1 B B-lymfocyten maken antistoffen tegen lichaamsvreemde antigenen
2 A minder verdamping zweet minder warmteverlies, meer dissimilatie meer
warmteproductie
3 B want dan maken koeien ook antistoffen tegen deze bacteriën die in de melk komen
4 C en daardoor geen geheugencellen zodat bij een volgende infectie de antistofproductie
snel op gang komt (zie actieve, kunstmatige immunisatie + bijbehorende grafiek).
Ingespoten antistoffen verdwijnen na een korte tijd.
5 A Witte bloedcellen ‘tasten’ de buitenkant af mantel
6 C Leerling 1: dan zou de gastheer dus zelf een virus zijn, Ll. 2: is niet nodig, zitten al in de
gastheercel
7 B zie vraag 5
8 C
9 B Bacteriën kunnen zich zelfstandig voortplanten en dus ook hun erfelijk materiaal zelf
verdubbelen. Virussen niet.
10 C 1: onjuist zeehonden zijn zoogdieren en hebben een constante lichaamstemperatuur
2: onjuist want die warmte zal het lichaam zelf nauwelijks bereiken vanwege de dikke
vetlaag
3: juist, dit vet isoleert goed
4: onjuist want dan zou er juist meer warmte via de huid afgegeven worden
11 C 1: onjuist, je kunt natuurlijk ook gewoon de ziekte doormaken (actief, natuurlijk)
2: immuniteit is nooit erfelijk
12 B
13 A
14 C Antistoffen zijn eiwitten die geproduceerd worden op de ribosomen die o.a. op het ER
liggen en vervolgens buiten de cel getransporteerd moeten worden (en dus op de
ribosomen op het ER gemaakt worden) inpakken in blaasjes exocytose
15 B passief: alleen inspuiten antistoffen dus geen activering van afweersysteem dus geen
geheugen
16 B
17 A Beginnende koorts T stijgt dus lichaamstemperatuur is lager dan ingesteld in het
temperatuurcentrum (hersenstam) je hebt het koud
18 C stofwisselingsactiviteit neemt toe
19 A toename stofwisseling meer E actie ortho
20 4 zie aantekeningen actieve, kunstmatige immuniteit
21 A 4, B 6, C 1, D 3
22 B
23 B zie aantekeningen actieve, kunstmatige immuniteit
24 B