100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Vwo 6 samenvatting Wereldeconomie (vwo) (2018), ISBN: 9789461102768 Economie

Rating
-
Sold
-
Pages
13
Uploaded on
14-11-2022
Written in
2022/2023

Dit is een samenvatting van het vak economie voor leerlingen van vwo 6. Hierin staat het gehele boekje Wereldeconomie van LWEO samengevat, onderverdeeld in de volgende hoofdstukken: 1. Internationale handel 2. De betalingsbalans 3. De wisselkoers 4. De EMU, een muntunie Mocht je nog vragen hebben of interesse hebben in een bundel, stuur me dan gerust een bericht :)!

Show more Read less
Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 14, 2022
Number of pages
13
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

Economie Wereldeconomie
§1 Internationale handel
1.1) Het voordeel van internationale handel (globalisering) is vergroting van de
welvaart. Maar door internationale handel spelen buitenlandse concurrenten een
rol wat op korte termijn kan zorgen voor werkgelegenheid die in bepaalde
sectoren verloren gaan.

Importeren of invoeren: als landen grondstoffen, goederen en diensten kopen
in andere landen.
Exporteren of uitvoeren: het verkopen van grondstoffen, goederen en diensten
aan andere landen.

1.2) Theorie van de comparatieve kostenverschillen: de gezamenlijke
welvaart van landen neemt toe als elk land zich specialiseert in die goederen en
diensten waarbij dat land een comparatief kostenvoordeel heeft. Deze theorie
gaat uit van homogeniteit van producten.
Absoluut kostenvoordeel: wanneer een land een bepaald product tegen een
lagere prijs kan produceren dan iemand anders (hogere arbeidsproductiviteit).
Comparatief (relatief) kostenverschil: als de opofferingskosten van een goed
in een land lager zijn dan in anderen landen. Deze verschillen zijn afhankelijk van
de beschikbare hoeveelheid productiefactoren waarover landen kunnen
beschikken en over de kwaliteit (productiviteit) hiervan.
Arbeidsproductiviteit: de productie per werknemer in een bepaalde periode.

Door specialisatie kunnen beide landen over meer goederen beschikken. De
hoeveelheid hiervan is afhankelijk van de afgesproken ruilverhouding tussen de
landen. Als een land meer onderhandelingsmacht heeft dan kan dit land de
ruilverhouding meer in zijn voordeel vaststellen. Naast het vergroten van de
consumptiemogelijkheden houdt internationale handel de concurrentie in landen
hoog, waardoor ondernemingen moeten blijven vernieuwen. Dit zorgt voor
nieuwe productie- en consumptiemogelijkheden.
Een ander gevolg van internationale handel is dat er internationale
arbeidsverdeling ontstaat.

Oorzaken van comparatieve kostenverschillen:
- Arbeid: landen met een grote bevolking hebben een grotere
productiefactor aan arbeid. Zo kunnen landen met lage lonen een
comparatief kostenvoordeel hebben bij een arbeidsintensieve productie.
Arbeidsproductiviteit speelt ook een rol, want zo worden de loonkosten per
eenheid product lager wat gunstiger is voor de internationale
concurrentiepositie. Menselijk kapitaal: geheel aan kennis, ervaringen
en vaardigheden van een beroepsbevolking. Dit is weer gunstig voor de
arbeidsproductiviteit.
- Kapitaal: de natuurlijke hulpbronnen en de aanwezige
kapitaalgoederenvoorraad (lopende band, machines). Klimaat,
infrastructuur (transport) en de aanwezigheid van grondstoffen spelen
hierbij ook een rol. Schaalvoordelen: bij uitbreiding van de productie
daalt de kostprijs. Zo spelen schaalvoordelen een rol bij kapitaalintensieve
productie.

, - Totale factorproductiviteit: een productiefactor kan een comparatief
voordeel veroorzaken als deze in ruime mate aanwezig is vergeleken met
andere landen. De totale factorproductiviteit geeft weer hoe productief
arbeid en kapitaal in het productieproces kunnen worden ingezet.
Maatschappelijke factoren als betrouwbaarheid en de stabiliteit van de
overheid spelen hierbij ook een rol.
Rijkere landen produceren vooral kapitaalintensief (veel kapitaalgoederen en
hooggeschoolde bevolking) en arme landen meer arbeidsintensief (veel
arbeiders met lage lonen).

Multinationale ondernemingen (multinationals of mno’s): grote
ondernemingen die in meerdere landen economisch actief zijn met de productie
en/of verkoop van goederen en diensten. Hierdoor kunnen deze ondernemingen
produceren in de landen met de laagste productiekosten, wat zorgt voor lage
prijzen (voordeel consument). Ook stoppen mno’s veel geld in de ontwikkeling
van hun producten (voordeel consument). Mno’s kunnen de overheden van de
verschillende landen tegen elkaar uitspelen. Zo kunnen mno’s ook makkelijk de
vennootschapsbelasting in landen met een hoog belastingtarief ontwijken.

1.3) De extra welvaart als gevolg van internationale handel (comparatieve
kostentheorie) wordt niet vanzelf gelijk verdeeld. Jaarlijks verliezen miljoenen
mensen hun baan, doordat bedrijven werkzaamheden uitbesteden aan bedrijven
in andere landen (outsourcing) of delen van de productie verplaatsen
(offshoring). De werklozen die hieruit ontstaan zijn vaak laag- of middelbaar
opgeleid.
Sectoren die dreigen te verdwijnen, vragen hulp bij de overheid met als
argument dat de binnenlandse werkgelegenheid beschermd moet worden.
Protectionistische maatregelen: maatregelen die de overheid neemt om de
binnenlandse producenten te beschermen. Hiermee bevoordelen ze de
binnenlandse bedrijven t.o.v. hun buitenlandse concurrenten. Hierbij wordt er
een onderscheid gemaakt tussen twee maatregelen:
 Tarifaire maatregelen: hebben invloed op de prijs van een product
(importheffing en exportsubsidies).
 Non-tarifaire maatregelen: hebben geen directe invloed op de prijs
(invoerquotum en administratieve belemmeringen).
Importheffing: belasting op geïmporteerde goederen die worden doorberekend
in de prijs.
Exportsubsidie: binnenlandse producenten krijgen subsidie, waarmee ze hun
prijzen kunnen verlagen.
Invoerquotum: instellen van een maximaal te importeren hoeveelheid
goederen.
Administratieve belemmeringen: de overheid stelt bepaalde voorwaarden
aan producten op de markt (gezondheid, veiligheid en technische standaarden).

Vrijhandel: Vrijhandel is een vrij, onbelemmerd verkeer van goederen en
diensten tussen verschillende landen.
Argumenten van de vrijhandel:
- Door specialisatie wordt geproduceerd in de landen die dat het
goedkoopste kunnen produceren.
- Protectie vervalst de concurrentie en lijdt tot verlies aan efficiëntie. Als
overheden hun binnenlandse ondernemingen gaan beschermen dan gaan
de overheden van de andere landen dit ook doen, wat kan uitlopen tot een
handelsoorlog (verlies alle partijen).

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ElenavanVliet Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
83
Member since
5 year
Number of followers
52
Documents
56
Last sold
1 month ago
Leren en studeren

Mocht je nog vragen hebben over mijn samenvattingen of aanvragen hebben voor een persoonlijke bundel, stuur me dan gerust een berichtje! :) Ik ben ook actief op Knoowy: Elena van Vliet

4.0

5 reviews

5
2
4
1
3
2
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions