Ontwikkeling van de oudheid
Personen Visies en typerende uitspraken Relaties
Socrates - Nativisme = het idee dat kennis is aangeboren - Hippocrates/Protagoras
- Rationalisme = het idee dat ons denk- of (Sofisten die ook mensen
redeneervermogen de enige bron van kennis is probeerde te begrijpen)
- Leermeester van Plato
Plato - Nativisme - Leerling van Socrates
- Rationalisme (dachten hetzelfde)
- Idealisme = het idee dat het ideale beeld in je hoofd
zit. Gaat ervan uit dat er geen fysieke werkelijkheid is
- “Geest als actief”
- Psyche zien als wagenmeneer
Aristoteles - Empirisme = het idee dat kennis wordt verkregen via - Leerling van Plato (dacht
zintuigelijke waarneming: observaties en classificatie andersom)
(taxonomie)
- Ordening van zielen
- “Geest is een leeg blad” (tabula rosa)
Alcandi - 10-tallige getallenstelsel - Namen ideeën van
Aristoteles over
Alhazen - Camera Obscura
Avicienna - “Kennis halen we uit de wereld en door introspectie” - Uitbreiding van Aristoteles
- Filters van introspectie (interne zintuigen): - Geïnspireerd door de
combinatie, verbeelding, geheugen, inschatting en rationele ziel
neiging
- The floating man gedachte experiment:
zelfbewustzijn
René - Dualisme = het idee dat de geest los staat van het - Had de verklaring van de
Descartes lichaam sensitieve ziel van
- “Er is 1 ziel” (in tegenstelling tot Aristoteles) Aristoteles
- “Ik kan alleen vertrouwen op mezelf”
- Platonisch: “Twijfel aan alles”
- Mechanische fysiologie = het idee dat je lichaam als
een machine werkt (stimulus – respons)
- Zoeken naar simple natures
- Wereld is gevuld met kleine deeltjes (fysica)
- Zag de wereld als extension (fysieke wereld) en
motion (beweging)
- Reflex = stimulus + respons
- Deductie > inductie
- “Epifyse (pijnappelklier) zet lichaam in beweging”
- Ziel is een interactief dualisme
Galileo - Soort gelijke ideeën als
, - Zag de fysieke wereld ook als extensie en beweging Descartes
- Primaire en secundaire kwaliteiten
John Locke - “Geest is passief” - Ondersteunde het idee van
- Mechanistische fysiologie: “Geest kan sensaties van mechanistische fysiologie
objecten waarnemen en reflecties vd geest tonen” - Beschreef de aard van
- Inductie > deductie menselijke kennis vanuit
- Ging uit van primaire en secundaire kwaliteiten een empirisch perspectief
- Tegen het idee dat kennis is aangeboren (Aristoteles)
- Automatische associaties = hoe vaker je een
associatie hebt geleerd, hoe sneller je reageert
- Complexe ideeën zijn combinaties van simpele
ideeën
Molyneux - Molyneux gedachte experiment - Ondersteunde de ideeën
- 3 soorten kennis (intuïtief, demonstratief, sensitief) van Locke
- Men associeert ideeën door continuïteit en similarity - Later uitgewerkt door Hume
Gottfried - “Geest is actief” - Tegen Locke’s denkwijze
Willhelm - Interactief dualisme over emperisme
Leibniz - Monaden: “doordat wij bestaan uit Monaden zou er - Aanhanger van nativisme
al kennis in onze geest zitten” perceptie (= (van Plato)
automatische associaties) /apperceptie (= bewuste
waarneming van perceptie)
- Noodzakelijke waarheden en minuscule
waarnemingen
Spinoza - Pantheïsme: “God is alles” - Leibniz combineerde dit in
Monaden
Leeuwenhoek - “Wereld bestaat uit laagjes van organismen”
David Hume - Bracht het empirisme en associationisme tot een - Groot fan van Locke over
extreem zijn idee van simpele en
- “ideeën die wij in ons hoofd hebben komen allemaal complexe ideeën
van buiten”
- Wet van associatie door contiguïteit (= dingen die
tegelijk of in een zelfde tijdsperiode voorkomen
worden met elkaar geassocieerd)
- Zag Causaliteit als gevolg van regelmatigheden in de
wereld en vond alleen in ons hoofd plaats
Immanuel - Zag causaliteit als een aangeboren eigenschap in - Niet eens met Hume
Kant onze geest - Idee van Aristoteles:
- ‘Er zijn 2 werelden”: noumenale en fenomenale “mensen hebben van nature
wereld intuïties over hoe ze de
- Zag Causaliteit als filter waardoor wij dingen wereld structureren”
waarnemen
- Innerlijke filter kun je niet onderzoeken - Hoort bij nativisme
- “Perceptie wordt bepaald door aangeboren intuïties”
, Bell & Muller - Wet van specifieke zenuwenergiën die stelt dat - Ging tegen Descartes in
iedere sensorische zenuw één enkel soort sensatie - Past bij mechanistische
overbrengt wereldbeeld
Muller - Levensenergie = energie die nodig is om te leven
- Vitalisme = het idee dat levende organismen - Helmontz weigerde hier in
doordrongen zijn met ‘levenskracht’ mee te gaan
Herman - Natuurkundige die zich bezighield met biologische - Student van Muller
Helmontz processen (en later ook psychologische) zoals - Tegenovergestelde van wat
sensatie en perceptie Muller zei over vitalisme
- Fysiologisch mechanisme = het idee dat je lichaam - Hij concludeerde hiermee
wordt aangestuurd door chemische processen dat er GEEN levensenergie
- Wet van behoudt van energie (conservation of nodig is
energie) = het idee dat er geen energie kan worden - Geïnteresseerd in de theorie
gecreëerd of vernietigd van Muller over de werking
- Onderzoek naar reactietijden: Ontdekte individuele van de zenuwen
verschillen - Visuele perceptie van
- Onderzoek naar de werking van het oog: sensatie ( = Alhazen en Descartes
elementen van bewuste ervaringen waarbij geen - Hoort bij empirisme (ging
voorafgaande ervaringen nodig zijn) en perceptie ( = tegen Kant in)
betekenisvolle interpretaties van sensatie)
- Ontdekte de blinde vlek
- “ervaring en leren zijn belangrijker bij perceptie” - Ging tegen Kant’s idee in
Du Bois- - Ontdekte dat zenuwen communiceren via - Samenwerken met
Reymond neurotransmitters Helmontz
- Ging tegen het vitalisme in
Young & - Konden op mechanistische wijzen kleur verklaren
Helmontz - Kleurperceptie (trichromatrisch kleurenzicht)
- Perceptuele adaptatie = zintuigen passen zich aan
Gibson - Visual cliff = de gedachte dat mensen van nature - Spreekt Helmontz tegen
diepteperceptie en afkeer voor gevaar hebben
Weber - Ondervond de Just noticeable difference (Webers
Law) = de minimale intensiteit die nodig is om 2
stimuli van elkaar te onderscheiden
- Absolute threshold = minimale intensiteit om iets
waar te nemen
- Ondervond dat mensen slecht zijn in het
onderscheiden van relatieve verschillen
Gustav - Hield zich bezig met psychofysicia = het onderzoeken - Geïnspireerd door de ideeën
Theodor van de relatie tussen fysieke intensiteit en ervaren van Weber
Fencher intensiteit van objecten - Helmontz en Fencher
- Logaritmische functie = de relatie tussen 2 onderzochten relaties tussen
variabelen waarbij de een sneller toeneemt dan de meetbare aspecten vd
ander fysieke wereld en hoe deze