1. Waar stond Murstein om bekend?
A. Hij heeft een theorie opgesteld over de beste opvoeding van een kind.
B. Hij heeft een theorie opgesteld over het partnerzoekproces. Volgens zijn
theorie waren er 3 fases die iemand moest doorlopen. Als die allemaal
succesvol waren doorlopen, dan was iemand een geschikte huwelijkspartner.
C. Hij heeft een theorie opgesteld over het partnerzoekproces. Volgens zijn
theorie waren er 7 filters waar iemand doorheen moest komen. De filters
werden steeds specifieker. Als iemand deze 7 filters succesvol had doorlopen,
dan was het een geschikte huwelijkspartner.
D. Hij is niet bekend
2. In welke periode komt de seksuele interesse het meest op gang en worden
seksuele gevoelens steeds belangrijker?
a. Vanaf 6 jaar
b. 2 jaar
c. 3 – 4 jaar
d. Adolescentie
Welke antwoordmogelijkheid hoort NIET bij de theorie van udry en Richard?
a. Beschikbaarheidsfilter
b. Aantrekkelijkheidsfilter
c. Milieufilter
d. Seksueelfilter
Wat is sekserolgedrag
a. Besef van je sekse
b. Gedrag wat bij je sekse past
c. Dat je seksuele voorkeur heteroseksueel is
d. Seksueel actief zijn
5. Wat is de ontwikkeling die sekserolkennis genoemd wordt bij een 6 jarige?
a. Uiterlijke kennis, kennis specifiek speelgoed
b. Seksespecifieke interesses en interpretaties
c. Rigide sekserolopvatting en voltooiing geslachtsidentiteit
6. Bij welke leeftijd hoort de kennis sekserol: rigide sekserolopvatting?