Angst is de normale emotie die optreedt bij gevaar of dreiging. Wanneer de angst overmatig is
wordt er gesproken van een angststoornis
De emotie angst gaat gepaard met lichamelijke en psychische veranderingen die iemand in staat
stellen op het gevaar te reageren (kan verschillende aanleidingen hebben, reacties kunnen
verschillen van vluchten, vechten, gillen, bevriezen tot een paniekaanval)
Er is sprake van een angststoornis wanneer:
- er een grote discrepantie bestaat tussen de aanleiding en de omvang van de angst
- het normale functioneren ernstig wordt beperkt
- het kind duidelijk blijkt te lijden onder de angst
Ook andere psychische stoornissen, met name autismespectrumstoornissen, psychosen en
middelenmisbruik, kunnen met angst gepaard gaan.
Tussen angststoornissen onderling bestaat een hoge mate van comorbiditeit (meerdere
angststoornissen tegelijk)
Syndroom
Specifieke fobie
Een fobie is een heftige angst bij het blootstellen aan een specifiek voorwerp of situatie, of
alleen al bij de gedachte eraan. De angst voor confrontatie leidt vaak tot vermijding van
bepaalde situaties (huilen, woede-uitbarstingen, verstijven of vastklampen).
Separatieangststoornis
Het is een overdreven angst om gescheiden te raken van huis of degenen aan wie het kind
gehecht is, vaak zijn er lichamelijke en psychische klachten wanneer de scheiding zich voordoet.
Het kind zal door klampend gedrag proberen de scheiding tegen te gaan.
Gegeneraliseerde angststoornis
Bezorgd piekeren, dat de betrokkene niet in de hand kan houden, met daarnaast rusteloosheid,
snel vermoeid zijn, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, spierspanning en/of slaapstoornis.
Sociale fobie
Is een heftige angst voor situaties waarin men sociaal moet functioneren, presteren of
blootstaan aan het oordeel van anderen. De betrokkene is bang door zijn gedrag een figuur te
slaan. Vicieuze cirkel kan ontstaan (angst activiteit verloopt slecht nog meer angst).
Kinderen komen niet altijd onder deze sociale activiteiten uit, waardoor zij de grote angst
moeten doorstaan. Deze kan het niveau van cognitief functioneren nadelig beïnvloeden.
Selectief mutisme
Het kind kan zwijgen in bepaalde sociale situaties (vooral tegen niet verwante volwassenen),
terwijl het in andere sociale situaties (het gezin) wel gewoon spreekt. Soms wordt er alleen
geknikt, gefluisterd of met losse woorden gesproken.