Hoorcollege 1
- Test begrijpen:
o Testscore correct interpreteren
o Correct gebruik van test informatie
o Test begrijpen is meer dan alleen een test afnemen
- Test gebruik je om te meten
o Bijvoorbeeld: IQ, zelfredzaamheid, werkgeheugen, depressie,
tekenvaardigheden
o Je kunt bovenstaande voorbeelden niet direct waarnemen
- Niet observeerbaar construct = hypothetisch construct, latente trek, latente
variabele
o Weergegeven met een ovaal WG
- Wel observeerbaar:
o Hoeveel cijfers iemand kan onthouden
Digit Span
(observeerbaar door de digit span)
o Wordt weergegeven met een rechthoek
- Theorie nodig om hypothetisch construct en observeerbaar gedrag te linken
o Voor het maken van een test is een theorie nodig; hoe relateren latente
constructen tot de test?
- Empirisch onderzoek nodig om de validiteit en betrouwbaarheid te bepalen
o Validiteit: meet de test wat hij meet? Meet de Digit Span écht het
werkgeheugen?
o Betrouwbaarheid: hoe precies meet de test?
Wat is een psychologische test?
- Een systematische procedure om het gedrag van twee of meer mensen te
vergelijken
- Een psychologische test moet aan drie voorwaarden voldoen voordat het een
‘test’ genoemd kan worden:
A) Het moet gaan om gedragingen (praten, agressie, vingers klikken)
B) Gedragingen worden systematisch verzameld
o Bij alle mensen onder dezelfde condities
C) Gedragingen worden gebruikt om mensen te vergelijken
o Bijv: bij het stellen van een diagnose, willen weten hoe jouw cliënt zich
relateert tot andere cliënten/de algemene populatie
- Testen en meten is een inleiding in kwaliteitskenmerken van tests en leren hoe
je deze onderzoekt. Het gaan om:
o Testscores
o Dimensionaliteit
o Betrouwbaarheid
o Validiteit
o (normen)
- Cotan: geeft een overzicht van (bijna) alle tests in Nederland inclusief 7
beoordelingscriteriums
- Norm referenced: score van de respondent wordt geïnterpreteerd tot scores van
andere respondenten
1
,- Criterion referenced: score van de respondent wordt onafhankelijk van de
scores van anderen
- SAT & ACT wordt gebruikt voor toelating universiteiten (vooral in Amerika)
Eigenschappen die een score hebben
- Onderscheiden door middel van eigenschappen
Eigenschap: identiteit
- Meetniveau: nominaal
- Doel: alleen onderscheiden
- Bijv: het gaat over 3 voetballers dan is 1 anders dan 2 en anders dan 3 (dan is
1 + 2 = niet 3)
o Het cijfer had net zo goed 100 of -4 kunnen zijn. Hier zit geen waarde
aan
- Niet zinvol om mee te rekenen
Eigenschappen: identiteit en ordening
- Meetniveau: ordinaal
- Nummers geven ordening aan, verder niks
- Rekenen is niet zinvol
- Er wordt in de Sociale Wetenschappen wel op ordinaal meetniveau mee
gerekend, dit mag eigenlijk niet!
Eigenschappen: identiteit, ordening en kwantiteit
- Meetniveau: interval
- Verschil tussen scores zijn betekenisvol
- Rekenen is mogelijk
- Bijvoorbeeld: temperatuur (graden Celsius in Fahrenheit omrekenen)
Eigenschappen: identiteit, ordening, kwantiteit en absolute nul
- Verschillen zijn betekenisvol
- Bij de waarde 0 is de eigenschap er niet
o Bijvoorbeeld: als iets 0 cm afstand heeft, is er geen afstand
o Bijvoorbeeld: als iemand 0 kinderen heeft, zijn er geen kinderen
- Rekenen is mogelijk
Nominaal Ordinaal Interval Ratio
Identiteit X X X X
Ordening X X X
Kwantiteit X X
Absoluut X
nulpunt
Voorbeeld: Geslacht Likert-schaal Temperatuur Afstand
(Celsius en
Fahrenheit)
2
, 3