H15: Absolutism and Constitutionalism
17e eeuw crisis: stagnatie door:
- Klimaatverandering
- Religieuze verdeeldheid
- Overheidsdruk
- Oorlog honger en bevolkingsdaling
Samenleving was hiërarchisch opgebouwd:
1. De monarch
2. De geestelijkheid (in de Katholieke landen)
3. De adel/rijke kooplieden
4. Ambachtsmannen/ boeren
Katholieken zorgden ervoor dat kooplieden niet aan de hoogste onderscheidingen
konden komen.
Ook waren de Europese samenlevingen patriarchaal: man boven vrouw (God
gaf dit voorrecht).
Een gezinsleven was een representatie van de samenleving:
- Vader was de baas in het gezin en regeerde net als een koning zijn rijk.
- Heeft alle invloed en rechten om zijn macht te tonen.
Het leven van de burger is afgebakend tot het dorp, toch ook migratie door:
- Oorlog
- Tekorten
- Geluk zoeken
- Pelgrimstochten
Boeren waren onder te verdelen in:
- Onafhankelijke boeren (bezaten genoeg land voor eigen voeding)
- Kleine landbezitters of huurboeren
- Afhankelijke boeren
De bevolking nam af na enkele opeenvolgende mislukte oogsten, wat leidde tot
voedseltekorten en hongersnoden. En ook opnieuw een uitbraak van de
builenpest.
In Europa veel problemen in de economie:
- Industrie kelderde
- Hoge voedselprijzen
- Lonen stagneerden
- Werkloosheid steeg
Maar niet in alle landen: in de Nederlandse Republiek was een Gouden Eeuw.
Tijdens deze crises werden boeren en arme stedelingen het hardst geraakt wat
resulteerde in rellen, stelen, etc.
Morele economie: wereld waarin gemeenschappelijke behoeften belangrijker
zijn dan concurrentie en winst.
, Heilige Roomse Rijk: confederatie van honderden vorstendommen,
onafhankelijke steden, hertogdommen en andere eenheden verenigd onder de
Keizer.
In 1608 ontstond de Protestantse Unie, in 1609 de Katholieke Bond waren
opgericht zodat de ander geen voordelen zou krijgen op religieus of territoriaal
gebied.
Dertigjarige oorlog in vies fases:
1. Burgeroorlog in Bohemen
2. De ‘Deense’ oorlog
3. De ‘Zweedse’ oorlog
4. De ‘Franse’ oorlog
1648: Vrede van Westfalen geloven worden erkend, Vrede van Augsburg
werd permanent. Noord- Duitsland voornamelijk protestant, zuiden Katholiek.
Einde van vele godsdienstoorlogen.
Veel economische en sociale gevolgen door deze oorlog.
Tussen absolutisme en constitutioneel ook overeenkomsten in doelen:
- Beschermen en uitbreiden grenzen
- Nieuwe belastingen
- Centraal gezag vestigen
- Concurreren om gebieden in de Nieuwe en Oude Wereld
Nieuwe beleid belemmert:
- Lang voordat orders de mensen bereikten
- Informatie ging niet altijd terug
- Privileges bemoeilijkten centraal beleid
- Verschillende talen vorst-volk
Toch grotere autoriteit bereikt door:
- Betere belastingheffing
- Grotere legers
- Efficiëntere bureaucratieën
- Gehoorzaamheid onderdanen
Vorsten schakelden ministers in om de gang van zaken te weten: bijv. kardinaal
Richelieu in Frankrijk of graaf-hertog Olivares in Spanje.
Een staat is soeverein wanneer er duidelijke grenzen zijn en een monopolie op
geweld en justitie.
Vorst professionaliseerde het leger hierdoor ook enorme groei omvang
leger.
Dit was voor edelen ongunstig:
- Stierven veel in gevechten
17e eeuw crisis: stagnatie door:
- Klimaatverandering
- Religieuze verdeeldheid
- Overheidsdruk
- Oorlog honger en bevolkingsdaling
Samenleving was hiërarchisch opgebouwd:
1. De monarch
2. De geestelijkheid (in de Katholieke landen)
3. De adel/rijke kooplieden
4. Ambachtsmannen/ boeren
Katholieken zorgden ervoor dat kooplieden niet aan de hoogste onderscheidingen
konden komen.
Ook waren de Europese samenlevingen patriarchaal: man boven vrouw (God
gaf dit voorrecht).
Een gezinsleven was een representatie van de samenleving:
- Vader was de baas in het gezin en regeerde net als een koning zijn rijk.
- Heeft alle invloed en rechten om zijn macht te tonen.
Het leven van de burger is afgebakend tot het dorp, toch ook migratie door:
- Oorlog
- Tekorten
- Geluk zoeken
- Pelgrimstochten
Boeren waren onder te verdelen in:
- Onafhankelijke boeren (bezaten genoeg land voor eigen voeding)
- Kleine landbezitters of huurboeren
- Afhankelijke boeren
De bevolking nam af na enkele opeenvolgende mislukte oogsten, wat leidde tot
voedseltekorten en hongersnoden. En ook opnieuw een uitbraak van de
builenpest.
In Europa veel problemen in de economie:
- Industrie kelderde
- Hoge voedselprijzen
- Lonen stagneerden
- Werkloosheid steeg
Maar niet in alle landen: in de Nederlandse Republiek was een Gouden Eeuw.
Tijdens deze crises werden boeren en arme stedelingen het hardst geraakt wat
resulteerde in rellen, stelen, etc.
Morele economie: wereld waarin gemeenschappelijke behoeften belangrijker
zijn dan concurrentie en winst.
, Heilige Roomse Rijk: confederatie van honderden vorstendommen,
onafhankelijke steden, hertogdommen en andere eenheden verenigd onder de
Keizer.
In 1608 ontstond de Protestantse Unie, in 1609 de Katholieke Bond waren
opgericht zodat de ander geen voordelen zou krijgen op religieus of territoriaal
gebied.
Dertigjarige oorlog in vies fases:
1. Burgeroorlog in Bohemen
2. De ‘Deense’ oorlog
3. De ‘Zweedse’ oorlog
4. De ‘Franse’ oorlog
1648: Vrede van Westfalen geloven worden erkend, Vrede van Augsburg
werd permanent. Noord- Duitsland voornamelijk protestant, zuiden Katholiek.
Einde van vele godsdienstoorlogen.
Veel economische en sociale gevolgen door deze oorlog.
Tussen absolutisme en constitutioneel ook overeenkomsten in doelen:
- Beschermen en uitbreiden grenzen
- Nieuwe belastingen
- Centraal gezag vestigen
- Concurreren om gebieden in de Nieuwe en Oude Wereld
Nieuwe beleid belemmert:
- Lang voordat orders de mensen bereikten
- Informatie ging niet altijd terug
- Privileges bemoeilijkten centraal beleid
- Verschillende talen vorst-volk
Toch grotere autoriteit bereikt door:
- Betere belastingheffing
- Grotere legers
- Efficiëntere bureaucratieën
- Gehoorzaamheid onderdanen
Vorsten schakelden ministers in om de gang van zaken te weten: bijv. kardinaal
Richelieu in Frankrijk of graaf-hertog Olivares in Spanje.
Een staat is soeverein wanneer er duidelijke grenzen zijn en een monopolie op
geweld en justitie.
Vorst professionaliseerde het leger hierdoor ook enorme groei omvang
leger.
Dit was voor edelen ongunstig:
- Stierven veel in gevechten