psychologische diagnostiek en testtheorie
Vak: Grondslagen van de psychologische diagnostiek
en testtheorie
Cursuscode: 200500134
Collegejaar 2021/2022
,In deze hoorcollege-samenvatting:
Hoorcollege-aantekeningen: Grondslagen van de psychologische diagnostiek en testtheorie..............1
................................................................................................................................................................1
Vak: Grondslagen van de psychologische diagnostiek en testtheorie....................................................1
Cursuscode: 200500134.........................................................................................................................1
Collegejaar 2021/2022...........................................................................................................................1
In deze hoorcollege-samenvatting:.........................................................................................................2
Diagnostiek.............................................................................................................................................3
HC1: Inleiding.........................................................................................................................................3
HC2: De diagnostische cyclus..................................................................................................................5
HC7: Intelligentiediagnostiek en neuropsychologie................................................................................7
HC9: Diagnostiek in arbeids- en organisatiepsychologie........................................................................9
HC11: Forensische diagnostiek en gedrag............................................................................................10
HC12: Bias & Ethiek..............................................................................................................................11
Testtheorie...........................................................................................................................................12
..............................................................................................................................................................12
HC3: Betrouwbaarheid.........................................................................................................................12
HC4: Validiteit.......................................................................................................................................16
HC5: Factoranalyse...............................................................................................................................19
HC6: Betekenis testscores & itemanalyse.............................................................................................22
HC8: Beslissend testgebruik & Signaal Detectie Theorie (SDT).............................................................25
HC10: Item-responstheorie..................................................................................................................28
, Diagnostiek
HC1: Inleiding
Diagnostiek heeft vijf doelen:
1. Beschrijven: wat is er met X aan de hand?
2. Verklaren: waar komt het gedrag van X vandaan?
3. Indiceren: wat heeft persoon X nodig om beter te functioneren?
4. Voorspellen: Hoe verwachten we dat X in de toekomst zal functioneren?
5. Evalueren: Gaat het na de behandeling beter met X?
Bij diagnostiek heb je als diagnosticus drie hulpmiddelen: tests, hypothese toetsen en de
testtheorie. Tests helpen je om metingen te verrichten, met het hypothesetoetsend
model kun je systematisch te werk gaan en met de testtheorie kun je de kwaliteit van de
tests beoordelen.
Onder tests maak je onderscheid tussen vier soorten tests:
Maximum performance tests: op te delen in vier soorten:
- Achievement tests (wat heb je geleerd?) en aptitude tests (wat kun je bereiken?)
- Speed tests (zo snel mogelijk) en power tests (zo goed mogelijk)
Bij achievement en aptitude tests gaat het over wat/hoe goed je dingen kunt, en
heb je geen tijdsdruk. Bij speed en power tests gaat het er juist om hoe je
presteert onder tijdsdruk. Voorbeelden zijn de CITO toets of een tentamen.
Typical response tests: zoekt naar het unieke antwoordpatroon van de participant.
Bijvoorbeeld welke voorkeuren je hebt. Voorbeelden zijn een depressievragenlijst
of een persoonlijkheidsvragenlijst.
Projective tests: zoeken naar het onderbewuste in je antwoord. Bijvoorbeeld de
Rorschach inktvlekken test.
Authentic assessment: Bijvoorbeeld een rollenspel doen of een portfolio maken.
De scores van deze tests kunnen op drie manieren geïnterpreteerd worden:
Gestandaardiseerde scores of niet gestandaardiseerde scores
Objectieve of subjectieve scores
Een objectieve score is bijvoorbeeld je cijfer op een tentamen, iedereen wordt op
dezelfde manier beoordeeld en krijgt voor hetzelfde antwoord evenveel punten.
Een subjectieve score is bijvoorbeeld als je geobserveerd wordt en je gedrag door
iemand gescoord wordt.
Norm-referenced of criterion-referenced
Norm-referenced houdt in dat je score wordt vergeleken met de groep, criterion-
referenced houdt in dat je score wordt vergeleken met een criterium. Bijvoorbeeld
dat je een 5,5 moet halen om een tentamen te halen.
Bij het diagnostisch proces moet je oppassen voor een aantal cognitieve heuristieken
(biases).
Halo effect: als je een positieve indruk van iemand hebt, neem je aan dat hij nog
veel meer positieve kwaliteiten heeft..