120 woorden die je kent na deze
cursus:
Exorbitant: die alle grenzen
Aantijging: beschuldiging met slechte overschrijdt en daardoor
bedoelingen onaanvaardbaar wordt.
Abrupt: plotseling, ineens Expertise: deskundigheid
Acuut: plotseling optredend
Adequaat: geschikt voor het doel Expliciet: duidelijk, uitdrukkelijk
Affiniteit: verbonden geestelijk Fictief: verzonnen
Anticiperen: vooruitlopen op Flagrant: overduidelijk
Arbitrair: willekeurig Fragiel: breekbaar
Bagatelliseren: als niet belangrijk Frictie: wrijving, oneinigheid
voorstellen Frivool: lichtzinnig, losbandig
Bejegenen: behandelen Gedecideerd: besloten, vastberaden
Bilateraal: tweezijdig Gedetineerde: gevangene
Catastrofaal: rampzalig Gelieerd: verwant zijn aan, verbonden
Clementie: genade zijn met
Commotie: beroering, opschudding Gênant: voorschut
Conform: in overeenstemming zijn Genereus: gul
Consensus: overeenstemming Grieven: de bezwaren van een
Consequentie: gevolg procespartij
Consternatie: situatie dat niemand Hekelen: afkeuren, afschuw hebben
meer weet wat er moet gebeuren van
Controversieel: waarover grote Hiërarchie: rangorde bij ambtenaren
meningsverschillen bestaan etc.
Hilarisch: heel grappig
Honoreren: een beloning
Cruciaal: heel belangrijk tegenoverstellen
Deceptie: teleurstelling, bedrog Humanitair: in het belang van de
Denigrerend: kleinerend mensheid
Desastreus: rampzalig
Discreet: bescheiden
Discutabel: aanvechtbaar Hypocriet: schijnheilig
Distantie: afstand, eindpunt Impasse: moeilijke toestand waarvoor
Zich distantiëren: afstand nemen je geen oplossing ziet
Draconisch: bijzonder streng Inherent: aanhangend, aanklevend
Drastisch: krachtig en snel Innovatie: invoering van iets nieuws
Dubieus: twijfelachtig Intentie: bedoeling, voornemen
Electoraal: i.v.m. de verkiezingen Intimideren: bang maken
Eminent: uitstekend Inventief: vindingrijk
Empathie: medeleven Jargon: onbegrijpelijke vaktaal
Escaleren: uit de hand lopen Laakbaar: af te keuren,
Essentieel: belangrijk afkeurenswaardig
Etnisch: betrekking hebbend op een Laconiek: doodkalm
volk/ bevolkingsgroep Legitiem: wettelijk. Rechtmatig,
Exemplarisch: als voorbeeld gerechtvaardigd
Louter: zuiver, van gebreken ontdoen
Lucratief: winstgevend
cursus:
Exorbitant: die alle grenzen
Aantijging: beschuldiging met slechte overschrijdt en daardoor
bedoelingen onaanvaardbaar wordt.
Abrupt: plotseling, ineens Expertise: deskundigheid
Acuut: plotseling optredend
Adequaat: geschikt voor het doel Expliciet: duidelijk, uitdrukkelijk
Affiniteit: verbonden geestelijk Fictief: verzonnen
Anticiperen: vooruitlopen op Flagrant: overduidelijk
Arbitrair: willekeurig Fragiel: breekbaar
Bagatelliseren: als niet belangrijk Frictie: wrijving, oneinigheid
voorstellen Frivool: lichtzinnig, losbandig
Bejegenen: behandelen Gedecideerd: besloten, vastberaden
Bilateraal: tweezijdig Gedetineerde: gevangene
Catastrofaal: rampzalig Gelieerd: verwant zijn aan, verbonden
Clementie: genade zijn met
Commotie: beroering, opschudding Gênant: voorschut
Conform: in overeenstemming zijn Genereus: gul
Consensus: overeenstemming Grieven: de bezwaren van een
Consequentie: gevolg procespartij
Consternatie: situatie dat niemand Hekelen: afkeuren, afschuw hebben
meer weet wat er moet gebeuren van
Controversieel: waarover grote Hiërarchie: rangorde bij ambtenaren
meningsverschillen bestaan etc.
Hilarisch: heel grappig
Honoreren: een beloning
Cruciaal: heel belangrijk tegenoverstellen
Deceptie: teleurstelling, bedrog Humanitair: in het belang van de
Denigrerend: kleinerend mensheid
Desastreus: rampzalig
Discreet: bescheiden
Discutabel: aanvechtbaar Hypocriet: schijnheilig
Distantie: afstand, eindpunt Impasse: moeilijke toestand waarvoor
Zich distantiëren: afstand nemen je geen oplossing ziet
Draconisch: bijzonder streng Inherent: aanhangend, aanklevend
Drastisch: krachtig en snel Innovatie: invoering van iets nieuws
Dubieus: twijfelachtig Intentie: bedoeling, voornemen
Electoraal: i.v.m. de verkiezingen Intimideren: bang maken
Eminent: uitstekend Inventief: vindingrijk
Empathie: medeleven Jargon: onbegrijpelijke vaktaal
Escaleren: uit de hand lopen Laakbaar: af te keuren,
Essentieel: belangrijk afkeurenswaardig
Etnisch: betrekking hebbend op een Laconiek: doodkalm
volk/ bevolkingsgroep Legitiem: wettelijk. Rechtmatig,
Exemplarisch: als voorbeeld gerechtvaardigd
Louter: zuiver, van gebreken ontdoen
Lucratief: winstgevend