖ Het lijkt wel alsof het geheugenspoor overschreven is
o Dat kan niet
o Wat gebeurt er dan wel?
▪ Diezelfde CS raakt nu geassocieerd met het feit dat er geen respons is
▪ Twee geheugensporen -> hangt van de condities af welke wordt aangeroepen
❖ Oude CS-US associatie blijft intact!
Klassieke conditionering: twee CSen?
❖ Stel je zet een rat in zo’n kamertje en je
beidt niet een stimulus aan
o Schokje geven
o De volgende dag opnieuw in
kamertje zetten
o -> rat bevriest meteen
o De kamer is nu de stimulus
geworden
o Omgeving: 100% freezing
❖ Stel je voor je biedt 2 stimuli aan
o Toontje (CS), lichtje (CS) + schok
o Samen tonen -> 100% freezing
o Maar alleen lampje of toontje aanbieden -> 50% freezing
, o Wanneer de associatie wordt gevormd wordt er geleerd dat die twee bij elkaar moeten zijn voor
het gevolg (de schok) om te voorspellen dat de schok 100% voorkomt
o Is niet zo als één van de stimuli veel krachtiger is dan de andere
o De meest betrouwbare stimulus wordt gezocht
❖ Stel je biedt tijdens de leerfase alleen een
toontje aan de rat en dan een schokje
o Toontje tonen met schok bij leerfase
-> 100% freezing bij testfase
o Maar daarna: toontje en lichtje met
schok erna bij leerfase -> toontje
tonen bij testfase: freezing. Lampje
aanbieden bij testfase: no freezing
o = “Kamin’s blocking effect”
❖ Dier ziek maken -> Dier vergeet associatie: Conditioned taste aversion? Filmpje in de zelfstudie, bekijk
het!
Rescorla-Wagner model
❖ Wiskundige benadering conditionering
❖ “We leren van onze fouten”
o Tijdens leren krijgt CS een voorspellende waarde over US (VCS).
o In elke trial wordt de VCS gebruikt die is opgebouwd in voorgaande
trials om een voorspelling te maken over het al dan niet optreden
van een US.
o Na een de trial wordt geevalueerd of de VCS klopt met de US.
▪ En als niet -> dan wordt de VCS aangepast.
o De verandering (∆) van de VCS is dus gerelateerd aan de werkelijke US – de voorspelde US (VCS).
▪ Dit heet de “prediction error” (PE)
o Volgende voorspelling accurater dan wat je eerst had (lijkt op Bayesiaanse statistiek? Is niet
hetzelfde, zegt Carien)
❖ Voorbeeld: training 1, trial 1
o konijn hoort de nieuwe CS (toon) en US (luchtpuf) wordt getoond
▪ VCS=0, geen enkele voorspelde waarde want eerste keer horen toon
o US treedt op
▪ US = 100
o PE = max
▪ 100-0
▪ Grote fout gemaakt -> veel van
leren
o deltaVCS = max
❖ Trial 5
o CS is niet nieuw, maar heeft half max
voorspellende waarde
▪ VCS = 50
o US treedt op
▪ US = 100
o PE = half max
▪ 100-50
o deltaVCS = half max -> minder leren