Fig: 1.3 en 1.6 boek
1.1
* Evolutionaire sociale psychologie > Verklaart ‘need to belong’ uit de functie die het had
voor het overleven van de mens (groepen zijn beter beschermd).
* Sociale psychologie > wetenschappelijke studie van de manier waarop de
gedachten/gevoelens/gedragingen van mensen worden beïnvloed door anderen.
* Drie redenen waarom sociale contacten bijdragen aan overleving:
1. Ze zorgen voor sociale steun: (sociaal kapitaal);
* Vier vormen van sociale steun:
1. Emotionele steun > luisteren/knuffel/arm om schouder > probleem gaat misschien niet
weg, maar je voelt je gesteund/begrepen/gevoel er niet alleen voor te staan. (Lichamelijk;
man minder kans op obesitas en vrouw een gezondere bloeddruk)
2. Informationele steun > Advies/info verstrekken/leren van wat anderen al weten
(Lichamelijk; bloeddruk daalt)
3. Instrumentele steun > Praktisch > boodschappen doen/hond uitlaten/ planten water
geven (Lichamelijk: verhelpt stress)
4. Waarderende steun > Bevestiging halen uit het contact met anderen. Goedkeuring/ eens
zijn/ aanmoediging. Vooral belangrijk in moeilijke en onzekere tijden.
* Openlijke steun > Zowel helpende als geholpene realiseren zich dat er steun plaatsvindt.
* Onzichtbare steun > Ontvanger heeft niet door dat hij wordt geholpen (extra klus in huis
om partner te ontlasten). Draagt bij aan verbeterd welzijn.
* Waargenomen hoeveelheid steun > wat je ziet, niet de daadwerkelijk hoeveelheid steun.
- Alleen het idee van steun vermindert al stress > elke verandering -/+ zorgt voor stress > hoe
meer ingrijpende levensgebeurtenissen hoe slechter de gezondheid > vooral toegenomen op
werkniveau (SRRS lijst > levensgebeurtenissen)
- Stress door: Hoge eisen, snelle maatschappij, geld. Als je gescheiden/single bent meer kans
op depressie/eenzaam/hart en vaatziekten/ps inrichting/eerdere dood.
- Buffer tegen stress: Met anderen praten/relativeren/oplossen/troostende arm.
* Sociaal kapitaal > De bronnen waartoe mensen via hun relaties met anderen toegang
hebben. (Sociale steun is daarvan de belangrijkste).
- Anderen nodig voor psychisch- en lichamelijk welzijn, niet zozeer voor primaire behoeftes.
* Prosociaal gedrag/Altruisme > Het helpen van mensen (helpgedrag). Waarom?>
1. Inclusive fitness theorie > Helpen eigen genen te laten overleven > familieleden.
2. Competitive altruism > Verbetert eigen reputatie/populairder/geliefder/eerder gekozen
als leider (BN’rs die zich inzetten voor het goede doel/dragen goede doel bandjes).
3. Empathie-altruisme > Empathie voelen voor de ander, zonder eigenbelang. Dit is de
belangrijkste reden om iemand te helpen! (Een manier van denken).
4. Negative-state-relief > Gemotiveerd om onlustgevoelens te verminderen. Schuldgevoel als
je niet helpt, dus niet voor het plezier iemand helpen.