100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Psychometrie Hoorcollege aantekeningen en samenvatting Psychometrics: An Introduction (FSWP2-052-A) Psychometrics, ISBN: 9781071824078

Rating
-
Sold
2
Pages
78
Uploaded on
08-03-2023
Written in
2022/2023

Complete, duidelijke en overzichtelijke uitwerking van alle hoorcolleges van het vak Psychometrie: een Introductie. Alle hoofdstukken die op het tentamen komen en die in de colleges zijn besproken worden uitgebreid beschreven en toegelicht met voorbeelden.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 8, 2023
Number of pages
78
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
M. onrust
Contains
All classes

Subjects

Content preview

College 1

Theorie: hoofdstuk 1
● Het belang van psychologische meting
● Leerdoel geassocieerd met dit hoofdstuk: de typen metingen en de uitdagingen van de
metingen.

Bij de sociale wetenschappen wil je constructen meten die je niet direct kunt observeren, zoals
gehechtheid.




Je hebt wel een idee van concepten die je denkt dat ermee samenhangen op basis van theorie. Het
meetinstrument is de ‘operationele definitie’.

Validiteit = of je meet wat je wil meten.

Psychologische tests en psychometrie
● Psychologische test is een systematische procedure voor het vergelijken van gedrag van
twee of meer mensen.
○ Behavioral sample
○ Op een systematische/gestandaardiseerde manier verzameld
○ Vergelijken van gedrag (intra of interindividuele verschillen)
■ Intra: in één persoon
■ Inter: tussen personen
● Psychometrie is de wetenschap die de attributen van psychologische tests evalueert.
○ Type info
○ Reliability
○ Validity

Uitdagingen voor metingen
1. Identificeren en vangen van menselijke psychologische attributen in één nummer (bijv.
ADHD, is zowel hyperactiviteit als een aandachtsstoornis, is één getal dan niet te simpel?)
2. Participant reactivity: je bent afhankelijk van hoe de deelnemer zich gedraagt tijdens de
test, ze kunnen de test (expres of niet expres) verkeerd invullen.

, 3. Objectiviteit (expectation en bias effect): de onderzoeker kan niet objectief zijn.
4. Composite score: gaat om het optellen van deelscores en de weging ervan.
5. Score sensitivity: de vragen moeten goed onderscheid maken tussen verschillende niveaus
van een construct (bijv. een cijfer geven van 1 op 10 op somberheid ipv alleen ja en nee).
6. Gebrek aan bewustheid van psychometrische informatie

Alleen de uitdagingen uit hfst 1 komen op het tentamen!

Theorie: hoofdstuk 2 (komt niet op het tentamen)
● Scaling: de manier waarop numerieke waarden worden toegewezen aan psychologische
attributen.
○ Als iets bestaat, moet het in bepaalde mate bestaan.
○ Psychologische meting: proces waarbij nummers worden toegewezen om
kwantiteiten van psychologische attributen te representeren.
○ Stevens (1945): meting is het toewijzen van nummers aan objecten of
gebeurtenissen (gedrag) op basis van regels (scales of measurement).
● Meting: het meten van psychologische constructen is moeilijker dan bijvoorbeeld het meten
van lengte.

Properties of numbers
1. Identity: identiek, mutually exclusive en exhaustive
○ Identiek: iedereen in de categorie is identiek op een specifieke eigenschap
○ Mutually exclusive: je kan maar in één categorie zitten
○ Exhaustive: iedereen valt in een categorie
2. Order: de nummers zijn labels, maar de ranking heeft een betekenis (volgorde)
3. Quantity: echte cijfers, geven de hoeveelheid van een attribuut weer, magnitude van
verschillen tussen mensen, continue.

Het nummer 0
Kan twee betekenissen hebben
1. Absolute: 0 betekent dat iets niet bestaat (reactietijd, lengte, gewicht, kwantiteit)
2. Arbitrary: 0 is gewoon een waarde op de schaal (temperatuur in Celsius, kalender)

Een psychologisch attribuut (zoals werkgeheugen) heeft een arbitrary 0.
Een meetinstrument (zoals aantal stimuli die je kunt herinneren) heeft een absolute 0.

4 meetschalen (van weinig naar veel informatie)
1. Nominale schaal: property of identity om observaties te labelen in categorieën op basis van
psychologisch attribuut.
○ Alleen labelen/categoriseren.
2. Ordinale schaal: property of order om observaties in een volgorde van categorieën te zetten
op basis van een psychologisch attribuut.
○ Ranking.
3. Interval schaal: property of quantity en arbitrary zero.
○ Zero geeft NIET de afwezigheid van een attribuut aan.
○ Units of measurement hebben een constante magnitude.
○ Staat optellen en aftrekken toe (additivity).
4. Ratio schaal: property of quantity en absolute zero.
○ Zero geeft de afwezigheid van een attribuut aan.
○ Staat optellen, aftrekken, keer en delen door toe (additivity en multiplication).

,Psychologische attributen: ordinale schaal is accuraat, maar interval is meer breed geaccepteerd.
Voor geaggregeerde scores (somscores, gemiddelden) is dit accuraat, maar voor single items is het
problematisch.

Units of measurement
● Arbitrairheid in unit size
○ Alle meeteenheden die we gebruiken, hebben we ooit zelf besloten.
○ Consensus hierover maakt communicatie makkelijk.
● Arbitrairheid in type object dat wordt gemeten
○ Kg is niet beperkt tot het meten van maar één object
● Arbitrairheid in kenmerk dat wordt gemeten
○ Sommige eenheden kan je gebruiken om verschillende kenmerken te meten

Psychologische attributen gebruiken alleen arbitraire unit size!

Additivity en counting
● Additivity: de unit size van meting verandert niet, alle units die worden geteld zijn identiek
○ Vaak problematisch in psychologische meting:
○ Measurement unit is NIET GELIJK aan psychologische unit
● We willen dat onze meting maar door één attribuut van wat we meten wordt beïnvloedt,
onafhankelijk van de condities op het moment van meting.
● Paradox: we willen de hoeveelheid van een psychologisch attribuut vertalen in nummers om
het attribuut de meten. Maar: we weten niet hoeveel van het psychologisch attribuut er
bestaat, omdat we het attribuut niet direct kunnen observeren.
● Counting: alle metingen zijn afhankelijk van tellen, maar niet alle vormen van tellen zijn
meting.
○ Het tellen van het aantal powerpoint slides is geen meting.

Issues met nummers in de sociale wetenschap
● Zijn de measurement units gelijke hoeveelheden van het attribuut? (additivity)
● We willen dat onze meting maar door één attribuut van wat we meten wordt beïnvloedt,
onafhankelijk van de condities op het moment van meting.
● Paradox: we willen de hoeveelheid van een psychologisch attribuut vertalen in nummers om
het attribuut de meten. Maar: we weten niet hoeveel van het psychologisch attribuut er
bestaat, omdat we het attribuut niet direct kunnen observeren.

Theorie: hoofdstuk 3
● Belang van psychologische meting
● Leerdoelen geassocieerd met dit hoofdstuk:
○ Student kan reacties in items in item scores en test scores veranderen.

The nature of variability
Er zijn 2 soorten variability
1. Interindividual differences: tussen mensen
2. Intraindividual differences: in één persoon

Individuele verschillen zijn belangrijk, want:
● Ze liggen in het hart van onderzoek in sociale wetenschap
● Ze zijn fundamenteel voor psychologische meting

, Het kwantificeren van de hoeveelheid variabiliteit in een verdeling van scores is een kernelement van
gedragsonderzoek
➔ Scores die niet veel variëren zijn waardeloos in onderzoek!

Variability and the distribution of scores
● Central tendency: wat is de typische score in de distributie/welke score representeert de
verdeling het beste?
○ Gemiddelde, mediaan, modus




● Variability: hoeveel liggen scores gespreid rond het gemiddelde?




Note: Delen door N-1 hoeft niet, dat is alleen bij inferentiële statistiek!

De grootte van de variantie hangt af van:
1. Mate waarin scores in de verdeling verschillen
○ Hoe groter de variantie, hoe groter de spreiding
2. De metric van de scores in de verdeling
○ Als je meet in cm in plaats van m krijg je een grotere variantie

Factoren waar je rekening mee moet houden bij interpretatie van de variance
1. Kan niet kleiner zijn dan 0
2. Geen simpele ‘klein’ of ‘groot’ interpretatie mogelijk
3. Context/vergelijking is nodig om de grootte te interpreteren
4. Vooral belangrijk voor het effect van variance op andere waarden (bijv. correlatie, reliability)

Kwantificeren van de associatie tussen verdelingen
● Sterke associatie: consistente individuele verschillen
● Covariance: geeft informatie over de richting van de associatie




● Correlatie: geeft informatie over de richting van de associatie EN de magnitude van de
associatie
$25.07
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
erasmusuniversitysummaries Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
253
Member since
4 year
Number of followers
137
Documents
58
Last sold
6 days ago

4.2

29 reviews

5
11
4
14
3
3
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions