Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 – BEGRIP “SOCIALE ZEKERHEID” ............................................................................... 3
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ................................................................. 3
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE CONTEXT ................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 – BRONNEN VAN HET SOCIALEZEKERHEIDSRECHT .................................................... 8
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ................................................................. 8
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 – PERSONEEL TOEPASSINGSGEBIED VAN HET SOCIALEZEKERHEIDSRECHT .............. 12
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 12
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 14
HOOFDSTUK 4 – FINANCIERING VAN DE SOCIALE ZEKERHEID ........................................................ 17
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 17
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 19
HOOFDSTUK 5 – ADMINISTRATIE VAN DE SOCIALE ZEKERHEID...................................................... 22
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 22
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 24
HOOFDSTUK 6 – SOCIALE RISICO’S EN PRESTATIES ........................................................................ 29
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 29
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 31
HOOFDSTUK 7 – OUDERDOM ........................................................................................................ 34
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 34
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE REHTSORDE .......................................................................... 36
HOOFDSTUK 8 – OVERLIJDEN ........................................................................................................ 39
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 39
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 40
HOOFDSTUK 9 – ARBEIDSONGESCHIKTHEID .................................................................................. 42
1
,1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 42
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 44
HOOFDSTUK 10 – WERKLOOSHEID ................................................................................................ 48
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 48
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 50
HOOFDSTUK 11 – GEZINSLASTEN .................................................................................................. 54
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 54
2. PRINCIPES TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ........................................................................... 55
HOOFDSTUK 12 – GEZONDHEIDSZORG .......................................................................................... 57
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 57
2. PRINCIPES TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ........................................................................... 59
HOOFDSTUK 13 – ZORG................................................................................................................. 61
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 61
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ......................................................................... 61
HOOFDSTUK 14 – BEHOEFTIGHEID ................................................................................................ 64
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 64
2. PRINCIPES TOEGEPAST OP DE BELGISCHE RECHTSORDE ........................................................................... 65
HOOFDSTUK 15 – RECHTSBESCHERMING EN HANDHAVING VAN DE SOCIALE ZEKERHEID.............. 67
HOOFDSTUK 16 – INTERNATIONAAL EN EUROPEES RECHT ............................................................ 68
1. BEGINSELEN ONDERLIGGEND AAN SOCIALEZEKERHEIDSSTELSELS ............................................................... 68
2. BEGINSELEN TOEGEPAST OP HET INTERNATIONAAL EN EU-SOCIALEZEKERHEIDSRECHT ................................... 69
2
,Hoofdstuk 1 – Begrip “sociale zekerheid”
1. Beginselen onderliggend aan socialezekerheidsstelsels
Een omschrijving van sociale zekerheid in het algemeen
• Geen eenduidig begrip
o Elke auteur hanteert een eigen definitie
§ Bv. prof. Van Langendonck: geheel van wettelijke systemen die prestaties
leveren op individueel vlak, hetzij in geld, hetzij in natura, zonder
onderscheid naar de wijze van financiering, uitvoeringsorganisatie of aard
of berekeningswijze van de uitkeringen
à te ruim?
o Vaak toepassingsgebied definiëren o.b.v. sociale risico’s
§ Bv. Conventie nr. 102: beschrijft de regelingen (risico’s) die deel uitmaken
van de sociale zekerheid
§ Maar: gevaren van die manier van definiëren
• Onvoldoende ruimte voor nieuwe (maatschappelijke)
ontwikkelingen of sociale problemen
• Sociale risico’s kunnen een andere invulling krijgen
• Nationaalrechtelijke eigenheid van landen wordt achterwege
gelaten
• Voorgestelde werkdefinitie
Het geheel van regelingen die vorm geven aan de solidariteit met personen die
geconfronteerd worden met (de dreiging van) een gebrek aan inkomen uit arbeid of
met bijzondere kosten naar aanleiding van het zich voordoen van een sociaal risico.
Omschrijving van de “sociale risico’s”
• Sociale risico’s: gebrek aan inkomen uit arbeid of bijzondere kosten
o Afwezigheid van inkomen uit arbeid t.g.v. ouderdom
o Wegvallen van inkomen door overlijden van de werkende partner
o Afwezigheid van inkomen wegens arbeidsongeschiktheid
o Afwezigheid van inkomen wegens werkloosheid
o Nood aan medische verzorging
o Bijzondere kosten voor opvoeden van kinderen
o Nood aan kostendekking voor verlies aan zelfredzaamheid
o Ontbreken van voldoende middelen om een menswaardig bestaan te leiden
• Sociale zekerheid ≠ loutere compensatie in de vorm van geld
o Steeds vaker nadruk op voorkomen eerder dan herstel
à preventie > herstel > compensatie
Solidariteitstechnieken om de sociale zekerheid vorm te geven
• Korte historiek
o Sociale onzekerheid
à familiale solidariteit
à liefdadigheid door de kerk
o Eind 18de eeuw: sociale druk tot sparen en eigendomsverwerving
3
, à ontwikkeling burgerrechtelijke aansprakelijkheid
o Eind 19de eeuw: onderhoudsplicht van de overheid
• Verticale en horizontale solidariteit
o Verticale solidariteit = solidariteit tss hoge en lage inkomens
§ Hoge inkomens dragen meer bij dan lage inkomens
o Horizontale solidariteit = solidariteit tss mensen die een laag risico lopen en
mensen met een hoog risico
§ Personen die geen risico lopen staan n voor personen die een hoog risico
lopen
• Sociale verzekering en sociale bijstand
o Sociale verzekeringen
= voor en/of door leden van het systeem w vrijwillig of verplicht bijdragen
afgestaan
§ Sociaal risico doet zich voor à subjectief recht op prestatie, ongeacht
behoeftig of niet
o Sociale bijstand
= uitkeringen aan wie daaraan behoefte heeft
§ Financiële middelen van potentiële ontvanger w onderzocht en op basis
daarvan w prestatie geleverd
Sociale verzekering Sociale bijstand
Afweging risico Geen middelentoets Behoeftigheid/middelentoets
Financiering Bijdragen Budget (lokaal/centraal)
Aanspraak Subjectief recht Discretionaire bevoegdheid
o Gemengde uitkeringen (“demogrant”)
§ Onduidelijk of ze het karakter van sociale bijstand dan wel van sociale
verzekering vertonen
§ Typevoorbeeld: kinderbijslag
• Andere beschermingstechnieken
o Socialecompensatieregelingen
= compensatie voor personen die door de OH blootgesteld w aan bijzondere lasten
en schade
§ Financiering: OHbudget
§ Niet onderworpen aan middelentoets
§ Niet echt het karakter van georganiseerde solidariteit van de deelnemers
o Basisinkomen
= periodieke gelduitkering voor alle burgers, zonder voorwaarden
Opdeling socialezekerheidsprestaties naar inhoud
1. Prestaties in natura
4