100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Alle aantekeningen van hoorcolleges 9 t/m 16 van cognitie en gedrag psychologie universiteit utrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
29
Uploaded on
18-03-2023
Written in
2022/2023

Alle aantekeningen voor het tweede deeltentamen cognitie en gedrag psychologie universiteit utrecht

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 18, 2023
Number of pages
29
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
Chris paffen
Contains
All classes

Subjects

Content preview

COGNITIE EN GEDRAG DEELTENTAMEN 2

Hoorcollege 28-11-2022 geheugen 1

Flashbulb memory: geheugen als een foto (heel accuraat) > Dit gebeurt wel eens met enorm impact volle
gebeurtenissen.
Hoe check je of zo’n gebeurtenis accuraat is?
- Vraag wat men zich herinnert

Source amnesia/monitoring: je weet niet meer waarvan je een herinnering hebt, je herkent bijvoorbeeld wel een
persoon maar weet niet meer van wat (komt vaak voor in de rechtbank) > de bron van de herinnering is weg
 Dit gaat vaak mis

We vullen ons geheugen aan met:
- Pragmatic inference: Proefpersonen vulden in wat ze verwachten op basis van hun kennis
- schema’s: je hebt bijvoorbeeld een beeld bij een standaard kantoor waardoor je elk kantoor op die manier
gaat inzien (soort stereotypes) > Je hebt al kennis over de omgeving
- Scripts: Je hebt kennis over de volgorde van gebeurtenissen
- Suggesties: de vraagstelling beïnvloedt het geheugen voor de
gebeurtenis
o Misinformation: door bijvoorbeeld een woord te veranderen
gaan mensen een ander antwoord geven > smashed klinkt alsof de auto harder ging dan bumped
>> deze dingen zorgen voor onbetrouwbare herinneringen

Onderdrukte herinneringen: door invloed van een ander persoon geloof je wat diegene verteld (bijv. therapeut
denkt dat een dochter misbruikt is door haar vader, na een tijd gaat de dochter dit zelf ook geloven terwijl het nooit
gebeurd was)

Flashbulb herinneringen zijn niet foto-achtig en vaak onbetrouwbaar. Mensen kunnen misplaatst vertrouwen in hun
geheugen hebben.

>> Herinneringen worden aangevuld en aangepast met nieuwe informatie of met gebeurtenissen die niet
plaatsvonden. >> Herinneringen kunnen geïmplanteerd worden (onderdrukte herinneringen).


Hoorcollege 12-12-2022 Leren

Bottom up waarneming: vanuit een plek naar het brein
- je ziet iets of voelt iets en daarna ga je erover na denken
- medicatie innemen zorgt voor het verminderen van pijn

Top down waarneming: van het brein naar een andere plek
- je denkt over iets na voordat je het ziet bijv.
- placebo drugs werken doordat je na denkt dat het werkt waardoor daarna het lichaam reageert met minder
pijn

we nemen iets waar doordat we andere dingen al eerder hebben ervaren > eerdere ervaringen zijn geleerd

definitie van leren: learning is a relative perpmanent change in behavior, due to experience
- experience: door onze sensorische systemen ontvangen we info uit de omgeving
- future behavior: heeft niet direct een respons op de stimulatie toen je het leerde maar later
- sensorische systemen ontvangen informatie uit de omgeving waardoor ze het gedrag beïnvloeden
(voorbeeld kat die opgroeide met horizontale lijnen en alleen horizontale lijnen kon herkennen)

,behaviorisme heeft de basis gevormd naar hoe we naar leren kijken
= stimulus >>>> zorgt voor response
- bij leren kijken we naar de relatie tussen observeerbare stimuli (gebeurtenissen in de omgeving) en
observeerbare responsies (het gedrag hierop)

stimulus = een externe gebeurtenis
response = een resultaat in termen van gedrag
 reflexen zijn dus interessant > is het nou wel of niet dat een reflex het gevolg is van een stimulus

als er geen externe stimulus is die zorgt voor een blijvende verandering in het gedrag, is het geen leren
 Leren heeft dus de volgende punten nodig om het leren te noemen
o Een externe stimulus moet aanwezig zijn
o De stimulus moet zorgen voor blijvende veranderingen in het gedrag

Descartes: Cognito ergo sum: ‘ik denk dus ik besta’
- De enige bron van zekerheid die je hebt ben je zelf > we kunnen dingen doen doordat wij nadenken

Descartes was een dualist > er is een duidelijke scheiding tussen lichaam aan één kant en geest aan de andere kant
- Lichaam is materieel > het is studeerbaar
- Geest is immaterieel > het is niet studeerbaar
>> de geest/ziel die we hebben is iets ‘hogers’, van hogere orde >
 De ziel onderscheidde ons van dieren > dieren hebben geen ziel en mensen wel
 Dit was voor Descartes een probleem, omdat dieren best complex gedrag konden vertonen
 Dit complexe gedrag bleken reflexen te zijn > dit is mogelijk zonder ziel
Dualisme: ergens moet de geest zich wel op de hoogte houden van wat er in de materiele wereld gebeurt
- Via de pijnappelklier (epifyse) zijn het lichaam en geest verbonden (een communicatiemiddel)
- De reden dat Descartes dacht dat de pijnappelklier het communicatiemiddel was, was omdat het hele
lichaam bestond uit lateralisaties maar van de pijnappelklier was er maar één van > hierdoor dacht hij dat dit
ons lichaam wel met de geest zou verbinden

Reflexen kan je niet tegen houden als je dat misschien wel wilt, het kan niet door cognitieve penetratie overruled
worden

>> wanneer is gedrag complex (intelligent
gedrag)?
- Reflexen en karretjes bouwen
- Je kan het gedrag steeds complexer
maken door dingen toe te voegen


Leren van een gedrag begint simpel maar wordt steeds uitgebreider en uitgebreider en daarbij komen er veel
processen bij kijken > = geheugenprocessen en kennis van de wereld etc.

Verschillende leercategorieën
1. Non-associative learning
o Habituatie = voor sommige stimuli die herhaald worden, word je minder gevoelig tot je ze
bijvoorbeeld niet meer kan horen
o Sensitisatie = voor sommige stimuli word je alleen maar gevoeliger, bijv. snurkende mensen (je gaat
je er soms zo erg aan ergeren dat je functioneren slecht wordt)
2. Associative learning
o Klassiek conditioneren
o Operant (instrumenteel) conditioneren
3. Observational learning

, Als eerste:
1. Non-associative learning
Voorwaarden voor habituatie > meten met een zeeslak
- Bij habituatie wordt een reactie afgezwakt d.m.v. een herhaalde prikkel die geen voordeel brengt maar ook
geen nadeel oplevert (je wordt er niet ziek van maar ook niet sterker van)
 Experiment: je gaat constant de slak proberen terug in zijn huis te krijgen door een schroevendraaier voor
hem neer te zetten, maar na een aantal herhalingen toont de slak geen reactie meer (hij gaat niet terug zijn
huis in) >> hij vindt het saai worden en is er aan gewend geraakt
 Een rat raakt bijv. ook gewend aan een hard geluid waardoor die na een aantal herhalingen er niet meer van
schrikt

Sensitisatie: reacties worden sterker bij herhaalde prikkelingen door een schadelijke stimulus (zoals een schok)

>> Habituatie en sensitisatie Is niet associatief leren > de reactie wordt niet aan een bepaalde stimulus gekoppeld

2. Associative learning: klassieke conditionering
- Klassieke conditionering > honden experiment van Pavlov
o Vóór de conditionering kreeg de hond speeksel door voedsel (voedsel is de ongeconditioneerde
stimulus) > het speeksel is de response (ongeconditioneerde respons/reflex)
o Er kwam een belletje door, (neutrale stimulus) waarop geen response was
o Tijdens het conditioneren werd het belletje gecombineerd met het eten > de ongeconditioneerde
stimulus + de neutrale stimulus = de ongeconditioneerde response/reflex > het wordt de UR
o Door het vaak herhalen van het combineren met het eten en de bel gaat de hond de twee stimuli
associëren met elkaar
o NA conditionering > het belletje zorgt nu voor de speeksel response
 Belletje = geconditioneerde stimulus CS
 Speeksel = geconditioneerde response/reflex CR
- Wet van associatie door contiguity (nabijheid)
o Als twee gebeurtenissen op hetzelfde moment vlak achter elkaar plaatsvinden dan zullen deze
gebeurtenissen geassocieerd met elkaar worden en elkaar oproepen
o Zo leer je kinderen ook woorden aan bepaalde objecten koppelen
 = Temporeel effect




Conditionering werkt tot zekere hoogte maar neemt op een gegeven moment af als je weer stopt
- Je kan extinctie toepassen om een bepaalde associatie weg te halen om de geconditioneerde response weg
te halen > extinctie toepassen door bijv. de geconditioneerde stimulus weg te halen of te veranderen
- De geconditioneerde stimulus kan soms nog aan blijven maar zal na een tijd steeds minder sterk worden =
spontaneous recovery (1e spontaneos recovery periode na 24 uur en de 2 e spontaneous recovery periode
weer 24 uur later)

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
brittbovee Radboud Universiteit Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
113
Member since
2 year
Number of followers
27
Documents
19
Last sold
1 week ago

3.7

13 reviews

5
4
4
3
3
5
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions